Je leest:

‘Foute vrienden’ op school

‘Foute vrienden’ op school

Auteur: | 18 mei 2007

Voor crimineel gedrag gaat het cliché “soort zoekt soort” niet helemaal op, zo blijkt uit een onderzoek onder middelbare scholieren. Brave, licht en ernstig criminele leerlingen blijken zich meer te mengen dan vaak wordt gedacht. Veel jongeren hebben ‘foute vrienden’ op school- soms zonder het zelf te weten. Jongeren lijken ook minder op hun vrienden dan ze vaak denken. Dat komt waarschijnlijk doordat ze niet precies weten wat hun vrienden doen, en daardoor hun criminele gedrag onderschatten.

In onderzoek is vaak gevonden dat jeugdige criminelen aangeven dat hun vrienden ook wel eens de wet overtreden. Daarom wordt vaak gedacht dat jongeren die veel met elkaar omgaan in hun criminele gedrag ook wel erg op elkaar zullen lijken. Maar het is nog maar de vraag of jongeren wel precies weten wat hun vrienden doen. Misschien lijken vrienden veel minder op elkaar dan ze zelf denken…

Hoe goed ken jij je schoolvrienden? Weet jij precies hoe vaak ze een bushokje vernielen of een onbetaalde cd in hun jaszak laten verdwijnen? Uit onderzoek blijkt dat jongeren het criminele gedrag van hun vrienden vaak onder-schatten.

Jeugdcriminaliteit en vriendschappen

1500 leerlingen van verschillende VMBO-scholen in Zuid-Holland werden door onderzoekers van het NSCR (Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving) ondervraagd om inzicht te krijgen in de vriendschappen van criminele en niet-criminele jongeren. De leerlingen vulden een vragenlijst in op de computer, waarin zij gegevens invulden over hun criminele gedrag en over hun vrienden. Een jaar later hebben dezelfde leerlingen nog een keer de vragenlijst ingevuld, zodat kon worden nagegaan wat er allemaal was veranderd.

De leerlingen konden met hulp van een namenlijst van alle leerlingen uit hun leerjaar heel precies aangeven met wie zij veel omgaan op school. Omdat iedere deelnemer aan het onderzoek dat invulde, konden de netwerken van leerlingen in kaart worden gebracht: wie met wie allemaal omgaan in één leerjaar op school. Daarnaast moesten de leerlingen invullen of zij wel eens de wet hadden overtreden in het afgelopen jaar. Zij konden daarbij kiezen uit een lijst van twaalf wetsovertredingen. Als jongeren duidelijk wordt gemaakt dat hun antwoorden niet worden doorverteld, blijken zij redelijk eerlijk te vertellen over hun criminele gedrag.

Een groot deel van de ondervraagde leerlingen (zo’n 43 %) heeft wel eens iets gedaan dat verboden is. Voor het grootste deel gaat het daarbij om lichte overtredingen, zoals winkeldiefstal, geweld zonder verwonding en vandalisme. Jongens gaan vaker over de schreef dan meisjes.

Winkeldiefstal, geweld en vandalisme

Een groot deel van de ondervraagde leerlingen (zo’n 43 %) heeft wel eens iets gedaan dat verboden is. Voor het grootste deel gaat het daarbij om lichte dingen, zoals winkeldiefstal, geweld zonder verwonding en vandalisme. Ongeveer een op de acht leerlingen (bijna 12 %) doet zwaardere dingen, zoals iemand verwonden, duurdere dingen stelen, of een inbraak of beroving. Jongens maken zich iets meer schuldig aan lichte delicten dan meisjes (vooral wat betreft agressie) en ze rapporteren ongeveer anderhalf keer zo veel ernstige delicten dan meisjes.

Figuur 1. Crimineel gedrag onder de jongeren: percentage dat zegt een bepaalde wetsovertreding te hebben gedaan in het voorgaande schooljaar. Bron: Frank Weerman.

Criminele vrienden of niet?

Bij het onderzoek moesten jongeren aangeven of ze dachten dat hun vrienden wel eens de wet overtraden. Zij konden laten weten of zij geen, sommige of veel vrienden hadden die vernielen, stelen, geweld plegen of beroven. Dit werd gekoppeld aan de gegevens over het criminele gedrag van de deelnemers zelf en aan de informatie over de netwerken op school. Daardoor kon voor elke deelnemer worden nagegaan welke delicten hun vrienden op school zèlf hadden opgegeven.

Figuur 2. Het criminele gedrag van vrienden volgens de ondervraagde jongeren en in werkelijkheid door de vrienden geantwoord. Bron: Frank Weerman.

Wat jongeren denken dat hun vrienden doen, kan worden vergeleken met de informatie die bevriende medeleerlingen zelf geven over hun gedrag. Hieruit blijkt dat ongeveer de helft van de jongeren denkt dat hun vrienden geen delicten plegen, terwijl uit eigen antwoorden van hun vrienden blijkt dat dit maar in 30% van de gevallen zo is. Ongeveer 12 % van de jongeren denkt vrienden te hebben die betrokken zijn bij veel criminaliteit; op basis van de eigen antwoorden van bevriende medeleerlingen zou dat twee keer zo veel zijn. Kortom, het lijkt erop dat jongeren het criminele gedrag van hun vrienden vaak onderschatten.

Criminele jongeren denken vaak dat hun vrienden precies hetzelfde doen als dat wat zij zelf uithalen. Als een scholier steelt, zegt de scholier vaak dat zijn vriend óók steelt. In werkelijkheid heeft deze scholier veel minder vaak vrienden die zich ook schuldig maken aan diefstal dan hij zelf denkt. Dat betekent dat jongeren de gelijkenis van hun gedrag met dat van hun vrienden overschatten.

Vriendschapsnetwerken van leerlingen

De netwerken van vrienden op school blijken behoorlijk gemengd te zijn wat betreft crimineel gedrag. Het blijkt dat niet-, middel- en ernstig delinquente leerlingen elkaar regelmatig kiezen als vriend en beste vriend. Ze gaan niet alleen maar om met medeleerlingen die zich hetzelfde gedragen als zijzelf. Er zijn echter binnen de leerlingnetwerken ook vrij grote groepen van ‘brave’ leerlingen die niet in contact komen met delinquente jongeren. Op sommige scholen (zoals in de afgebeelde figuur) zijn er daarnaast kleine kliekjes van criminele jongeren die vooral met elkaar omgaan, maar dat is niet het algemene beeld.

Figuur 3. Netwerk van bevriende leerlingen in een schooljaar, waarbij in kleur is aangegeven wie wel eens crimineel gedrag vertoont. De netwerken van vrienden op school konden letterlijk in kaart worden gebracht met hulp van de informatie over vriendschapsrelaties van leerlingen op school. Met bolletjes voor de leerlingen en pijltjes voor de vriendschapskeuzes wordt dan heel duidelijk welke leerlingen in een schooljaar ‘bij elkaar horen’. Met kleuren is aangegeven in welke mate leerlingen de wet overtreden. Bron: Frank Weerman. klik op de afbeelding voor een grotere versie

Wat opvalt is dat er in veel leerlingnetwerken een soort tweedeling is. Het blijkt dat aan de ene kant vooral jongens zitten, aan de andere kant vooral meisjes. Dit duidt erop dat op middelbare scholen jongens vooral met jongens omgaan en meisjes met meisjes. Ongeveer negen op de tien vriendschappen blijken met iemand van hetzelfde geslacht te zijn, slechts een op de tien schoolvriendschappen zijn gesloten tussen een jongen en een meisje.

In de netwerken is ook te zien welke leerlingen ‘populair’ zijn (vaak worden genoemd als vriend) en welke niet: de populaire leerlingen hebben veel pijltjes naar zich toe lopen, de impopulaire leerlingen hebben weinig verbindingen met anderen en zitten vaak aan de rand van het netwerk. Hier is nauwelijks verband met gedrag: in het algemeen worden de criminele leerlingen niet meer of minder gekozen dan de leerlingen die zich aan de wet houden. Het blijkt echter wel wat uit te maken of het gaat om vriendschappen tussen leerlingen van dezelfde sekse of vriendschappen tussen jongens en meisjes. Criminele leerlingen blijken iets vaker gekozen te worden door leerlingen van het andere geslacht (dus criminele jongens waren ‘populairder’ bij de meisjes, en criminele meisjes bij de jongens). Waarschijnlijk zijn dit ook op andere terreinen stoerdere of ‘coolere’ jongeren en dat maakt hen aantrekkelijker voor het andere geslacht.

Criminele jongeren hebben niet per definitie meer vrienden. Wél zijn ze iets populairder bij het andere geslacht – waarschijnlijk omdat criminele jongeren ook op andere vlakken stoerder en cooler zijn.

Criminele vrienden zonder het te weten

Op school mengen ‘brave’ en criminele leerlingen veel meer dan vaak wordt gedacht, zo blijkt uit het onderzoek. Jongeren blijken minder op hun vrienden te lijken wat betreft hun criminele of niet-criminele gedrag dan ze zelf denken. Dat komt waarschijnlijk doordat ze niet precies weten wat hun vrienden doen, en daardoor hun criminele gedrag onderschatten. Leerlingen hebben soms criminele vrienden zonder het zelf te weten.

Duidelijk wordt dat veel goed functionerende jongeren op de middelbare school regelmatig in aanraking komen met ‘verkeerde’ voorbeelden. Dat hoeft niet erg te zijn, zolang ze maar niet worden overgehaald om zelf (ernstige) delicten te gaan plegen. We weten echter uit onderzoek dat er ook veel jongeren zijn die zich laten verleiden om verder te gaan dan ze zelf eigenlijk willen. Uit angst belachelijk te worden gemaakt, om erbij te horen of om vrienden niet in de steek te laten. Daarom zou het goed zijn wanneer op school aandacht wordt besteed aan groepsdruk en criminaliteit om te voorkomen dat criminele leerlingen anderen meeslepen in hun gedrag.

Frank Weerman is onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden. Hij is criminoloog en doet vooral onderzoek naar jeugdcriminaliteit, de invloed van vrienden en criminaliteit in groepen.

Tips voor het schrijven van een profielwerkstuk

Dit artikel is een publicatie van Kennislink/NSCR.
© Kennislink/NSCR, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.