Je leest:

Financiële kennis sleutel tot vermogen

Financiële kennis sleutel tot vermogen

Auteur: | 7 januari 2009

De gemiddelde Nederlander beschikt over te weinig financiële kennis om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen over onder andere pensioenplanningen en beleggingen. Dit zorgt voor grote verschillen in de vermogensopbouw van gezinnen, tot wel 80.000 euro. Tot deze conclusie komt Maarten van Rooij in zijn proefschrift. Van Rooij baseert zijn conclusies op de uitkomsten van een uitgebreid onderzoek onder 1500 Nederlandse huishoudens. Hij promoveert op 9 januari aan de Universiteit Utrecht.

De samenleving doet een steeds groter beroep op de financiële kennis van gezinnen als het gaat om lenen, sparen en beleggen.

Financieel analfabetisme

Veel Nederlanders missen echter de benodigde kennis en vaardigheden om weloverwogen keuzes te kunnen maken op financieel gebied, zo toont het proefschrift van Van Rooij aan. ‘Respondenten bleken zich doorgaans wel degelijk bewust van hun gebrek aan financiële vaardigheden. Het is dan ook één van de redenen waarom veel Nederlandse werknemers niet zelf hun pensioengeld willen beleggen, maar blij zijn dat hun pensioenfonds dat voor hen doet’, aldus Van Rooij.

Hoewel zijn geluksdubbeltje niet voor niets zo genoemd is, moet oom Dagobert zeker over de nodige dosis financiële kennis en vaardigheden hebben beschikt.

Kenniskloof

De kloof tussen Nederlanders met veel of weinig financiële kennis heeft belangrijke gevolgen voor de pensioenplanning en spaar- en beleggingsbeslissingen van gezinnen. Huishoudens met een betere financiële kennis denken bewust na over hun pensioenplanning en beleggen vaker in aandelen. Ook bouwen zij grotere vermogens op. Zodoende kan het verschil tussen het vermogen van huishoudens met een laag en een hoog kennisniveau enorm oplopen, tot wel 80.000 euro of zelfs meer, zo blijkt uit Van Rooijs onderzoek.

Educatie, informatie en transparantie

Financiële educatie alleen is volgens Van Rooij niet toereikend om dit probleem op te lossen. Van Rooij: ‘Het beleid moet erop gericht zijn om waar mogelijk financiële beslissingen voor de burger eenvoudiger te maken. Dit moet waarborgen dat informatie en advies over financiële producten begrijpelijk is en op een transparante, onafhankelijke manier tot stand komt’. Daarbij kan men volgens Van Rooij bijvoorbeeld denken aan overheidsinformatie in de vorm van spotjes en websites. Maar minstens zo belangrijk is volgens de promovendus transparantie in de regelgeving. In die zin vindt hij de voorgestelde verplichtstelling van financiële tussenpersonen om hun provisie bij het afsluiten van financiële overeenkomsten openbaar te maken alvast een stap in de goede richting.

Maarten van Rooij (faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Economie) promoveert op 9 januari om 16.15 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 te Utrecht op het proefschrift ‘Financieel alfabetisme, pensioenvoorzieningen en beleggingsgedrag van gezinnen: Vier empirische bijdragen’.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.