Je leest:

Favoriete sportfragmenten van de Kennislink redactie

Favoriete sportfragmenten van de Kennislink redactie

Het schitterende doelpunt van Van Basten, waarmee het Nederlandse Elftal de voormalige Sovjet-unie klopte in de EK-finale van 1988, de verschrikkelijke finish van marathonloopster Gabriëla Andersen-Schiess tijdens de Olympische Spelen van 1984… Overgetelijke momenten die sportgeschiedenis hebben geschreven. Welke sportfragmenten zijn ons, de Kennislinkredactie, altijd bijgebleven en waarom?

Anne van Kessel, redacteur Aarde & Klimaat:

Een sport die ik altijd heb gevolgd is het zwemmen, zeker toen ik zelf nog bij de Reddingsbrigade zat. In september 2000 waren de zomerspelen in Sydney en ik was groot fan van de Nederlandse zwemploeg die de ene na de andere medaille binnensleepte. Omdat de Spelen relatief laat vielen was het schooljaar al weer begonnen, maar van sommige docenten mochten we tijdens de les op de gang op de tv-schermen waar normaal de roosters op te zien waren, naar de belangrijkste wedstrijden kijken. Zo ook naar de 200 meter vrij. In die race moest Pieter van den Hoogenband tegen zijn grootste rivaal Ian Thorpe. Op het keerpunt van 150 meter tikken ze exact tegelijk aan. Een superspannende race, maar Pieter verslaat Thorpe net. De sportieve Thorpe kan niets anders zeggen dan “good swim”.

Marlies ter Voorde, redacteur Aarde & Klimaat:

Sport kijken is leuk –en hoogtepunten zie ik natuurlijk graag terug. Een piepjonge Kluivert die het winnende doelpunt voor Ajax maakt in de Champions League, en vervolgens in al zijn blijdschap bijna vergeet dat de wedstrijd nog verder moet? Prachtig. Kieft die Nederland met een bal-met-een-bochtje naar de halve finales schoot bij het EK van 1988? Geweldig. Maar waar ik op mijn 11e pas écht voor aan de buis gekluisterd zat – dat was Gomez. Een schaatser uit Spanje, die zichzelf had leren schaatsen, en voor het eerst aan het WK-allround meedeed in 1977 in Heerenveen. Hij reed de 500 meter in ruim 53 seconden – maar hij beheerste de pootje-over-techniek dan ook nog niet helemaal. Bij het WK van 1979 in Oslo en het EK van 1980 in Trondheim ging dat al een stuk beter, zoals je in dit filmpje ziet..

Roel van der Heijden, redacteur Astronomie & Ruimteonderzoek:

Het is zondagmiddag 14 juni 2009. Ik zit in mijn badjas op de bank en zap langs alle loze tv-programma’s die de zondagmiddag mij brengt. Er is werkelijk niets op. Totdat ik per ongeluk Eurosport aanzet. De MotoGP van Catalonië is erop en er zijn nog maar ronden te gaan. Fier aan kop rijden Valentino Rossi en Jorge Lorenzo, de nummers 1 en 2 van het motorsportseizoen. Wat er vervolgens voor mijn ogen ontspint is één van de meest spectaculaire finales ooit. De heren gunnen elkaar geen millimeter en dansen met 300 km/h vrolijk om elkaar heen. Verschillende keren nemen ze de koppositie van elkaar over. Uiteindelijk wint Rossi. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. Voor een paar minuten was ik motorsportfan.

Elles Lalieu, redacteur Biologie:

Zelf ben ik niet zo’n fanatieke sportkijker, maar mijn man wel. Iedere zomer wordt de Tour de France op de voet gevolgd en soms kijk ik stukjes mee. Zo ook in 2006. In de zestiende etappe werd geletruidrager Floyd Landis geparkeerd in de slotklim naar La Toussuire. Volgens de commentatoren van de NOS reed hij op dat moment nog maar twaalf kilometer per uur, als het niet minder was. Hij verloor dan ook acht minuten op zijn belangrijkste concurrenten. Een dag later fietste Landis weer fluitend naar boven en maakte bijna alle verloren tijd goed. Ik had bij het zien van die twee etappes gelijk zoiets van “dit kan niet kloppen, er zal wel doping in het spel zijn”. En inderdaad, na zijn monsterontsnapping in de zeventiende etappe testte Landis positief op het gebruik van doping. Die twee gekke etappes in de Tour van 2006 horen in ieder geval tot mijn meest memorabele sportmomenten.

Mariska van Sprundel, redacteur Biotechnologie

Mijn meest memorabele sportfragment is het doelpunt waarmee Spanje de finale van het WK 2010 won van Nederland. Het is niet zo zeer het doelpunt zelf dat me bijstaat, maar de reactie van alle aanwezigen. Tijdens de finale in 2010 was ik met ruim dertig man van mijn toenmalige studentenvereniging op vakantie aan het Gardameer, Italië. De finale keken we op een groot scherm buiten bij een kroeg. Aantal aanwezige Spanjaarden? Twee, plus één hele grote vlag. Wij luidruchtige Nederlanders kleurden het plein oranje en joelden bij elke kans voor Oranje. Maar de Spanjaarden lachten het laatst. Buiten zinnen waren ze toen het doelpunt viel, twee mensen te midden van een oranje menigte, die aangeslagen afdroop. Zelfs ik als niet-voetballiefhebber baalde er van. Leuk? Nee. Memorabel? Dat zeker.

Maarten Muns, redacteur Geschiedenis & Archeologie:

Kort fragment uit de razendspannende eindfase van de Alp d’huez tijdens de Tour van 2011. Geletruidrager Voeckler was al gelost, het was duidelijk dat hij zijn trui op de berg kwijt zou raken. De broers Schleck geven het uiterste om als eerste boven te zijn. Maar op enkele seconden zit Cadel Evans in de achtervolging, de onuitputbare vechter die altijd goed rijdt maar nooit wint. Tot 2011 dus. Na de Alp d’huez was het tijdsverschil tussen Andy Schleck en Evans minder dan een minuut en Evans wist dat hij dat in de afsluitende tijdrit goed moest kunnen maken.

Marjolein Overmeer, redacteur Geschiedenis & Archeologie:

EK ’88: Na een zinderende halve finale tegen de theatrale Duitsers, stond het Nederlands elftal in de finale tegenover de Sovjet-Unie. Bij een 2-0 voorsprong krijgen we een strafschop tegen! Doelman Hans van Breukelen spreidt een knap staaltje psychologische oorlogsvoering ten toon: hij loopt op strafschopnemer Igor Belanov af en wijst met zijn vinger naar zijn oog: “Ik weet in welke hoek je gaat schieten…” En het werkt! Van Breukelen stopt de penalty en wij winnen uiteindelijk de wedstrijd. We zijn Europees Kampioen! Ik was 9 jaar en vond het zo indrukwekkend dat ik spontaan supporter werd van Van Breukelen en zijn club PSV. En dat in een huis vol Feyenoorders…

Guido van den Heuvel, redacteur Techniek:

Elfstedentocht 1963. Land gehuld in barre kou. Fanatieke amateurschaatsers zetten door ondanks harde ijzige oostenwind. 10.000 zijn gestart, 69 mensen kregen een kruisje. En de rest? Hulde.

Mathilde Jansen, redacteur Taal & Spraak:

In mijn jeugd heb ik de film Heksen en Bezemstelen (“Bedknobs and Broomsticks”) talloze malen gezien. Mijn favoriete scene was de voetbalwedstrijd. Waarschijnlijk heeft dit voor altijd bepaald hoe ik naar voetbal kijk: met een glimlach. Het is een mooi spektakel, dat zorgt voor de nodige gezelligheid, maar dat sommige mensen zich er zo druk om kunnen maken… dat heb ik nooit begrepen.

Harm Ikink, redacteur Scheikunde:

De Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 hadden voor het eerst een Olympische marathon voor vrouwen op het programma. Wie er toen gewonnen heeft, ik zou het niet weten. Wel herinner ik me de aankomst van – ik heb het moeten opzoeken – Gabriëla Andersen-Schiess. Bevangen door hitte en uitputting strompelt zij op mensonterende wijze de laatste ronde door het Olympisch stadion. Officials begeleiden haar, maar mogen niet ingrijpen omdat ze anders gediskwalificeerd wordt. Na de finish heeft ze direct verzorging nodig. Voor de één is dit een heroïsch voorbeeld van het doorzettingsvermogen van de sporter, maar voor mij is het een voorbeeld van de totale verdwazing die sport met zich mee kan brengen.

Barry van der Meer, redacteur Natuurkunde & Nanotechnologie:

De 100 meter voor mannen is wat mij betreft één van de hoogtepunten van de Olympische Spelen. Dit is sport in zijn meest pure vorm: een gevecht van man tegen man, een zuivere meting van kracht. Bovendien zijn de deelnemers vaak unieke karakters. Voor de start bespelen ze het publiek, ieder op zijn eigen, vaak arrogante manier. De man die dit tot een ware kunst heeft verheven is de Jamaicaan Usain Bolt. Hij lacht, zwaait, doet een act voor de camera. Maar belangrijker nog: hij is bloedsnel. Zijn ‘show’ in 2008, tijdens de Spelen in Peking, is daar het bewijs van. Hij is zoveel sneller dan de rest dat hij de laatste meters al kan uitlopen. En nóg zet hij een wereldrecord neer! Absoluut ‘fenomenaal’, zoals de commentator uitroept. Bolt is de snelste man op aarde, ooit.

Marloes van Amerom, redacteur Maatschappij:

Mijn favoriete videofragment draait om de vuvuzelas die zo massaal ingezet werden tijdens het WK voetbal 2010. Laten we eerlijk zijn, dat gezellige gezoem op de achtergrond gaf het WK net wat meer een speciaal tintje. Ok, ok, op een gegeven moment had je soms meer het gevoel bij een toeterconcert te zijn dan bij een voetbalwedstrijd, maar tegen die tijd werd het gezoem vaak al weer meer gedempt in de uitzendingen. Ik had de grootste lol die zomer tijdens het WK en wanneer ik ook maar iets hoor wat lijkt op gemoedelijk vuvuzelagezoem waan ik me weer even terug in die zomerse hitte van de finale, die nog bijna door ons kikkerlandje werd gewonnen ook.

Annerienke Fioole, redacteur Maatschappij:

De urenlange tv-uitzendingen met oeverloos commentaar op het omwentelen der wielen in de Tour de France zijn ieder jaar echt iets om naar uit te kijken: je kunt er zo heerlijk bij slapen. Met het zachte ruizen van fietswielen, helikopterwieken, motoren en verslaggeving op de achtergrond is het welhaast onmogelijk niet rustig weg te doezelen. Je hoeft je geen zorgen te maken daadwerkelijke hoogtepunten te missen, want in dat geval zwelt het enthousiasme van de commentaarstemmen tot grotere toonhoogten aan. Ik ontwaak gewoonlijk dus vanzelf voordat de finishlijn in beeld komt. Een Nederlander in de kopgroep maakt het einde van een middagje Tour de France kijken altijd extra spannend. Op 9 juli 2005 won Pieter Weening met het minieme verschil van 0,0002 seconden de lastige heuveletappe naar Gérardmer.

Ronald Veldhuizen, redacteur Hersenen & Gedrag

Wie er wint in welke sport heb ik nooit echt interessant gevonden. Af en toe glipt er tijdens een internationaal voetbaltoernooi in een zeldzame nationalistische bui een kleine ‘hoera’ uit mijn stembanden als Nederland scoort. Maar verder niet. Mijn favoriete sportmoment is daarom niet een herinnering van hoe ooit iemand of een ploeg won en hoe bijzonder dat was. Wat ik wél erg mooi vind aan sport, is dat ik me ongegeneerd mag vergapen aan de bizarre dingen die menselijke lichamen kunnen. Mijn favoriete moment is daarom een indruk hiervan. Het beste voorbeeld dat ik ken, is de sport freediving: je adem inhouden en naar de bodem van de oceaan duiken. Hier zwemt een atleet (die ik niet van naam ken) naar 88 meter diepte. Het mooie aan freediving is dat de beelden van een afdaling naar de duisternis en terugkeer naar het licht je een beetje makkelijker later inleven in hoe het moet voelen om je lichaam tot het uiterste te drijven.

Ilja van Dam, eindredacteur:

De zomer van 1988 waren we met de hele klas op zomerkamp. Uitgerekend die week waren de finales van het EK en ‘Ons Oranje’ had zich weten te kwalificeren. Bij gebrek aan een TV hadden we allemaal wel een radiootje bij ons, maar Nederland tegen West-Duitsland in de halve finale, dat moest je zien! Gelukkig nodigde de campingeigenaar ons allemaal uit om voetbal te gaan kijken bij hem thuis. Zestien jongetjes, met Gullit-petjes op en stadiontoeters in de aanslag, vulden de kleine boerenhuiskamer.

En wat een wedstrijd…! Pas in de 55e minuut viel het eerste doelpunt, door een onterecht toebedeelde strafschap van Lothar Mathäus notabene. Het eerste punt binnen, schakelden de Duitsers over op een andere strategie: bij het minste of geringste gaan liggen.

Wat is volgens jou het mooiste, spannendste, beste of meest markante sportmoment aller tijden? Laat het ons weten op onze Facebook pagina.

Gelukkig zorgde een snoeiharde poeier van Ronald Koeman – eveneens een strafschop – voor de gelijkmaker. De stemming op het veld werd grimmig… Slechts twee minuten voor tijd verlostte Marco van Basten ons van de spanning en schoof de bal al glijdend in het Duitse doel… 2-1!!

Sanne Deurloo, hoofdredacteur:

Jesse Owens wint de 100 meter tijdens de Olympische spelen van 1936 in Berlijn, daar kreeg ik jaren na dato kippenvel van toen ik het voor het eerst zag als puber. Zo presteren in een vijandige omgeving met tribunes die vol overgave de Hitlergroet brachten. Hitler stuurs op de tribune moest (lekker) toezien hoe iemand die hij als ‘untermensch’ beschouwde, alle blanke renners ver achter zich liet. Hij bleef weg van de medailleceremonie. Toen was al duidelijk dat Owens van zijn eigen land, de Verenigde Staten, ook weinig te verwachten had. Hij kreeg nog geen telegram van de president (Franklin Roosevelt), een ontvangst op het witte huis zat er al helemaal niet in. Hij hield aan zijn overwinning geen baan over, laat staan een vet marketingcontract.

Later hoorde ik dat het publiek in Berlijn juist wel voor hem had gejuicht en zijn naam had gescandeerd en dat Hitler waarschijnlijk heel tevreden was met de uitkomst van de Olympische spelen (Duitsland haalde grootste aantal medailles en het was goed voor de public relations van het naziregime).Zo bleek maar weer eens dat je niet alleen op beelden kunt vertrouwen en je vaak ziet wat je verwacht te zien. Een boycot van die Olympische spelen was dus beter geweest, maar aan de andere kant zullen heel wat mensen zijn geïnspireerd door die zwarte man die in het hol van de leeuw alle andere renners achter zich liet.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.