Je leest:

‘Extreem oud landschap’ blijkt helemaal niet zo oud

‘Extreem oud landschap’ blijkt helemaal niet zo oud

Auteur: | 8 april 2004

Het lijkt te mooi om waar te zijn: rondlopen in een Cambrisch landschap. Dat is het dan ook, want uit recent onderzoek blijkt dat de tand des tijds echt niet is voorbijgegaan aan de Davenport Range in Australië. Vaak werd aangenomen dat dit gebied niet was veranderd sinds het Cambrium, maar de erosie blijkt er – hoewel relatief gering – snel genoeg om het landschap geologisch gezien voortdurend te laten veranderen.

Leken – en daarbij behoren in dit opzicht veelal ook milieubeschermers – denken gewoonlijk dat landschappen min of meer statisch zijn, en niet veranderen tenzij er door mensen wordt ingegrepen. Geologen (en meer nog geomorfologen) zien daarentegen het huidige landschap als een tussenfase, een min of meer toevallige toestand die nu is bereikt in een steeds voortgaande verandering.

Toch is ook het bestaan van extreem oude landschappen wel geclaimd. Een voorbeeld daarvan is te vinden in centraal-Australië, waar het landschap van de Davenport Range – die bestaat uit Precambrische en Cambrische gesteenten die gezamenlijk het Australische craton vormen – volgens sommigen sinds het Cambrium nauwelijks zou zijn veranderd. Dat zou een gevolg zijn van een extreem lage erosiesnelheid.

Het landschap van de Davenport Range. Beeld: Gaël Clément en Philippe Janvier, Muséum Nationale d’Histoire Naturelle, Parijs (Frankrijk)

Het meten van de erosiesnelheid in een dergelijk gebied is een moeilijke opgave. De onderzoekers deden dat door een combinatie van twee technieken. Het zijn complexe technieken die te ingewikkeld zijn om er hier diep op in te gaan ( apatite fission track thermochronology en in situ cosmogenic radionuclide analysis). Met deze methoden kon de gemiddelde erosiesnelheid worden bepaald over ‘korte’ intervallen van een miljoen jaar en veel langere van honderdmiljoen jaar. Het is voor het eerst dat erosiesnelheden voor zo’n lange tijdsduur vastgesteld konden worden.

De erosie blijkt in de loop van de tijd niet altijd even snel te zijn geweest. Gedurende de meeste tijd lag de erosiesnelheid (waarmee hier de snelheid wordt aangeduid waarmee de hoogte van het maaiveld afneemt) tussen de 40 cm en 4 m per jaar. Er waren echter ook – zij het kortstondiger – perioden waarin de erosie zo’n 17 m per miljoen jaar bedroeg. De onderzoekers komen dan ook tot de conclusie dat er geen sprake kan zijn van een extreem lang nauwelijks veranderd landschap.

Ze denken dat er ongeveer een kilometer sediment verdwenen moet zijn. Dat zou voornamelijk tijdens het bijna 200 miljoen jaar durende Mesozoïcum zijn gebeurd. Vanaf het Cambrium tot in het begin van het Mesozoïcum zou het Cambrische landschap met een steeds dikker wordend sedimentpakket zijn bedekt. De erosie daarvan zou aan het einde van het Mesozoïcum vrijwel volledig zijn geweest. Gedurende het Tertiair en Kwartair zou het blootgekomen oude (en zeer harde) Cambrische en Pre-Cambrische gesteente relatief langzaam zijn geërodeerd, maar er zouden in die tijd toch altijd nog tientallen meters zijn verdwenen.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 april 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.