Je leest:

Extraterrestrische ‘stofregen’ in het Mioceen

Extraterrestrische ‘stofregen’ in het Mioceen

Auteur: | 25 januari 2006

Uit diepzeeboringen blijkt dat de aarde in het Mioceen als het ware gehuld moet zijn geweest in een wolk van kleine stofdeeltjes.

Uit diepzeeboringen blijkt dat de aarde in het Mioceen als het ware gehuld moet zijn geweest in een wolk van kleine stofdeeltjes. Computersimulaties wijzen uit dat die deeltjes afkomstig moeten zijn van een uiteengevallen asteroïde (Veritas), die een doorsnede had van meer dan 150 km, en die zich bevond in de belangrijkste asteroïdengordel van ons zonnestelsel, in een baan tussen die van Mars en Jupiter. Die asteroïden, die in grootte variëren van minieme stofdeeltjes tot brokstukken van vele honderden kilometers in doorsnede, zijn afkomstig van een planeet die zich oorspronkelijk in die baan bevond, maar die – mogelijk ten gevolge van de botsing met een ander hemellichaam – in brokstukken uiteen is gevallen.

De concentratie van helium-3 in diepzeesedimenten van twee ver uiteen gelegen locaties vertoont 8,2 miljoen jaar geleden plotseling een sterke piek.

Interplanetair stof dat ontstaat bij botsingen tussen asteroïden, maar dat ook afkomstig kan zijn van kometen, beweegt zich naar de zon toe. Daarbij kan het terechtkomen in het zwaartekrachtsveld van een planeet, en daar dan op neervallen. Zo trekt de aarde jaarlijks gemiddeld ca. 20.000 ton van dit ruimtestof aan. De precieze hoeveelheid varieert sterk, want die is medeafhankelijk van botsingen tussen asteroïden en van de nabijheid van actieve kometen. Via onderzoek van diepzeekernen (in de diepzee is de sedimentatie zeer gering) kan men deze fluctuaties op basis van de concentratie van extraterrestrische stofdeeltjes reconstrueren. Om dat te kunnen doen moet natuurlijk wel hun extraterrestrische aard worden vastgesteld. Dat is relatief gemakkelijk, omdat ze een veel hogere concentratie van het isotoop helium-3 bevatten dan aardse deeltjes.

Recent spoor van stofdeeltjes in de hoge atmosfeer boven Antarctica door het uiteenvallen van een ca. 1000 ton grote asteroïde.

Onderzoekers zijn zo aan de slag gegaan om de fluctuaties in de ‘stofregen’ op aarde te reconstrueren voor de laatste 75 miljoen jaar. Daarbij werd een grote piek gevonden voor 8,2 miljoen jaar geleden: de concentratie nam plotseling toe tot het viervoudige van de normale waarde, en zakte daarna in ca. anderhalf miljoen jaar weer geleidelijk terug naar het normale niveau. Om na te gaan of dit geen lokaal toeval was, is de fluctuatie ook in een boorkern van elders bepaald; beide boorkernen (Grote Oceaan en Atlantische Oceaan) leverden hetzelfde beeld op. Dit betekent dat 8,2 miljoen jaar geleden een stofregen begon die anderhalf miljoen jaar aanhield.

De botsing van Veritas met een andere asteroïde was volgens de onderzoekers de grootste van de afgelopen 100 miljoen jaar. Berekeningen tonen aan dat de daarbij geproduceerde hoeveelheid stof inderdaad de piek in de diepzeekernen kan verklaren.

Referenties

Farley, K.A., Vokrouhlický, D., Bottke, W.F. & Nesvorný, D., 2006. A late Miocene dust shower from the break-up of an asteroid in the main belt. Nature 439, p. 295-297.

Grafiek welwillend ter beschikking gesteld door Ken Farley, Division of Geological and Planetary Sciences, California Institute of Technology, Pasadena, CA (Verenigde Staten van Amerika); foto van het atmosferische stofspoor: Sandia National Laboratories.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.