Je leest:

Experiment in donker werpt nieuw licht op oorzaken Parkinson

Experiment in donker werpt nieuw licht op oorzaken Parkinson

“Bij de ziekte van Parkinson is óók de waarneming aangedaan en niet alleen de motoriek. Dit werpt een geheel nieuw beeld op de rol van de hersenstructuren, die zijn aangedaan bij de ziekte van Parkinson”, concludeert professor Stan Gielen, biofysicus van het neuroinstituut van de KU Nijmegen. Hij baseert zijn uitspraak mede op het onderzoek van Noël Keijsers die 25 juni promoveert. Keijsers onderzoek kan gebruikt worden voor een objectieve Parkinsontest en draagt bij aan een beter begrip van de ziekte. Op dezelfde dag promoveert Marjan Admiraal op een fundamenteel onderzoek bij gezónde proefpersonen naar de relatie tussen kijken en reiken.

Starheid en tremor zijn de meest bekende symptomen van de ziekte van Parkinson. Daarom wordt de ziekte meestal geassocieerd met een neurologische afwijking van het motorische systeem. Dit beeld moet worden bijgesteld: uit Keijsers onderzoek blijkt, dat er minstens zo grote problemen zijn met het verwerken van sensorische informatie en dat deze problemen met de waarneming al veel eerder zichtbaar zijn dan de motorische problemen.

Bewegingswetenschapper Keijsers zocht eigenlijk naar een methode om overbeweeglijkheid bij Parkinson te beoordelen aan de hand van spierbewegingen. Overbeweeglijkheid is een bijverschijnsel van Parkinson-medicatie. Het grootste deel van zijn proefschrift is hieraan gewijd. Een toevallig experiment in de donkere kamer van zijn collega Admiraal – die fundamenteel onderzoek doet naar de relatie tussen kijken en reiken – gaf een interessante draai aan zijn onderzoek. Het experiment toont voor het eerst bij mensen aan dat de verwerking van waarnemingsprikkels is verstoord bij Parkinson. Proefdieronderzoek gaf hiervoor al eerder aanwijzingen.

De hersengebieden die worden aangetast door de ziekte van Parkinson. klik op de afbeelding voor een grotere versie

Kijken en reiken

Onthouden waar iets staat en er correct naar kunnen reiken, zonder kijken, is een trucje van het brein dat de meesten van ons behoorlijk goed beheersen. Hersenonderzoekers willen weten welke informatie nodig is om dit te doen. Slaan wij het beeld op ten opzichte van de ruimte om ons heen? Of is ons lichaam het referentiekader? Bovendien: hoe sturen we al die spieren in onze armen eigenlijk aan? Hoe komen we van kijken naar reiken?

Marjan Admiraal promoveert 25 juni op een onderzoek naar dit onderwerp Zij deed haar onderzoek in een verduisterde kamer en ontdekte dat haar – gezonde – proefpersonen veel beter presteren op hun kijk-reiktaak als een lichtje op hun vinger als hulp werd aangeboden. Het aanbieden van licht dat de contouren van de ruimte aangeeft, heeft dat effect niet. Admiraal trekt hieruit de conclusie dat we ons lichaam en niet de ruimte als referentiepunt nemen voor het onthouden van een object in de ruimte. Overigens presteren gezonde proefpersonen ook redelijk goed in het volslagen duister, hoewel de reikbeweging minder precies wordt naarmate de tijd tussen kijken en reiken groter wordt.

Parkinson in het donker

Noël Keijsers gebruikte de donkere kamer van Admiraal om te kijken hoe Parkinsonpatiënten de reiktaak volbrachten. Anders dan gezonde proefpersonen scoren zij onveranderlijk slecht als ze in het donker naar een eerder getoond object moeten wijzen. Keijsers ontdekte dat een lichtje op de wijsvinger de beginnende Parkinsonpatiënt bijna net zo goed laat reiken als een gezonde proefpersoon. De patiënt blijkt dus in staat om het gebrek aan gevoelsinformatie over waar hun arm zich bevindt te compenseren met visuele informatie. Dit effect neemt evenredig af met het voortschrijden van de ziekte.

Bekend is dat Parkinsonpatiënten problemen ondervinden met de propriocepsis: het gevoel van de positie van ledematen (zie kader hieronder). Normaal merken deze patiënten hier weinig van omdat ze hun visueel systeem gebruiken om bewegingen nauwkeurig te coördineren. “Zo is de ervaring dat een Parkinsonpatiënt makkelijker een straat kan oversteken bij een zebra-pad,” vertelt Keijsers. “De strepen op de weg zijn een visuele hulp om de beweging te sturen.”

Proprioceptie…In al je spieren en gewrichten van je lichaam zitten minuskuul kleine sensoren die we proprioceptoren noemen. Deze proprioceptoren meten continu de spanning en stand van je spieren en de stand van je gewrichten. Al deze informatie gaat naar je kleine hersenen (cerebellum). Hierdoor “weten” je kleine hersenen dus altijd precies in wat voor stand je lichaam staat, hoe je je benen hebt staan, wat je op dat moment met je armen aan het doen bent en, wat nog veel belangrijker is, of je nog wel in evenwicht bent! Proprioceptie zorgt er in feite voor dat jij alle bewegingen die je wilt maken, kunt maken; zonder dingen om te stoten of uit evenwicht te raken!

Heel opmerkelijk is dat het gebruik van visuele informatie afneemt naarmate de ziekte van Parkinson voortschrijdt. De verwerking van informatie over de lichaamshouding verdwijnt kennelijk eerder dan de visuele informatieverwerking. Met de bevindingen uit de doka legt Keijser de basis voor een test die objectief de ernst van Parkinson kan meten. Tot nu toe waren Parkinsontests gebaseerd op oordelen van patiënten zelf of die van (para)medici.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 juni 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.