Je leest:

Exoplaneten direct gezien

Exoplaneten direct gezien

Auteur: | 23 maart 2005

Dat ook buiten het zonnestelsel planeten bestaan weten we al jaren, maar zo’n exoplaneet direct waarnemen is moeilijk. Amerikaanse sterrenkundigen wisten met een handige truuk het infraroodlicht van een exoplaneet op te vangen.

Met veel bombarie kondigde NASA een belangrijke doorbraak in de jacht op exoplaneten aan. Tijdens een online persconferentie op 22 maart werd duidelijk waar het om ging: twee teams onder leiding van Drake Demming (NASA’s Goddard Space Flight Center) en David Charbonneau (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) hebben het infraroodlicht van planeten rond andere sterren opgevangen. Dat is erg knap, want meestal overstraalt een ster zijn planeten volkomen.

Overigens waren de beide exoplaneten rond de sterren HD 209458b en TrES-1 al eerder ontdekt; er is dus geen nieuwe waarneming gedaan, maar wel een andere manier gevonden om gevonden exoplaneten te onderzoeken. In beide gevallen ging het om hete Jupiters: gasreuzen die zo zwaar als Jupiter zijn (of zwaarder) en in een krappe baan binnen een paar dagen om hun ster cirkelen.

Artist’s concept: Drake en Demming vergeleken het licht dat Spitzer opving als de exoplaneten voor en achter hun ster zaten. Het extra licht dat ze zagen als de exoplaneet zichtbaar was, konden zo door de ene meting van de andere af te trekken isoleren: een directe waarneming van de exoplaneten. bron: NASA

Aftreksom

Exoplaneten worden meestal ontdekt door het effect dat ze hebben op hun moederster. Een zware gasreus en zijn ster draaien meetbaar rond een gemeenschappelijk zwaartepunt, en dat is zichtbaar als een regelmatige verkleuring van het sterlicht ( Dopplermethode). De planeten rond HD 209458b en TrES-1 werden overigens op een andere manier gevonden: de Transit-methode. Daarbij kijken sterrenkundigen of de hoeveelheid licht die een ster uitzendt regelmatig een dipje vertoont: dan trekt er namelijk een exoplaneet voor langs. Beide methodes zijn indirect van aard.

Deming en Charbonneau gingen anders te werk: met behulp van NASA’s infraroodtelescoop Spitzer vingen ze het licht van sterren met exoplaneten op terwijl de planeet achter de ster zat of er juist naast beweeg. Door het licht uit die beide gevallen van elkaar af te trekken hielden ze alleen het licht van de exoplaneten zelf over: een directe waarneming.

Deming en Drake hebben met de Spitzer-telescoop het infraroodlicht van twee exoplaneten opgevangen, en daaruit is veel meer informatie uit af te leiden dan uit de Doppler-methode. Bijvoorbeeld de samenstelling van de atmosfeer van de gasreus, of de hoge temperatuur die hij door zijn korte afstand tot zijn ster heeft: minstens 727 graden Celsius.

Niet de eersten?

NASA mag dan claimen als eerste het echte licht van een exoplaneet te hebben gezien, de zuidelijke Europese sterrenwacht ESO is de Amerikaanse organisatie misschien voor geweest. In september 2004 maakte een team van sterrenkundigen bekend dat ze een planeet rond de bruine dwerg 2M1207 zagen cirkelen. Een bruine dwerg is een mislukte ster, te licht om in zijn binnenste kernfusie te doen ontsteken. Daardoor overstraalt 2M1207 zijn planeet niet en konden de astronomen met ESO’s Very Large Telescope op de Chileense berg Paranal het licht van de planeet direct opvangen.

Compositie-foto van de bruine dwerg 2M1207 (midden) en zijn begeleider (linksonder). Is dit dan hoe een verre planeet er echt uitziet? bron: ESO

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 maart 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.