Je leest:

Exoplaneet gezien

Exoplaneet gezien

Auteur: | 17 september 2004

Sterrenkundigen van het European Southern Observatory (ESO) denken dat ze als allereersten het licht van een planeet buiten het zonnestelsel hebben gezien. Andere exoplaneten zijn allemaal via indirecte methoden ontdekt.

Exoplaneten zijn hot. ESO kwam twee weken geleden naar buiten met spectaculair nieuws over een nieuwe, superlichte buitenaardse planeet. Een paar dagen ging NASA daar nog eens overheen met een eigen stel van die lichtgewichten. Al die exoplaneten zijn indirect gevonden, door te zoeken naar de invloed die ze op hun moederster hebben. Een team ESO-wetenschappers onder leiding van Gael Chauvin en Cristophe Dumas claimt nu een doorbraak. Zij hebben voor het eerst een exoplaneet direct gezien bij de doodgeboren ster 2M1207.

Compositie-foto van de bruine dwerg 2M1207 (midden) en zijn begeleider (linksonder). Is dit dan hoe een verre planeet er echt uitziet? bron: ESO Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Onze zon is lang niet de enige ster met planeten. Sterrenkundigen hebben er sinds 1995 meer dan 130 ontdekt: exoplaneten heten die planeten rond verre sterren. Anders dan zijn voorgangers is de planeet bij de bruine dwerg 2M1207 echt met een telescoop gezien. Andere exoplaneten zijn ontdekt door de kracht waarmee ze hun moederster heen en weer doen wiebelen of doordat ze voor hun ster langstrekken en die éventjes iets doen dimmen.

Waarom is het zo moeilijk exoplaneten direct in beeld te krijgen? In de regel straalt een ster veel meer licht uit dan zijn omringende planeten kunnen weerkaatsen. Een telescoop die gevoelig genoeg is om het beetje licht van een exoplaneet op te vangen raakt compleet verblind door de bijbehorende ster. Bij 2M1207 ligt dat iets anders; deze ster zendt nauwelijks eigen licht uit. Daarom konden Chauvin en Dumas zijn begeleidende planeet onderscheiden.

Chauvin en Dumas geven wel toe dat hun ontdekking nog niet honderd procent zeker is. Onafhankelijke onderzoekers moeten hun waarnemingen in de komende jaren testen. Het ESO-team weet namelijk bijna zeker dat hun exoplaneet geen ster op de achtergrond is – maar niet helemaal zeker.

Als rond 2M1207 inderdaad een exoplaneet draait, zou het stelsel er ongeveer zó uitzien: de planeet, die zelf tegen de 25 Jupiter-massa’s weegt, draait op 55 Astronomical Units (de afstand tussen de aarde en de zon) rond zijn ster. Ter vergelijking is ons eigen zonnestelsel ingetekend. bron: ESO Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Mislukte ster: Bruine dwergen zoals 2M1207 zijn maar een paar keer zo zwaar als onze reuzenplaneet Jupiter. Ze zijn zó licht, dat de druk in hun binnenste niet hoog genoeg is om kernfusie te onderhouden. Kernfusie levert in onze zon en andere ‘normale’ sterren licht en energie, maar in gasmassa’s die minder dan 75 keer zo zoveel wegen als Jupiter gebeurt dat niet.Eigenlijk is het enige verschil tussen een bruine dwerg en een gasplaneet de ontstaansgeschiedenis. Bruine dwergen ontstaan net als andere sterren in het centrum van grote, samentrekkende gaswolken. Dat proces duurt zo’n miljoen jaar. Als de gaswolk te weinig materiaal bevat, komt in het centrum geen kernfusie op gang. Een gasplaneet ontstaat aan de buitenkant van zo’n samentrekkende gaswolk. In de kern van de wolk ontstaat een ster, terwijl in de buitenregio’s materiaal samenklonterd tot planeten. Planeetvorming is een veel langzamer proces dan stervorming; er kan volgens sterrenkundigen wel 10 miljoen jaar overheen gaan.

Het ESO-team deed zijn onderzoek met de Yepun-telescoop, een van de vier grote telescopen die samen de Very Large Telescope (VLT) op de berg Paranal in Noord-Chili vormen. Daar konden de sterrenkundigen namelijk beschikken over de gevoelige infraroodsensor CONICA en de NAOS-apparatuur, waarmee atmosferische storingen zijn weg te filteren. Door NAOS haalt het VLT-complex een ongekende beeldscherpte en heeft de samengestelde telescoop geen last van trillingen in de lucht.

Dit artikel is een publicatie van European Southern Observatory (ESO).
© European Southern Observatory (ESO), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.