Je leest:

Evolutie walvis volgde die van alg

Evolutie walvis volgde die van alg

Auteur: | 9 maart 2010

Het soortenaantal aan walvissen nam enorm toe rond 10-13 miljoen jaar geleden. De reden ligt in de toename van hun voedsel: kleine algjes die ook een explosie aan diversiteit beleefden rond deze periode.

Walvissen (hier inclusief dolfijnen en bruinvissen) zijn zo’n beetje het toppunt van evolutie: ze stammen af van op het land levende evenhoevigen. Zo rond 50 miljoen jaar geleden ontstonden de eerste walvissen. Sindsdien nam hun soortenaantal toe met een piek in het Mioceen, ongeveer 10-13 miljoen jaar geleden. Waarom de walvissen zo sterk toenamen was tot nu toe niet helemaal duidelijk. Een nieuw onderzoek van Felix Marx en Mark Uhen gepubliceerd in Science vertelt dat piepkleine algjes ermee te maken hebben. Toen dit voedsel voor de walvissen sterk toenam, nam de diversiteit in walvissen ook toe.

De bultrug is één van de baleinwalvissen die een enorm portie algen inslikt per dag.
Creative Commons

Diatomeeën

Deze piepkleine algjes heten diatomeeën en leven in zowel in zoetwater als in de oceanen. De walvissen scheppen deze diatomeeën op door het water te filteren. Zo blijven veel diatomeeën achter in de walvis en stroomt het water via de bek weer naar buiten. Meer voedsel, meer walvissen. Logisch eigenlijk.

Het lijkt er sterk op dat toen de temperatuur op aarde afkoelde, de diatomeeën juist toenamen in soortenaantal. Of er een relatie is vertelt het onderzoek niet. Wel melden de wetenschappers dat variaties in de temperatuur de diversiteit van walvissen mede bepalen.

Diatomeeën onder de microscoop. Soms lijken ze op een pillendoos, anderen zijn langgerekt.

Ander plankton.

De onderzoekers hebben niet alleen een overeenkomst tussen de diversiteit van diatomeeën en walvissen getest. Ook namen ze nannoplankton mee in hun onderzoek, maar deze bleken niet dezelfde trend weer te geven. Blijkbaar hadden de walvissen het vooral op de diatomeeën voorzien.

De coccolithoforen worden gezien als nannoplankton.
Creative Commons

Bevooroordeeld?

Van sommige tijdsperioden op aarde is er meer gesteente bewaard dan van anderen. Een algemene regel is dat hoe verder je terug gaat in de tijd des te minder er bewaard is. Een andere is dat bij een hoge zeespiegel de continenten deels onderlopen: er wordt sediment afgezet dat later gesteente vormt. Bij een lage zeespiegel wordt er daarentegen relatief weinig gesteente gevormd.

Voor de studie hebben Marx en Uhen daarom rekening gehouden met hoeveel gesteente er was voor de bestudeerde tijdsperioden. Hierdoor konden ze uitsluiten dat de piek in diversiteit van de walvissen en diatomeeën komt doordat er simpelweg meer gesteente van bewaard is. En meer gesteente betekent meer vondsten.

Nog een mogelijk probleempje die Marx en Uhen wisten te omzeilen: ze berekenden de diversiteit per tijdseenheid, niet per tijdsperiode. Tijdsperioden bestaan namelijk niet uit een gelijk aantal miljoenen jaren. Het wél per tijdsperiode berekenen van de diversiteit zou een vooroordeel kunnen introduceren. Immers: hoe langer de periode, hoe hoger de kans op vondsten. Op deze manieren zorgden de onderzoekers er dus voor dat hun onderzoek zo objectief mogelijk was.

Het kleine leven van dit onderzoek bepaalt dus het grote leven. Om de groten te begrijpen moet dus vaak naar het kleine gekeken worden. Hoe klein? Zo klein als het voedsel van het grote dier is.

Referentie:

Marx & Uhen, 2010. Climate, Critters, and Cetaceans: Cenozoic Drivers of the Evolution of Modern Whales. Science 327: 993-996.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 maart 2010
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.