Je leest:

Eugenetica in Nederland

Eugenetica in Nederland

Auteur: | 7 september 2002

Nederland kende een levendige eugenetische beweging aan het begin van de 20e eeuw, maar dat heeft niet geleid tot wetgeving op dat gebied. In tegenstelling tot de landen om ons heen.

Gedwongen sterilisaties van vrouwen die leven in arme gebieden. Om de overbevolking tegen te gaan werden op bevel van de autocratische president Albert Fujimori tienduizenden Peruaanse vrouwen gesteriliseerd, al dan niet vrijwillig. Dit gebeurde tussen 1996 en 1999.

Het zijn prakijken op de valreep van de twintigste eeuw die meteen het morele ijkpunt van die eeuw in herinnering roepen: de moord op zes miljoen joden door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Het treurige hoogtepunt van het idee dat sommige ‘rassen’ minderwaardig zijn, de eugenetica.

Maar de puur Duitse associatie met eugenetica is onterecht. Zweden, Frankrijk, Oostenrijk, Finland, Noorwegen, Zwitserland, Verenigde Staten. In al deze landen zijn tienduizenden mensen gesteriliseerd: alcoholisten, gevangenen, zwakzinnigen, epileptici en armen. De maakbare samenleving begint bij het indammen van de voortplanting van de onaangepasten. Totalitaire trekken in westerse landen waar voor én na de Tweede Wereldoorlog, tot in de jaren zeventig, dit soort eugenetische praktijken plaatsvonden.

Schadelijk voor het ras

‘Bij wilden worden de zwakken van lichaam of geest spoedig geëlimineerd […]. Wij beschaafde mensen daarentegen doen ons uiterste best om het eliminatieproces tegen te gaan; wij bouwen gestichten voor de imbecielen, de verminkten en de zieken […]. Op die wijze planten de zwakke leden van beschaafde samenlevingen hun aard voort. Niemand […] zal betwijfelen dat dit zeer schadelijk moet zijn voor het menselijk ras.’

Een citaat uit Charles Darwin’s boek ‘De afstamming van de mens’ uit 1871. De wortels van het sociaal darwinisme, de strijd tussen hogere en lagere klassen, zijn duidelijk zichtbaar. Voeg daarbij het racisme (geïnspireerd op de koloniale contacten met anders-uitzienden) en de ‘genetica’ (de kiemplasmatheorie van Weismann) en de laat-19e-eeuwse cocktail waaruit eugenetica kon ontstaan is compleet.

De eugenetica was een westerse uitvinding die overal aanhangers had. Ook in Nederland. Het grote verschil met landen zoals de Verenigde Staten en Zweden is dat er in Nederland nooit wetten zijn aangenomen die het blanken verbood met zwarten te trouwen (omwille van de ‘raciale integriteit’) of wetten die de sterilisatie van zwakzinnigen, epileptici en paupers goedkeurden.

Nederland had zijn eigen pleitbezorgers van de eugenetica. Arts Marianne van Herwerden was daar de meest uitgesproken van. In 1920 werd ze gepasseerd als nieuwe hoogleraar embryologie aan de Universiteit Utrecht. Ter compensatie ontving ze een speciale beurs die het haar mogelijk maakte een reis van een half jaar door de Verenigde Staten te maken. Aan de overkant van de Atlantische Oceaan raakte ze enthousiast over eugenetica.

In de Verenigde Staten werden zwakzinnigen, dronkaards en gevangenen gesteriliseerd. Vooral in de staat Californië namen sterilisaties een grote vlucht. In 1935 waren er in Amerika al twintigduizend mensen gesteriliseerd, waarvan de helft in Californië. Verder verboden in veel staten huwelijkswetten het mensen van verschillende rassen, zoals blanken en negers, met elkaar te trouwen.

Terug in Nederland stelde Van Herwerden zich tot taak de eugenetica hier uit te dragen. Ze publiceerde haar ideeën in medische tijdschriften. In 1930 stond ze aan de wieg van de Nederlandse Eugenetische Federatie. Een fusie van verschillende eugenetische organisaties en een poging om de versnipperde Nederlandse eugenetische beweging onder een noemer te brengen.

Kruisende zwakzinnigen

In 1926 schreef Van Herwerden het boek ‘Erfelijkheid bij de mens en eugenetiek’. Daarin stelt ze niet dat het mengen van rassen schadelijk is. Wel ageert ze tegen de grote voortplantingssnelheid van lagere bevolkingsgroepen. Om van het probleem van kruisende zwakzinnigen af te komen, stelde ze voor de mannen en de vrouwen gescheiden te huisvesten. Een idee dat in Denemarken toen al gepraktiseerd werd.

Verschillende hoogleraren in de genetica spraken zich uit voor eugenetica. Biologe Tine Tames werd in 1919 aan de Groningse universiteit benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de erfelijkheid. Zij wilde het menselijke fenotype optimaliseren door hogere klassen meer kinderen te laten krijgen. In 1937 volgde de Wageningse geneticus Sirks haar op. Als de erfelijke aanleg van individuen de maatschappij schade berokkent, moet de overheid daar wat aan doen, vond Sirks. Een stapje verder ging de hoogleraar in de genetica Honing, rector magnificus in Wageningen. Sterilisatie van arme bevolkingsgroepen leek hem een terechte zaak. Verder zou de mensheid op een hoger niveau kunnen komen door rasveredeling.

Andere bekende namen in de eugenetische beweging zijn Sebald Rudolf Steinmetz en Jan Rutgers. Steinmetz was hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ergerde zich al vanaf het einde van de 19e eeuw aan de uitdijende verpauperde onderklasse van de maatschappij. Daarom wilde hij de voortplanting van de hogeren bevorderen, door het geven van financiële steun aan goede gezinnen. Rutgers, de naamgever van de huidige Rutgersstichting, was de leider van de Nieuwe Malthusiaanse Bond. Deze organisatie maakte zich zorgen over de almaar groeiende bevolking en propageerde dan ook voor het gebruik van condooms. Los daarvan publiceerde Rutgers in 1905 een boek waarin hij pleitte voor sterilisatie van minderwaardigen, dat kwam vaak neer op de armen die in erbarmelijke omstandigheden leefden.

Geen voet aan de grond

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland komen twee namen naar voren, die van gynaecoloog Van der Hoeven en van SS-bioloog Stroër. Van der Hoeven, lid van de NSB en later van de Germaanse SS, meldde zich vrijwillig bij de Duitsers aan om joodse vrouwen te steriliseren.

Ströer studeerde biologie in Amsterdam waar hij in 1933 ook promoveerde. Tijdens de bezetting werkte hij samen met de Duitsers om een eugenetisch-instituut in Nederland op te richten. Om de benodigde kennnis op te doen, werkte hij anderhalf jaar in Duitsland bij twee onderzoeksinstituten voor rasverbetering. In 1944 werd hij tot bijzonder hoogleraar in Groningen benoemd.

In Nederland kreeg de eugenetica nooit echt voet aan de grond. Wetenschapshistoricus Rob Visser en arts/microbioloog Huub Schellekens dragen daar in hun boek ‘De genetische manipulatie’ uit 1987 verschillende redenen voor aan. De Nederlandse beweging was versnipperd, ze liep twintig jaar achter op het buitenland – waardoor het tegengeluid al weer krachtig klonk. Bovendien was de Katholieke kerk mordicus tegen maatregelen die het hebben van nageslacht in de weg stonden. Terwijl dat nou juist de kern van de eugenetica vormde.

Literatuur

Huub Schellekens en Rob Visser, ‘De genetische manipulatie’, 1987. Jan Noordman, ‘Om de kwaliteit van het nageslacht’. Eugenetica in Nederland 1900-1950,’ proefschrift, 1989.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 september 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.