Je leest:

Er is weer leven in de brouwerij

Er is weer leven in de brouwerij

Auteur: | 15 september 2009

Een flesje wijn valt soms vies tegen. Dat kan komen doordat micro-organismen tijdens het brouwen van wijn doodgaan en vieze smaakjes achterlaten. Spaanse wetenschappers denken hiervoor een nieuwe oplossing te hebben.

Wijn maken ziet er altijd zo gezellig uit. In lifestyle-magazines en op TV zien we goed gebruinde boeren en vrijwilligers druiven van de wijngaard plukken, waarna ze hand-in-hand de druiven met blote voeten fijnpersen. Maar daaronder gaat een boze wereld schuil: die van de hardwerkende gistcel.

Gistcellen zijn minuscule schimmels die het verschil maken tussen druivensap en wijn: ze eten de suikers van platgestampte druiven en poepen alcohol uit. Om dat voor elkaar te krijgen werkt een groep gistcellen zich op den duur letterlijk dood. Als ze eenmaal doodgaan, en dat is onvermijdelijk, geven ze een vieze geur en smaak af. Wijnmakers vervangen daarom regelmatig het gist, maar dat kan niet voorkomen dat er uiteindelijk toch een paar slecht smakende flessen wijn tussen zitten.

Spaanse gistexperts van de Universiteit van Valencia komen nu met een oplossing voor het vroegtijdig overlijden van gist: verander het DNA van hardwerkende gistcellen, zodat ze langer meegaan. Volgens hoofdonderzoeker Agustín Aranda, die zijn vondst op een bijeenkomst van microbiologen in Groot-Brittannië presenteerde, zorgt een langer levende gistcel voor lekkerdere wijn, en zullen wijnmakers minder kosten kwijt zijn aan gistvervanging.

Om gist een langer leven te schenken, sleutelden Aranda en zijn collega’s aan het DNA van de wijngist. Ze vervingen het gen waarmee de gistcel bepaalt of zijn omgeving nog prettig is om in te leven. Wordt de stress te hoog, dan houdt de gistcel het voor gezien. Bij wijngist is deze zogenaamde stressdrempel al vrij hoog, maar de biologen laten zien dat het nieuwe gen ervoor zorgt dat de gistcel nóg langer doorbikkelt.

Volgens Aranda zijn er meer genen te vervangen. In een e-mail legt hij uit dat gistcellen eveneens niet van het houdbaarheidsmiddel sulfiet houden. Aranda heeft het stressgen voor sulfiet al gevonden, maar er nog niet aan gesleuteld.

Op de vraag of wijnmakers zijn nieuwe gist al gebruiken, zegt Aranda: “Daar is ons onderzoek nog iets te pril voor. We willen eerst meer testen.” Als Aranda’s genetisch veranderde wijngist wel klaar is voor gebruik, moet hij natuurlijk ook nog goedgekeurd worden door de Europese Unie, én waarschijnlijk ook door kritische wijnexperts. Hoe dan ook, er bestaat een behoorlijke kans dat je in de toekomst een slok kunt nemen uit een glaasje gentechwijn.

Zie ook

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 september 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.