Je leest:

Energiemix in 2030: elektriciteit en waterstof?

Energiemix in 2030: elektriciteit en waterstof?

Auteur: | 25 april 2011

Welke energie gebruiken we in 2030? Deze vraag staat centraal in een nieuw programma van Shell, waarvan dinsdag 19 april de startbijeenkomst werd gehouden. Op de ‘Shell Future Energy 1st Circle’ gaven experts hun visie op de toekomst van onze energievoorziening.

AutoRAI Amsterdam, hal 4-5. In de ene helft van de hal zijn studenten druk aan het sleutelen. Voor hen is dit de testdag voor de Shell Eco-marathon en is het zaak een zelfgebouwde auto zo soepel mogelijk te laten draaien. Aan de andere kant van de hal is een moderne variant van een arena gebouwd.

In deze arena vindt de ‘Shell Future Energy 1st Circle’ plaats; de eerste bijeenkomst binnen een nieuw energieprogramma van Shell, waarmee het bedrijf ‘helderheid wil scheppen in het energievraagstuk’. In verschillende sessies gaan experts en genodigden met elkaar in gesprek over de laatste technologische innovaties op het gebied van energie.

Zo zuinig mogelijk

Niet “wie is de snelste?”, maar “wie rijdt het verst?”; daar gaat het om bij de Shell Eco-marathon. Studenten en scholieren moeten met een zelfgebouwde wagen de grootst mogelijke afstand afleggen op (omgerekend) één liter brandstof. Dat mag benzine zijn, maar ook diesel, Gas-to-Liquid (GTL), biobrandstof (biodiesel), elektriciteit, waterstof of zonne-energie. Het wereldrecord is in handen van een Frans team en staat op 4896 kilometer, gereden met een brandstofcel. Het Eco-Runner team van de TU Delft is Nederlandse recordhouder met 2282 kilometer (op waterstof).

Ter voorbereiding op de finale (26 t/m 28 mei op de Lausitzring in Duitsland) mochten de teams op de testdag in de AutoRAI een proefrit maken. Ook werd hier een design- en een duurzaamheidsprijs uitgereikt. Bezoekers van de AutoRAI verkozen de wagen van Hogeschool Zuyd in Heerlen tot het voertuig met het mooiste ontwerp en hiermee wonnen de studenten de Designprijs. De Duurzaamheidsprijs ging naar het Stedelijk Gymnasium uit Haarlem.

Energiemix 2030

‘Shell Future Energy’ moet helpen bepalen wat onze ‘energiemix’ van de toekomst wordt. “De bevolkingsgroei in combinatie met de welvaartsgroei leidt ertoe dat we in 2030 aanzienlijk meer energie nodig hebben. De vraag is waar we die vandaan gaan halen,” vertelt Ewald Breunesse, manager Energietransitie bij Shell. “Het antwoord willen we vinden met behulp van de bevolking. We hebben een online tool ontwikkeld, de FUTURE ENERGY Mixer, en hiermee kun je bepalen wat jouw ideale energiemix zou zijn: is het voornamelijk zonne-energie of toch bijvoorbeeld aardgas? Deze informatie nemen we mee in ons beleid en kan wellicht ook door de overheid gebruikt worden. Het laat tenslotte zien hoe Nederland over energie denkt.”

Leren over energietransitie

De Mixer is bedoeld als communicatiemiddel, om je meer te leren over de energietransitie, zodat je beter begrijpt welke factoren een rol spelen. De samenhang tussen je antwoorden en jouw ‘energiemix’ is gebaseerd op het Energietransitiemodel. Dat is een model waarmee bedrijven en overheden de energietoekomst van nu tot aan 2050 analyseren. Hierin wordt er onder andere vanuit gegaan dat het niet mogelijk is om binnen 15 jaar volledig over te stappen op duurzame energiebronnen, gezien de beschikbaarheid en betaalbaarheid. Vandaar dat olie en gas de voornaamste energiebronnen blijven in je energiemix tot aan 2030, welke antwoorden je ook invult…

Om iets over je energiemix te kunnen zeggen, is vooral betere informatie nodig. Uit onderzoek (uitgevoerd in opdracht van Shell) blijkt namelijk dat slechts vijf procent van de Nederlanders de informatievoorziening over energie duidelijk vindt. Met het nieuwe energieprogramma wil het bedrijf hier verandering in brengen.

Breunesse: “We willen feiten brengen, objectieve informatie, zodat mensen zelfstandig een mening kunnen vormen. Het doel is dat Nederland straks meer kennis heeft over onze energievoorziening.” En waarom doet Shell dit allemaal? “We willen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid oppakken,” aldus Breunesse. “Daarnaast is het tegenwoordig belangrijk om in te spelen op de geluiden uit de samenleving en dat is wat we willen doen.”

Niet laden, maar wisselen

Eén van de sprekers op de ‘1st circle’ is Hans de Boer. Hij is manager bedrijfsontwikkeling bij Better Place, een bedrijf gespecialiseerd in alles wat met elektrisch rijden te maken heeft. Volgens hem rijden er in 2030 geen auto’s meer op benzine of diesel in Europese steden, maar op elektriciteit. “Bij elektrisch rijden gaat het voornamelijk om het bereik. De grootste afstand is nu zo’n 150 kilometer. Dat lijkt weinig, maar de meeste mensen rijden per rit niet méér dan dat. Zeker binnen de stad is elektrisch rijden daarom een zeer geschikt alternatief,” aldus De Boer.

Maar als je een keer wat verder weg wilt – op vakantie bijvoorbeeld – wordt het lastig. Better Place bedacht daarvoor een oplossing: de wisselstations. Die zien eruit als wasstraten: je rijdt je auto naar binnen, op een brug, en een robotarm haalt de lege batterij uit de auto en plaatst een volle. Binnen twee minuten is het gepiept.

De Boer: “Zolang je binnen de 150 kilometer blijft, is opladen geen probleem, want dat doe je gewoon thuis of op je werk. Maar ga je verder, dan is het wisselen een mooie oplossing.” In Tokyo werd in 2009 een proef gehouden met het systeem en die verliep goed. “Het liet zien dat het kan,” zegt De Boer, “en nu gaan we twee volledige landen implementeren; Denemarken en Israël.”

Smart charging

Een ander concept van Better Place is het ‘smart charging’. Dat houdt in dat een centraal computersysteem het opladen van de auto’s regelt, zodat vraag en aanbod van stroom op elkaar wordt afgestemd. Dat klinkt als een smart grid, maar het verschil is dat de auto’s van Better Place (nog) geen stroom terugleveren aan het netwerk, wat bij een smart grid wel zou gebeuren. Zie voor meer informatie dit persbericht

De keuze is op die landen gevallen omdat het belastingstelsel daar gunstig is voor elektrisch rijden, wat inhoudt dat elektrisch rijden snel betaalbaar is voor de bevolking. In Nederland is er ook wel een ‘voordeelregeling’, maar die geldt voor schoon rijden in het algemeen, dus ook voor sommige auto’s op brandstof. Mensen worden daardoor toch minder gestimuleerd om elektrisch te gaan rijden.

Elektrisch op waterstof

Naast laden en wisselen, is er nog een manier om elektrisch te rijden: op waterstof. “Elektrisch rijden wil zeggen dat de auto aangedreven wordt door een motor op elektriciteit,” legt De Boer uit, “en die stroom kan ook komen van een brandstofcel op waterstof.” Op dit moment zijn brandstofcellen echter duur en het opzetten van een netwerk van stations vergt grote investeringen. “Die ontwikkeling kost waarschijnlijk nog een paar jaar, terwijl elektrisch rijden nu al ‘uitgerold’ kan worden. Daarom wordt daar nu vooral op ingezet,” aldus De Boer.

“Nederland richt zich voorlopig inderdaad op elektrisch rijden,” vertelt Remco Hoogma, onafhankelijk onderzoeker en adviseur op het gebied van duurzame mobiliteit. “Maar op Europees niveau wordt er eigenlijk net zo veel geïnvesteerd in waterstof. Het probleem is alleen dat voor het écht doorvoeren van de waterstoftechnologie nu een grote sprong nodig is, terwijl elektrisch rijden meer geleidelijk – en dus goedkoper – ingezet kan worden.”

De Boer (links) en Hoogma (rechts) staan in de ‘circle’.

Eén moet de eerste zijn

Hoogma vertelt dat vooral de infrastructuur een obstakel vormt voor het gebruik van waterstof. “Zonder infrastructuur heeft het geen zin om op waterstof te rijden, maar het aanleggen van een waterstoftankstation is erg duur. Aan de andere kant bedien je met één station wel veel mensen, in tegenstelling tot een elektrische laadpaal, waar je met één tegelijk terecht kunt.”

Het is een soort kip-eiprobleem, waarbij iemand de eerste stap moet zetten. Hoogma denkt dat dat in Duitsland zal gebeuren. “Duitsland is een land met een hele sterke auto-industrie dus daar kijkt men veel serieuzer naar de toekomst van die industrie dan wij in Nederland. En als zij zien dat er een tekort aan olie komt en dat men in Japan hard werkt aan de brandstofcel, dan willen ze niet achterblijven.” Dat blijkt bijvoorbeeld uit overeenkomsten die autofabrikanten en de overheid met elkaar sluiten.

Het Europees inzetten op zowel elektrisch rijden als op waterstoftechnieken is volgens Hoogma een logische keuze. “De landen in Europa hebben verschillende achtergronden: Nederland is een gasland, Polen heeft een kolenverleden, enzovoorts. Een energiemix van elektrisch en waterstof kan landen bij elkaar brengen, want met één of twee voertuigtechnieken kun je die mix in alle landen laten slagen.”

h4. WikiMobi Hoogma is medeoprichter van de website WikiMobi. Dat is een wikipedia-achtige pagina met inzichtelijke en betrouwbare informatie over duurzame mobiliteitsopties.

Zie ook:

Lees meer over duurzame energie en autotechniek op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/duurzame-energie/autotechniek/index.atom?m=of", “max”=>"7", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 april 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.