Je leest:

En we gaan over tot de orde van de dag…

En we gaan over tot de orde van de dag…

Auteur: | 20 maart 2006

De gemeenteraadverkiezingen zitten erop. De nieuw verkozen raadsleden zijn geïnstalleerd en op lokaal niveau lopen de onderhandelingen over de collegevorming. Waarbij de uitkomst bepaald niet tevoren vast staat, zoals winnaar PvdA in diverse gemeenten pijnlijk heeft ondervonden. En verder? Verder niet zoveel eigenlijk, aldus de politicoloog Joop van Holsteyn.

Voorafgaande aan de raadsverkiezingen van 7 maart deed ik op deze plek enkele voorspellingen. De kern daarvan was, dat de landelijke politiek een zware schaduw zou werpen over de lokale verkiezingen. De aanloop zou bepaald worden door de Bossen en Balkenendes, zo merkte ik op. Een makkelijke voorspelling natuurlijk. In eerdere jaren waren het tenslotte ook vooral landelijke kopstukken die letterlijk overal hun gezicht lieten zien en stem lieten horen, al ging het bij de betreffende verkiezingen om de strijd tussen hun politieke geestverwanten op lokaal niveau.

Inderdaad, op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen was er op televisie het gebruikelijke slotdebat. Met daarin wederom de onvermijdelijke landelijke politici, van wie de vertegenwoordigers van oppositiepartijen zeker wisten dat de kiezers die dag het regeerbeleid van het kabinet-Balkenende hadden afgekeurd. De winst van PvdA en SP, en wellicht ook ChristenUnie, moest toch vooral op die manier worden begrepen. En om nog eens de landelijke betekenis van het lokale electorale proces te onderstrepen, trok vervolgens de politiek aanvoerder van de landelijke VVD, Jozias van Aartsen, diep in de nacht van 7 op 8 maart zijn politieke consequenties. De leider van de VVD-fractie in de Tweede Kamer (!) had, zo liet hij achteraf weten, voor zichzelf een grens van 14 procent kiezersaanhang gesteld. Nu hij die grens niet had behaald, trok hij het boetekleed aan en deed een stapje terug. Om op termijn plaats te maken voor hoogstwaarschijnlijk Mark Rutte, die het, zo is de hoop van zijn aanhangers en angst van tegenstanders, vast wel goed zal doen bij de kiezers.

Verder gaat men over tot de orde van de dag, althans wat de landelijke politiek betreft. De oppositie zal blijven roepen dat de kiezers het kabinet meer dan zat zijn, dat het beleid is afgestraft en dat er eigenlijk geen draagvlak meer is voor de zittende ploeg en daardoor uitgevoerde plannen. Het kabinet verwerpt uiteraard deze redenering en wacht hoopvol op het economische herstel en meer in het algemeen op de helende werking van de bittere pillen die het volk heeft moeten slikken. Over dik een jaar, kan men in die kringen horen, zal de maatschappelijke en economische situatie anders en beter zijn, en dan kunnen de politieke en electorale vruchten worden geplukt. Ondertussen wacht men, toch een tikkie zenuwachtig, gezien ook het rumoer in met name het CDA en de vraag naar het waarom en waartoe van het eigen bestaan bij D66, zo rustig als mogelijk af.

Jozias van Aartsen

Wat over een jaar bij de Tweede-Kamerverkiezingen gaat gebeuren, is niet te voorspellen. Ik kom dan ook niet met nogmaals een voorspelling op de proppen. Daar heb ik mijn redenen voor. Er zijn namelijk tal van factoren die maken dat het interpreteren van de lokale uitslag van 7 maart 2006 in het licht van de landelijke verkiezingen van mei 2007 moeilijk tot onmogelijk is. Het signaal dat eventueel van de raadsverkiezingen uit gaat is erg moeilijk te verstaan en te begrijpen, als er al zo’n signaal is. Ten eerste zijn er de lokale partijen, op 7 maart bij elkaar toch weer goed voor ongeveer 20 procent van alle stemmen. Omdat ‘de’ lokale partij niet bestaat en er varianten van zijn van links tot rechts, is het duister wat deze kiezers gaan doen bij Kamerverkiezingen. Hun keuze dan laat zich niet eenvoudig raden op basis van de lokale keuze ruim een jaar daarvoor. Alleen al de omvang en electorale onvoorspelbaarheid van deze groep maakt duidelijk dat een vertaling van raads- naar Kamerverkiezingen in hoge mate een slag in de lucht is.

Er is meer. Het feit dat zoals voorspeld in de aanloop van de raadsverkie¬zingen landelijke politici het beeld bepaalden, met een bijrol voor een enkel Rotterdams of Amsterdams lokaal kopstuk, mag niet de indruk wekken dat alle kiezers zich enkel en alleen door landelijke factoren hebben laten leiden. Zeker, boven de lokale verkiezingen hangt zoals gezegd de zware schaduw van de landelijke politiek. Van Aartsen heeft zichzelf verstrikt in precies deze logica. Maar dat laat onverlet dat een aanzienlijke deel van de kiezers zich bij de gemeenteraadsverkiezingen geheel of gedeeltelijk door lokale factoren en ontwikkelingen heeft laten leiden.

Ook Maurice de Hond gaf rond de gemeenteraadsverkiezingen aandacht aan de landelijke verkiezingen van volgend jaar.

Zo gaf in een recente peiling van het zogeheten internetpanel TOP van het televisieprogramma TweeVandaag 26 procent van de deelnemers aan dat bij de lokale partijkeuze de landelijke politiek de doorslag had gegeven. Voor niet minder dan 40 procent gaf de lokale politiek de doorslag, en voor 30 procent hadden landelijke en lokale factoren een gelijk gewicht. TNS- NIPO kwam eerder uit op een kwart van de kiezers dat zich volledig door plaatselijke kwesties liet leiden, terwijl voor een even grote groep landelijke zowel als lokale factoren van belang waren. Volgens Interview-NSS was er bij ruim 40 procent van de kiezers naar eigen zeggen een sterke invloed van de lokale politieke factoren op de partijkeuze.

De gegevens lopen aldus wel een beetje uiteen, maar de boodschap is helder: een aanzienlijk deel van het Nederlandse electoraat ziet gemeenteraads¬verkiezingen geheel of gedeeltelijk als een lokale aangelegenheid. Het feit dat in de gemeentelijke uitslagen nogal wat afwijkingen van de landelijke trend zijn te zien, wijst eveneens op de werking van lokale politieke factoren in het keuzeproces van 7 maart 2006. Bij Kamerverkiezingen spelen andere overwegingen een rol, wat weer wijst op een wankel bruggetje van het lokale naar het landelijke politieke niveau.

Ten derde is het electoraat van lokale en landelijke verkiezingen niet identiek, nog afgezien van het normale natuurlijke verloop, door sterfte enerzijds en het bereiken van de 18-jarige leeftijd anderzijds, ervan. Er is een aantal kiezers die op lokaal niveau wel en op landelijk niveau niet mogen stemmen. Hoe groot deze groep is onder de stemmers van gisteren is niet eenvoudig uit te maken, en evenmin wat hun keuze precies is geweest, maar in het zo proportionele stelsel dat Nederland nu eenmaal heeft is een paar procent genoeg voor betekenisvolle verschillen in uitkomst. Het verhaal gaat dat de PvdA het juist zo goed heeft kunnen doen op 7 maart, omdat relatief veel allochtonen de partij hun stem zouden hebben gegeven. Het is nog maar de vraag of al deze kiezers bij Kamerverkiezingen stemgerechtigd zijn.

Lodewijk Asscher, fractievoorzitter PvdA Amsterdam

Ten vierde is er een mogelijk opkomsteffect. Bij de raadsverkiezingen werd een respectabele opkomst van bijna 60 procent genoteerd. De opkomst bij de eerstvolgende Kamerverkiezingen zal daar hoogst waarschijnlijk ongeveer 15 tot 20 procent boven zal liggen. En als het zo is dat de mensen die om wat voor reden ook niet konden of wensten te stemmen bij de raadsverkiezingen dat wel gaan doen bij de landelijke verkiezingen, en als zij in hun voorkeur afwijken van de groep die bij beide gelegenheden stemde, dan heeft dat gevolgen. Opkomst¬effecten zijn dan wel in de regel bescheiden, maar ook bescheiden effecten kunnen cruciaal zijn. In 2003 zat er maar zo’n anderhalf procent tussen CDA en PvdA. Maar het CDA was met dat nipte verschil als grootste uit de stembus gekomen en had het initiatief bij de kabinets¬formatie.

In de voorbeschouwing deed ik een makkelijke voorspelling. Laat ik de nabeschouwing eindigen met het intrappen van een open deur. Het is nog ver naar de Kamerverkiezingen, er kan nog van alles gebeuren. Wie wist ruim een jaar voor de Tweed-Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 dat Pim Fortuyn zich in de strijd om de kiezer mengen zou? Tal van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, in termen van beleid en beleidsuitkomsten, internationale ontwikkelingen alsook op het personele vlak, zijn mogelijk voordat de campagne voor de Kamerverkiezingen van 2007 werkelijk van start gaat. De coalitiepartijen gokken juist voor hun electorale toekomst op die aanstaande ontwikkelingen. Het is goed mogelijk dat tegen die tijd de raadsverkie¬zingen van 7 maart 2006 ver weg en zo goed als vergeten zijn. Vanuit dat perspectief is het misschien alleen maar verstandig om de raadsverkiezingen te laten voor wat ze zijn geweest: een verdeling van raadszetels waarmee men op lokaal niveau weer vier jaar vooruit kan. De raden zitten weer vol leden, de eerste colleges zijn nu al weer gevormd.

Op lokaal niveau gaat men aldus over tot de orde van de dag. Misschien moest dat ook maar op landelijk niveau gaan gebeuren. Niet alleen verandert al dat napraten en speculeren, net als na een sportwedstrijd, bar weinig aan de uitslag, maar dat napraten over lokale verkiezingen in landelijke termen heeft zelfs om te beginnen al niet zo veel zin.

Over de auteur

Prof.dr. Joop van Holsteyn is universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden en momenteel als fellow werkzaam aan het Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS) te Wassenaar

Deze bijdrage is een uitbreiding en bewerking van een opiniebijdrage die verscheen in NRC Handelsblad van 8 maart 2006.

Voor enkele gegevens van de verkiezingen van 2006 vergeleken met eerdere gemeenteraadsverkiezingen, zie: Hester Tjalma, Vincent van Stipdonk & Raikmon Leeuwenburg, Gemeenteraadsverkiezingen in zicht, 1982-2006. Trends in opkomst, interesse en vertrouwen. Den Haag: SGBO, 2006.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 maart 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.