Je leest:

Electronische oorlog voeren geen luxeartikel meer

Electronische oorlog voeren geen luxeartikel meer

Auteur: | 30 juli 2001

Geen kogels maar antennes. Moderne legervoertuigen vol elektronica trekken eropuit. Met lange sprieten luisteren ze naar de vijand. Een enorme puls kan vijandelijke elektronica platleggen.

In de burgermaatschappij maken zendpiraten en opsporingsambtenaren elkaar het leven zuur. Het traceren en uit de ether halen van clandestiene zenders door de uitvoerende macht is een kat-en-muisspel.

Compagniescommandant majoor Harry Mulder: “Onze acties ontwrichten de dichtbevolkte Nederlandse ether gewoon teveel.”

Waar deze kemphanen lijnrecht tegenover elkaar staan, blijkt de scheidslijn tussen beide kampen bij 102 Elektronische oorlogvoeringcompagnie flinterdun. Om hun kunsten onder operationele omstandigheden te vertonen, wijken de militaire specialisten noodgedwongen uit naar Denemarken en Tsjechië. “Onze acties ontwrichten de dichtbevolkte Nederlandse ether gewoon teveel”, benadrukt compagniescommandant majoor Harry Mulder.

Diep in de Nederlandse Achterhoek, tegen de Duitse grens bij Eibergen, ligt de kazerne Kamp Holterhoek. Op deze moderne en ruim opgezette kazerne heeft 102 Elektronische oorlogvoeringcompagnie (Eovcie) haar onderkomen. “We zijn een verkenningseenheid die ook een wapensysteem in stelling brengt”, start Mulder zijn verhaal. “Zonder dat er vuurkracht aan te pas komt, kunnen de gevolgen van een stooraanval verwoestend zijn. Ogenschijnlijk doet eov geen pijn, maar dat is een illusie.”

Als voorbeeld noemt de commandant een oefening waarbij een brigade haar ondercommandanten en staffunctionarissen opdraagt de volgende avond om 20.00 uur op een bepaalde kaartcoördinaat te verschijnen. “Via onze ontvangers achterhaalden we zelfs de straatnaam en te bellen telefoonnummers. Dat is cruciale informatie voor je vijand. Op het genoemde tijdstip brengt de tegenstander vuur uit en is het einde oefening voor haar opponent. Bewustwording bij het gebruik van verbindingsmiddelen is daarom uitermate belangrijk.”

Schipperen

Korporaal-1 Raymond Hendrix: “Al op jonge leeftijd speelde ik met bakkies en deed ik mee aan vossenjachten.”

Het opsporen van vijandig radioverkeer en indien nodig deze verbindingen ontregelen, is de tweeledige taak van 102. Het binnen één eenheid opereren van stoorzenders als wapensysteem en peilers als verkennend element vraagt het nodige schipperen van de compagniesleiding. “Bij het aansturen merk je dat er tegenstrijdige belangen zijn”, erkent de commandant. Toch begrijpen beide kampen dat de één niet zonder de ander kan bestaan. “Binnen onze compagnie zijn we tot elkaar veroordeeld, want je zal eerst vijandelijke radiogolven moeten vinden voor je ze kan bestrijden.”

Voor deze taak beschikken de digitale krijgers van Mulder over twee parate en een mobilisabel peloton. Ieder peloton bestaat uit een eov-centrum dat in de rol van regisseur vier peilstations en twee stoorzenders aanstuurt. De vier peilstations zijn nodig omdat een goede positiebepaling kruispeilingen vereist. Dit is alleen te realiseren door de ontplooiing van meerdere peilstations in Fuchs pantserwielvoertuigen over een grote breedte.

Een van de chauffeur/bedienaars van dit van oorsprong Duitse wapensysteem is korporaal-1 Raymond Hendrix. Samen met zijn boordcommandant moet hij de Fuchs in stelling brengen, opstarten en goed laten functioneren. In oorlogstijd wordt de tweekoppige bemanning uitgebreid tot drie. “Het is onmogelijk om met z’n tweeën in die situatie ook nog bewakingstaken uit te voeren”, licht Hendrix toe.

Het stoorstation dat de Landmacht met Hendrix achter de knoppen in de strijd werpt, moet ook optreden tegen standaard combatnetradio’s. Een modernisering van zowel de stoorder als peiler staat voor de korte termijn op het programma. Moderne communicatiemiddelen komen hiermee binnen het bereik. Naast het speuren naar en belemmeren van deze verbindingen kan de pantserwagen andere netwerken ontregelen. Hendrix: “Onze krachtige zender veroorzaakt zo’n groot elektromagnetisch veld dat het andere elektronische apparatuur in de omgeving kan beïnvloeden.” Het creëren van zulke krachten behoort echter niet tot het eigenlijke takenpakket van 102 Eovcie.

Playlist

Fuchs pantserwielvoertuig.

Verantwoordelijk voor het opwekken van deze machtige radiogolven zijn de sprieten op het dak van de Fuchs. Iedere antenne heeft zijn eigen bereik. Hoe kleiner het exemplaar, des te hoger de frequentie. De vorm van de elektrische geleiders draagt bij aan het vermogen van het systeem. De logaritmisch periodieke afstanden tussen de diverse antennes hebben een versterkende en richtinggevende werking. Aan de hand van een stoorschijf berekent de bemanning de benodigde hoeveelheid vermogen om een bepaald doel te onderdrukken. Doorslaggevende waarden zijn de door de tegenstander gebruikte apparatuur, weersomstandigheden en de afstand tot het te bestrijden object. “Met zo min mogelijk vermogen proberen we zo effectief mogelijk te storen”, legt Hendrix uit.

Niet alleen ontregelt de elektronische oorlogvoeringcompagnie vijandelijke communicatie door haar verbindingen te storen, ze zet de tegenstander ook op het verkeerde been. Als ware etherpiraten sturen stoorstations eigen programma’s op de bandbreedte van de tegenpool de lucht in. Draaien de illegale radiomakers met name Nederlandse inhakers en meezingers, 102 Eovcie kiest voor een wat informatiever invulling van haar uitzending. De luisteraar een loer draaien staat hoog op hun playlist.

Blikken of blozen

Toch kan de eenheid niet ongestoord haar systemen overal in het strijdtoneel op vol vermogen draaien. Duwt de plaatselijke zendamateur zonder blikken of blozen de legale radiostations uit de ether, het overstemmen van de communicatie van medestanders blijkt uit de woorden van Hendrix alles behalve wenselijk. “Bij inzet houden we er altijd rekening mee dat er zo min mogelijk eigen troepen voor ons zijn, want die kunnen er last van ondervinden. We opereren daarom in de voorste linies.”

Het werkterrein van de digitale krijgers bevindt zich dus voornamelijk in de vakken van de voorbataljons. De eenheid probeert in de voorste rand weerstandsgebied, zo dicht mogelijk achter de eerste eigen posities te opereren. “De Fuchsen gaan niet op eigen houtje de toegewezen sectoren in, maar aan de hand van de gebiedscommandant. Hij is verantwoordelijk voor mijn personeel, aangezien onze pantserwagens een belangrijke troefkaart vormen.” Toch ligt niet alle druk op de schouders van de gasteenheid. De eov’ers horen zichzelf in de visie van de majoor regelmatig te verplaatsen en er zorg voor te dragen dat de camouflage en gekozen stelling voldoet.

Als zijn onderdeel naast peilen zelf ook radiosignalen de lucht instuurt, beseft de compagniescommandant dat hij zich vanaf dat moment kwetsbaar opstelt. De Koninklijke Landmacht heeft namelijk niet het alleenrecht op elektronische oorlogvoering. Om de aanwezigheid van 102 Eovcie op het strijdtoneel meer te verbloemen, zijn het optreden en de systemen aangepast. “We gingen te weinig in de omgeving op en waren eenvoudig herkenbaar. In vroeger dagen stond de apparatuur continu aan, maar deze tactiek is inmiddels ter zijde geschoven. We kiezen nu ons moment, net zoals de Irakezen hun radar in de no-flyzones – in het zuiden en noorden van het land – maar even aanzetten om waar te nemen. Doet het leger van Sadam dit niet, dan drukken de hightech wapens van de geallieerde coalitie deze dreiging resoluut de kop in. We zijn een lonend doel. Het streven is om zoveel mogelijk op te gaan in de massa. Een laag profiel houden, zeg maar.”

Mortieraanval

Als dit niet meer lukt, zijn de rapen gaar. Al naar lang gelang de capaciteiten en interesses van de tegenpartij moet 102 Eovcie rekenen op snelle en gerichte tegenmaatregelen. “Een stooraanval staat in oorlogstijd gelijk aan het afvuren van mortieren. De vijand lokaliseert met hun eigen apparatuur in no-time ons signaal. Binnen zijn reactietijd moeten we maken dat we weg komen.” Hendrix benadrukt dat ze met een Fuchs niet langer dan tien minuten kunnen storen voor de tegenpool ze in de smiezen heeft. “Daarna vallen er mortieren op je locatie.”

Om voor de verdediging niet alleen afhankelijk van derden te zijn, beschikt de Fuchs over rookgranaten en een affuit voor de mitrailleur Mag. Daarnaast biedt de bepantsering van het wielvoertuig extra bescherming tegen scherfwerking en klein kaliberwapens. Zelfs rijdend storen behoort tot de mogelijkheden, wat de kans op ontdekking nog verder verkleint.

De ontwikkelingen op het gebied van elektronica gaan razendsnel. Dit betekent in de praktijk dat de eov constant achter de feiten aan holt. In de jaren veertig tot en met zeventig van de vorige eeuw waren de verbindingen allemaal analoog. “De vooruitgang was toen redelijk te overzien. Toen konden we het ons veroorloven om niet gelijk over de laatste technische hoogstandjes te beschikken. Tegenwoordig houdt de compagnie noodgedwongen de vinger constant aan de digitale pols. In ras tempo zijn moderne systemen tegenwoordig verouderd. Vervanging van complete pakketten kost veel geld, zeker als slechts een klein radertje de zwakke plek vormt.”

Van de plank

Als oplossing van dit probleem wil Mulder in de toekomst apparatuur van de plank kunnen kopen en die in een netwerk onderbrengen. “We hebben nu heel veel specifieke taken samengevoegd. Een apparaat dat alles kan. Misschien is het een goed idee om van die integratie af te stappen.” Een goed alternatief is om niet een compleet nieuw systeem op poten te zetten, maar losse onderdelen te gebruiken. “Een soort bouwdoos waar je alleen die – commerciële – apparatuur gebruikt, die we voor een bepaalde inzet nodig achten. Door het aanschaffen van al op de markt beschikbare elektronica kan je veel sneller reageren op de actuele situatie. Antenne aansluiten en klaar is Kees.”

Toch is het voor het kleine Nederland, als het aan de majoor ligt, niet te hoog gegrepen om een eigen elektronische oorlogvoeringcapaciteit in stand te houden. “We hebben een beperkte financiële armslag, maar halen het maximale er uit. Een inniger samenwerkingsverband, dan nu het geval is, met andere NAVO-landen aangaan, behoort niet tot de mogelijkheden. De politiek is daar nog niet rijp voor. Eov bevat een verkennend element dat regeringen niet graag uit handen geven.”

Blikveld

Wie een baan in Eibergen ambieert, dient volgens Hendrix wel te beschikken over enige ervaring binnen de landmacht en dan nog het liefst de verbindingsdienst. “Vooral vervolgfuncties worden vervuld bij 102”. Tijdens een drieweekse opleiding in Ede leert de eov’er in spe zijn elementaire vaardigheden. Een belangrijk aspect in die scholing vormt plaatsbepaling: welke eenheden bevinden zich waar in het terrein. “Het lijkt misschien een goed idee om op een heuvel te gaan storen, want dan zijn er weinig obstakels en dragen de kilowatts ver. Dit gaat ook op voor de luchtdoelartillerist die met zijn Cheetah dezelfde locatie prefereert. Reken maar dat hij het niet leuk vindt als we onze zender naast hem op vol vermogen zetten.”

Een artikel in de Legerkoerier brengt Hendrix in contact met de elektronische oorlogvoering. “Ik heb eerst bij de gewone verbindingen gezeten en wilde wat anders.” Spijt van die keuze heeft hij vlak voor zijn afzwaaien niet. “Al op jonge leeftijd speelde ik met bakkies en deed ik mee aan vossenjachten. Ik ga het te velde gaan ongetwijfeld missen, want dan ben je echt met het vak bezig. Deze compagnie is bijzonder. Niets is er standaard en dat maakt het interessant.” Echt veel oefeningen heeft de korporaal tot zijn spijt niet gedraaid. “Wij doen ons werk redelijk effectief. Bij een eenheid leg je zodoende de vinger op de zere plek en dat vinden ze meestal niet leuk.”

Tekort aan specialisten

Vullen van de compagnie vergt ondanks de lovende woorden van de korporaal de nodige hoofdbrekens. Met name het aantrekken van specialisten is een zorgenkindje. “Je moet mensen actief benaderen”, verklaart de majoor. Zijn deur staat voor bijvoorbeeld militairen met kennis van of een aanleg tot het snel oppikken van andere talen wagenwijd open. Waar vroeger de potentiële vijand Russisch sprak, zijn de digitale krijgers tegenwoordig wereldwijd inzetbaar. Formeel vraagt de Slavische taal nog steeds de meeste prioriteit, maar Mulder benadrukt dat dit achterhaald is.“Dat was ooit, maar de muur is gevallen. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn we druk aan het kijken wie welke talen beheerst. Bij ons loopt er iemand rond die Arabisch spreekt. In Cairo was hij voor de militair attaché werkzaam en heeft zich toen die taal eigen gemaakt.”

De toekomst van 102 is door steeds intensiever gebruik van het elektromagnetisch spectrum verzekerd. “Onze maatschappij leunt zwaar op het gebruik van radiogolven. Ieder apparaat dat deze energie uitstraalt, kunnen wij lokaliseren. De gestelde opdracht bepaalt de sterkte van onze eenheid. Daar is alles aan gerelateerd. Ook wij leveren onze bijdrage aan uitzendingen. Om aan deze primaire eis te voldoen, is er een rotatieschema van drie in plaats van zes maanden uitgewerkt. Daarnaast wordt de eenheid uitgebreid. Dit garandeert een redelijk voortzettingsvermogen. We werken hier nou eenmaal met de wet van de kleine getallen. Als je één schakeltje verwijdert kan het uurwerk vastlopen.”

Mulder voorziet dat een bepaalde vorm van eov-capaciteit steeds lager in de organisatie zijn intrede doet. Wat te denken van een verkenner die naast een verrekijker ook met een compacte peiler op zijn rug is uitgerust. “Een militair die mede aan de hand van het gebruik van het elektromagnetisch spectrum een gebied in kaart brengt.” Elektronische oorlogvoering is allang geen luxeartikel meer, het is verworden tot een volwaardig en geïntegreerd onderdeel van de moderne oorlogvoering.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.