Je leest:

Einsteins vergrootglas ontdekt exoplaneet

Einsteins vergrootglas ontdekt exoplaneet

Auteur: | 16 april 2004

Voor het eerst is een planeet rond een andere ster gevonden met de ‘microlens’-methode. Die maakt handig gebruik van Einsteins ontdekking dat elk zwaar voorwerp, net als een lens, licht afbuigt. De planeet, op 17.000 lichtjaar afstand, verraadde z’n aanwezigheid door even het licht te versterken van een achterliggende ster op 24.000 lichtjaar afstand, waar hij toevallig voorlangs schoof.

Er zijn al ruim honderd planeten bij andere sterren dan onze zon gevonden, maar op een andere manier: onder invloed van de massa van de rondcirkelende planeet wiebelt de ster een klein beetje heen en weer in hetzelfde ritme, wat te detecteren is door nauwkeurige analyse van het ster-spectrum. De planeet zelf blijft, omdat die veel minder helder is dan de ster, onzichtbaar.

Met deze methode vind men alleen heel zware planeten in een nauwe baan om de ster, een situatie die weinig lijkt op ons zonnestelsel.

Principe van de microlens, waarmee exoplaneten kunnen worden gevonden die op de aarde lijken.

De microlens-methode, zo verwachten astronomen al jaren, moet in staat zijn om planeten vergelijkbaar met de aarde te ontdekken. Nadeel is wel dat men van toeval afhankelijk is. Het microlens-effect treedt op als een ster met planeet toevallig exact voor een achterliggende ster langs schuift. Het grootste lens-effect wordt veroorzaakt door de massa van de ster, die de lichtstralen van de achterliggende ster zodanig afbuigt dat we hier op aarde een tijdelijke piek in diens helderheid zien. Maar ook de massa van een eventuele planeet beinvloedt de gang van de lichtstralen, wat te zien is als een of meer kleinere, veel korter durende piekjes daar bovenop. Uit de precieze vorm en frequentie van die micro-piekjes zijn gegevens over de planeet af te leiden.

Deze eerste waarneming, door de Schotse sterrenkundige Ian Bond, betreft een planeet anderhalf keer zo zwaar als Jupiter, met een baan rond de ster drie keer zo groot als die van de aarde.

Om de kans op succes te vergroten, moeten zoveel mogelijk sterren in het oog gehouden worden en omdat in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel sterren het dichtst op elkaar staan, dient men waar te nemen vanaf het zuidelijk halfrond.

Er lopen nu een aantal grote waarnemingsprojecten op dit gebied, waarbij onder andere het Groningse Kapteyn-instituut betrokken is. Overigens kunnen ook ervaren amateur-astronomen met vrij kleine telescopen meedoen aan de microlens-jacht.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 april 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.