Je leest:

Eindelijk weer vrolijk

Eindelijk weer vrolijk

Auteur: | 1 oktober 2001

Chemische stoffen kunnen de menselijke geest beïnvloeden. De farmaceutische industrie zoekt naar stoffen tegen psychische aandoeningen: psychofarmaca. Fluvoxamine is zo’n stof.

Psychofarmaca

De menselijke geest is te beïnvloeden door chemische stoffen. Dat is al lang bekend: nicotine, bier, paddestoelen, marihuana. Ook de farmaceutische industrie zoekt naar stoffen die psychische aandoeningen gunstig kunnen beïnvloeden: psychofarmaca. Aanvankelijk viel dit niet mee. Bij farmaceutisch onderzoek is het gebruikelijk stoffen in een reageerbuis of dier te testen om een idee te krijgen van wat zich binnen in een mens afspeelt. Bij psychische aandoeningen als schizofrenie, depressie of angst is dat echter niet mogelijk. Een mens kan tegen een arts vertellen hoe hij of zij zich voelt, een proefdier niet.

Toch werden er in de vijftiger jaren bij toeval antidepressiva ontdekt in de kliniek. De eerste was imipramine. Vervolgens werd geprobeerd stoffen te vinden met soortgelijke werking in het proefdier, maar dan sterker en veiliger. In de zeventiger jaren hielp het inzicht daarbij dat er bij depressieve patiënten iets mis was met sommige boodschapperstoffen ( neurotransmitters) in de hersenen. De aandacht richtte zich vooral op noradrenaline en serotonine. Een zwakke noradrenalinewerking werd verantwoordelijk geacht voor bewegingsproblemen, zwakke serotonine-werking voor stemmingsproblemen. En inderdaad bleken imipramine en verwante verbindingen een versterkend effect te hebben op de werking van deze boodschapperstoffen.

Figuur 1. Gecomputeriseerde beelden geven nieuwe inzichten in hersenfuncties. Bron: Solvay Pharmaceuticals

Boodschapperstoffen

Voor de onderzoekers van Solvay Pharmaceuticals (toen nog Duphar) was dit aanleiding het onderzoek naar antidepressiva te richten op deze boodschapperstoffen. Interesse ging vooral uit naar stoffen, die de werking van serotonine exclusief versterkten. Dergelijke stoffen waren er op dat moment nog niet. Rond die tijd werden tevens de eerste methoden gepubliceerd, die een meer rationeel geneesmiddel onderzoek mogelijk maakten. Het bleek mogelijk binnen een serie van verwante verbindingen een relatie te leggen tussen fysisch-chemische eigenschappen van moleculen en hun biologische effecten. In Solvay’s laboratorium werd toen een methode uitgewerkt, waarmee ruimtelijke eigenschappen van atomen of atoomgroepen wiskundig konden worden geformuleerd. Voor een goede werking is het namelijk van vitaal belang dat de moleculen zo precies mogelijk passen in de omgeving waar de werking werd uitgeoefend. Door de nieuwe methode werd het mogelijk molecuulstructuren te voorspellen, die alleen noradrenaline, alleen serotonine of beide boodschapperstoffen tegelijkertijd zouden versterken. Ook de sterkte van de werking kon worden berekend.

Figuur 2. In de hersenen bevinden zich ontelbaar veel zenuwcellen (neuronen), die signalen van binnen en buiten door geven. Om een signaal van de ene naar de andere cel te geleiden, worden neurotransmitters zoals noradrenaline, serotonine of dopamine gebruikt. In ruststand zijn deze boodschapperstoffen opgeslagen in de cel; moet een signaal worden doorgegeven, dan worden ze uit de cel vrijgemaakt en op de z.g. receptoren van de ontvangende cel opgevangen. Daarmee kan het signaal weer verder worden geleid. De boodschapperstof komt vrij en wordt weer opgenomen in de oorspronkelijke cel. In het geval van depressie werd vermoed dat er een te zwakke werking was van serotonine. Remming van de heropname (re-uptake) van serotonine leidt tot verhoging van de concentratie van de boodschapperstof en dus tot versterking van het uiteindelijke effect. Zo moet waarschijnlijk de werking van fluvoxamine en andere zogeheten ‘selective serotonine re-uptake inhibitors’ (SSRI’s ) worden verklaard. De werkelijkheid is vermoedelijk ingewikkelder, maar deze hypothese heeft in ieder geval tot belangrijke nieuwe geneesmiddelen geleid. Bron: J. Schlatmann.

Antidepressivum

Aldus werd de stof Du 23000, later fluvoxamine (in Nederland op de markt onder de naam Fevarin) genoemd, uitgekozen en gesynthetiseerd vanwege het te verwachten exclusieve en sterke serotonine effect. En inderdaad: klinisch onderzoek toonde aan, dat het een effectief antidepressivum is en met name voor het hart veel veiliger dan imipramine. Bij andere farmaceutische industrieën werden vergelijkbare resultaten geboekt. Zo kwam het Amerikaanse bedrijf Lilly met fluoxetine, beter bekend als Prozac. Echter, van alle in de kliniek gebruikte serotonine-versterkers was fluvoxamine de eerste.

Het mechanisme, de versterking van serotonine, gaf alle aanleiding te zoeken naar psychische afwijkingen met een defect in de werking van serotonine. Dat bleek op te gaan bij de dwangneurose ( obsessive compulsive disorder: mensen die bijvoorbeeld een op hol geslagen schoonmaakwoede hebben). Fluvoxamine bleek inderdaad effectief bij patiënten met een dwangneurose en werd het eerste officieel geregistreerde geneesmiddel voor deze aandoening.

Figuur 3. Molecuul fluvoxamine Bron: Solvay Pharmaceuticals

Sociale angst

Later bleken middelen die specifiek serotonine versterken een genezend effect te hebben op verschillende vormen van angst of paniek, dikwijls gepaard met depressie. Zo werd recent aangetoond, dat fluvoxamine een gunstig effect heeft op sociale angst (ook wel vermijdingsangst genoemd).

Zie ook:

Literatuur:

  • A. Kleemann, J.Engel, Pharmaceutical Substances. Syntheses, Patents, Applications, Thieme, Stuttgart (3rd Ed.1999).
  • Farmaco-therapeutisch kompas, Uitgave van het College voor Zorgverzekeringen (17e Ed. 2000/2001).
  • L. Reynders, A. Vulto, H. Buurma, Geneesmiddelen in Nederland. Gids voor arts en gebruiker, Van Gennnep, Amsterdam (12e druk 1992).
  • Organon 70 jaar innovatie, Chemisch magazine, oktober 1993, pp. 1-24.
Dijken
KNAW

Dit artikel is afkomstig uit het boek Chemie achter de dijken, een gezamenlijke uitgave van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV). Het werd in 2001 uitgegeven ter herdenking van het feit dat de Nederlander Jacobus Henricus Van ‘t Hoff honderd jaar eerder in 1901 de allereerste Nobelprijs voor de scheikunde won. Chemie achter de dijken belicht Nederlandse uitvindingen en ontdekkingen op chemisch gebied sinds 1901. In zo’n zeventig bijdragen (voor het overgrote deel opgenomen in Kennislink) wordt de betekenis van de Nederlandse chemie duidelijk voor ontwikkelingen op het gebied van de gezondheidszorg (bijvoorbeeld de kunstnier), de voedingsmiddelenindustrie (onder andere zoetstoffen), de kledingindustrie (bijvoorbeeld ademende regenkleding) of de elektronica (zoals herschrijfbare CD’s).

Dit artikel is een publicatie van KNAW/KNCV.
© KNAW/KNCV, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.