Je leest:

Eigen taal eerst?

Eigen taal eerst?

Gastcolumn door taalkundige Paula Fikkert

Auteur:

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over de wetenschap achter een gebeurtenis in de maatschappij of uit ons dagelijks leven. Deze week: Paula Fikkert over kindertaalverwerving.

Small
Prof. dr. Paula Fikkert is hoogleraar eerste taalverwerving en fonologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij bestuurslid van LOT, heeft zitting in de adviesraad van Taalstudio en Kennislink, en zit in de redactieraad van Language Acquisition en The Linguistic Review.

Meertaligheid is hip. In het ideale Europa spreekt iedere EU-burger naast zijn eigen taal bij voorkeur nog twee vreemde talen. Daarom zie je in veel landen de tendens om zo vroeg mogelijk te beginnen met het leren van een vreemde taal (VVTO – Vroeg Vreemdetalenonderwijs).

In Nederland zijn er al meer dan 500 basisscholen waar kleuters in groep 1 met een vreemde taal beginnen (meestal Engels, soms ook Duits, Frans of Spaans). De logica achter het beleid is eenvoudig: baby’s zijn talenwonders, die moeiteloos hun moedertaal leren. Met de leeftijd neemt het taalleervermogen snel af, dus je kunt niet vroeg genoeg beginnen met het leren van een tweede taal.

Maar is er wel iets geks aan de hand: als de tweede taal van een kind Engels is, dan wordt dat toegejuicht. Maar als die tweede taal het Nederlands is, en je eerste taal het Turks of Marokkaans, dan wordt er veel minder hard geapplaudisseerd. Dan vinden de beleidsmakers het Nederlands ineens veel belangrijker dan de moedertaal. Terwijl taalkundigen al jaren het belang van het leren van een volwaardige moedertaal benadrukken.

Gebarentaal voor baby’s

Dezelfde dubbele moraal kom je ook tegen bij dove en slechthorende kinderen. Hun ouders krijgen regelmatig het advies om af te zien van gebarentaal en vooral veel te oefenen met gesproken taal. Terwijl deze kinderen juist enorme baat zouden hebben bij gebarentaal. Maar ondertussen zijn babygebaren razend populair. In steeds meer plaatsen in Nederland kun je op cursus om met je baby te leren gebaren. Dit zou ouders en kinderen enorm helpen bij de communicatie en het taalverwervingsproces zou zelfs vroeger in gang worden gezet. Bijkomstig voordeel zou zijn dat kinderen met behulp van babygebaren in staat zijn om met doven en slechthorenden te communiceren…

Dit is natuurlijk allemaal prachtig, maar ik vraag me af of het begrip ‘gebaren’ (als in ‘gebarentaal’) niet per ongeluk verward wordt met ‘gesticulaties’, de gebaren die we maken om ons spreken te ondersteunen. Van die laatste is er wetenschappelijk bewijs dat ze het leerproces ondersteunen, maar of dat ook voor de eerste geldt is maar zeer de vraag.

Rocket science

Zijn jonge kinderen echt zulke taalwonders dat we ze zo vroeg mogelijk meerdere talen aan moeten bieden? Het is, ondanks decennia van onderzoek, nog altijd grotendeels een mysterie hoe baby’s erin slagen om iets zo complex en variabel als taal te leren. Wetenschappers proberen al jaren met man en macht meer van het wonder van taalverwerving te doorgronden. En ze worden daarbij steeds inventiever. Niet alleen speuren velen, net als ik, naarstig verder naar de geheimen achter het vroege taalverwervingsproces. Deze maand was er ruim aandacht voor een aantal onderzoeksprojecten waarin het taalleerproces bij baby’s werd nagebootst.

De taalanalyse die in babyhoofdjes omgaat is volgens Patricia Kuhl ‘rocket science’.

In een van de studies maakten de onderzoekers “een onverstaanbare taal”: waarin ‘woorden’ verstopt zaten. Volwassen proefpersonen bleken deze woorden al snel te herkennen, waardoor ze verder konden komen in een computerspel. Baby’s zijn dus niet de enige die woorden kunnen leren ondanks dat er zoveel variatie in taal is (denk aan verschillen tussen sprekers, accenten, etc). Er gloort hoop voor de volwassen tweedetaalleerder!

Moeten we dus echt zo vroeg beginnen met vreemde talenonderwijs? Ik weet het niet. Twee- of zelfs meertalig opgroeien is zonder meer een groot goed, maar een vreemde taal leren in een schoolsituatie is iets anders dan een tweetalig opgroeien, en dat lijken beleidsmakers niet altijd te beseffen. Het marktgerichte onderzoek waar politici naar vragen kan leiden tot overhaaste conclusies en toepassingen. En daarmee zou er wel eens veel geld over de balk gegooid kunnen worden. Geld dat beter besteed zou zijn aan wetenschappelijk onderzoek om meer kennis van en inzicht in taalverwerving te genereren.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 31 mei 2011

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE