Je leest:

Eigen mening beïnvloedt taalbegrip

Eigen mening beïnvloedt taalbegrip

Auteur: | 29 juli 2009

“Euthanasie is een acceptabele handeling.” Nog voordat je je mening over deze stelling kunt geven, hebben je hersenen al gereageerd op een manier die past bij jouw overtuigingen. Dit blijkt uit onderzoek waarbij twee groepen proefpersonen met tegenovergestelde overtuigingen tijdens een hersenscan stellingen kregen voorgelegd. Je eigen mening beïnvloedt hoe je de zin verwerkt, nog voor je de stelling helemaal hebt gelezen.

Al voordat je je bewust bent van je antwoord op een opinievraag, is uit je hersenactiviteit op te maken of je het eens bent met de stelling of niet. Deze reactie is al meetbaar vanaf tweehonderd milliseconden nadat je een cruciaal woord in de stelling hebt gelezen. Onderzoekers van het Max Planck Instituut, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht hebben dit samen ontdekt. Deze snelle invloed van persoonlijke overtuigingen op het taalbegrip is in strijd met bestaande taalbegripsmodellen. Deze zeggen namelijk dat je pas een oordeel vormt als je de zin helemaal hebt gelezen.

Hersenrespons

De onderzoekers maten bij twee groepen proefpersonen de hersenactiviteit met behulp van een EEG-scan. De ene groep had streng-christelijke overtuigingen en was dus tegen zaken als abortus, euthanasie en het homo-huwelijk. De andere groep was niet christelijk en had geen problemen met zulke praktijken. Beide groepen kregen stellingen te lezen als “Euthanasie is een acceptabele handeling” of “Ik vind de toenemende emancipatie van de vrouw een negatieve ontwikkeling”. Meteen na het lezen van respectievelijk ‘acceptabele’ en ‘negatieve’ registreerden de onderzoekers een hersenrespons die verschillend was bij de voor- en tegenstanders van de stellingen. Meningen en overtuigingen spelen tijdens taalbegrip al een rol voor een zin helemaal is verwerkt, zo concluderen de onderzoekers.

Twee hersengolven

De onderzoekers vonden tijdens dit experiment twee karakteristieke hersengolven wanneer woorden voorkwamen die niet pasten bij de overtuigingen van de proefpersoon. De eerste is het zogenaamde LPP-effect (Late Positieve Potentiaal). Uit eerder onderzoek is bekend dat deze hersengolf duidt op een emotionele reactie. Hij komt bijvoorbeeld ook voor bij het zien van een emotioneel beladen plaatje. De andere hersengolf is de N400-reactie. Deze komt voor bij het lezen of horen van een onwaarschijnlijke of onmogelijke betekenis, zoals “Ik drink een pizza”. Dat persoonlijke overtuigingen ook deze reactie teweeg kunnen brengen was tot nu toe niet bekend. De N400-reactie was bovendien sterker naarmate de proefpersoon het sterker oneens was met de stelling.

Volgens de onderzoekers is dit onderzoek niet alleen van belang voor taalwetenschappers. Ook psychologen die onderzoek doen naar de rol van politieke en levensbeschouwelijke overtuigingen in ons denken kunnen hun voordeel doen met de resultaten. Wellicht moeten zij hiermee rekening houden bij het opstellen van opinievragenlijsten.

Bron: Van Berkum, J. J. A., Holleman, B.C., Nieuwland, M., Otten, M., & Murre, J. Right or wrong? The brain’s fast response to morally objectionable statements, Psychological Science, 2009, July

Lees verder:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 juli 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.