Je leest:

Eicel wel degelijk kakelvers

Eicel wel degelijk kakelvers

Auteur: | 11 maart 2004

Jonathan Tilly en zijn collega’s van Harvard Medical School hebben ontdekt dat eicellen bij volwassen vrouwtjesmuizen telkens opnieuw aangemaakt worden uit stamcellen en dus niet vanaf de geboorte al klaar liggen.

Volgens Jonathan Tilly en zijn collega’s van Harvard Medical School zou de wetenschap het al die jaren wel eens fout gehad kunnen hebben. Zij ontdekten dat eicellen bij volwassen vrouwtjesmuizen telkens opnieuw aangemaakt worden uit stamcellen en dus niet vanaf de geboorte al klaar liggen.

Kiemcellen: Zoals de meesten van ons misschien nog wel weten van de biologielessen op school begint al het leven met één enkele bevruchte eicel. Door een groot aantal delingen ontstaan er nieuwe groepen cellen, die in interactie met elkaar ontwikkelen tot alle verschillende organen, weefsels en lichaamsdelen waar een organisme uit bestaat.Bij onze toekomstige geslachtscellen is echter iets anders aan de hand: al vrij snel in de embryonale ontwikkeling zondert een klein groepje cellen (de kiemcellen) zich af van de ontwikkelingsprocessen die de andere cellen doormaken, om zich later volledig en exclusief toe te gaan leggen op de productie van geslachtscellen.Bij mannetjeszoogdieren (zoals de mens) komt de productie van geslachtscellen pas vanaf de puberteit op gang: in een constante stroom worden er telkens nieuwe spermacellen aangemaakt in speciale Sertoli-cellen (afstammelingen van de al vroeg gespecialiseerde kiemcellen) die zich in de teelbal bevinden.Bij vrouwtjeszoogdieren, was tot voor kort de gevestigde theorie, zouden de toekomstige eicellen allemaal voor de geboorte al zó ver ontwikkeld zijn, dat ze alleen nog meer eens per maand hoefden “af te rijpen”. De vrouw kreeg als het ware met de geboorte een vaste hoeveelheid eicellen mee, waar ze het dan de rest van haar vruchtbare leven mee zou moeten doen.

Eigenlijk deed Tilly deze ontdekking vrij “toevallig”: toen hij en zijn collega’s wilden onderzoeken hoeveel follikels (de “zakjes” waarin een eicel tot rijping komt) er in een jonge vrouwtjesmuis nou eigenlijk afsterven, bleek dat aantal zo belachelijk hoog, dat de muis nooit genoeg eicellen zou overhouden om jonkies te krijgen!

Gealarmeerd door dit vreemde resultaat spoten de onderzoekers de muizen in met het chemokuurmiddel Busulfan. Busulfan heeft de eigenschap dat het alle aanwezige eicellen vernietigd, maar de onderzoekers zagen dat de muizen na een tijdje toch weer vruchtbare eicellen wisten te produceren!

Om absoluut zeker te zijn van wat de onderzoekers dachten waar te nemen, transplanteerden zij eierstokken van een gewone muis in een speciale “lichtgevende muis”. Een “lichtgevende muis” is voorzien van een kwallen-gen, waardoor alle lichaamscellen een lichtgevende stof produceren.

En wat bleek: de “gewone” eierstokken begonnen na een tijdje lichtgevende eieren te produceren! Dat wijst er dus heel sterk op dat de eicellen pas ná de transplantatie zijn gemaakt en dus niet al “kant-en-klaar” in de getransplanteerde eierstokken lagen!

Nou en…?

Dit lijkt misschien geen schrikbarende ontdekking, maar toch is met het onderzoek van Tilly en z’n collega’s een hele belangrijke aanname in de (vruchtbaarheids)biologie onderuit gehaald. Jarenlang ging men er vanuit dat de “vruchtbaarheid” van een vrouw vanaf haar geboorte al redelijk voor haar bepaald was en er niet veel meer aan te beïnvloeden zou zijn. Het idee echter dat er speciale stamcellen in de eierstokken zijn, die nog hun een heel leven lang nieuwe en vruchtbare eicellen kunnen produceren, zou perspectieven kunnen openen bij het bestrijden van vruchtbaarheidsproblemen.

Maar dan moeten deze stamcellen nog wèl eerst gevonden worden. De onderzoekers hebben dan weliswaar aan de rand van de eierstokken grote cellen gevonden die best wel eens “verse” eicellen zouden kunnen zijn, van de stamcellen zèlf ontbreekt helaas nog elk spoor.

Bron:

Joshua Johnson, Jacqueline Canning, Tomoko Kaneko, James Pru en Jonathan Tilly: Germline stem cells and follicular renewal in the postnatal mammalian ovary. In: Nature, Vol. 428, 145-150 (2004).

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 maart 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.