Je leest:

Eerst inhoud dan financiën

Eerst inhoud dan financiën

Auteur: | 20 september 2007

Elk jaar worden op de derde dinsdag van september de Rijksbegroting en de miljoenennota gepresenteerd. Mooie plannen verwerkt in talrijke cijfertjes. Welvaartseconoom prof. dr. Arnold Heertje is van mening dat er bij het opstellen van de miljoenennota een structureel gebrek is aan aandacht voor kwaliteit.

Elke derde dinsdag van september –Prinsjesdag- biedt de minister van Financiën, namens het kabinet, de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan. Met de Rijksbegroting en de Miljoenennota maakt de regering haar plannen voor het komende jaar bekend. De eerste miljoenennota, “Nota betreffende de toestand van ’s Landsfinanciën” genaamd, werd in 1906 gepresenteerd door minister De Meester. Voor die tijd werd de begroting mondeling aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden met een miljoenenrede. De Rijksbegroting bestaat uit de begrotingen van alle ministeries. Dit zijn wetsvoorstellen die nog door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd moeten worden.

De Miljoenennota is een toelichting op de Rijksbegroting. In de Miljoenennota worden de belangrijkste plannen en keuzes van de regering samengevat. En wordt duidelijk wat deze plannen kosten. Daarnaast wordt de economische en financiële situatie van Nederland in de Miljoenennota beschreven. Ook de verwachte ontwikkelingen komen aan bod.

De Troonrede in de handen van de koningin. De beleidsvoornemens van de regering – passend bij de miljoenennota – worden hierin kort beschreven.

Weinig aandacht voor problemen op de werkvloer

De miljoenennota geeft globaal aan waar overheidsgelden het komende jaar vandaan komen en waaraan ze uitgegeven worden. Het gaat voornamelijk over de financiële kant van het overheidsbeleid, veel minder over wat inhoudelijk in Nederland nodig is en er inhoudelijk in Nederland gebeurt. Het is een discussie over geld. Volgens Heertje kan dit ook niet anders, want het is nou eenmaal een overzicht van uitgaven en ontvangsten. Wel geeft hij aan dat dit niet het hele verhaal is: “De verhalen die er in Nederland op de ‘werkvloer’ zijn, die komen niet in de miljoenennota tot uitdrukking. Dat zijn problemen in de sfeer van natuur en milieu, ruimte, duurzaamheid, cultuur ook. Problemen in de sfeer van bureaucratie en bijvoorbeeld problemen in de sfeer van het onderwijs. Al die onderwerpen komen maar heel kort in de miljoenennota aan bod.”

Prof. dr. Arnold Heertje is bekend als welvaartseconoom, die niet alleen naar macro-grootheden als nationaal product en nationaal inkomen kijkt, maar in de eerste plaats naar behoeftebevrediging. Maximaliseren van welvaart is maximaliseren van de behoeftebevrediging. Heertje werd in 1934 in Breda geboren als kind van Joodse ouders en groeide op in Arnhem. Van 1951 tot en met 2006 was hij verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Eerst als student, in 1960 promoverend op zijn proefschrift over de prijstheorie van het oligopolie en later als (bijzonder) hoogleraar. Op 3 mei 2006 nam hij afscheid van de Universiteit van Amsterdam waar hij in totaal vijftig jaar lang had gedoceerd. Hij vergaarde nationale bekendheid in 1962, met het uitbrengen van zijn boek “De kern van de economie”, wat ook gebruikt werd binnen het middelbare schoolonderwijs. Talloze boeken volgden. Momenteel is hij succesvol met het boek “Echte economie, Een verhandeling over schaarste en welvaart en over het geloof in leermeesters en lernen” (uitgebracht in 2006). Naast schrijver en docent, staat Heertje ook bekend als criticaster van politici: “Zij snappen er niks van”.

Verschuiving in de afgelopen jaren

De afgelopen jaren is de nadruk van de miljoenennota verschoven. Dit heeft te maken met een aantal factoren. Met name de economische situatie waar het land in verkeert en de voorkeur van de dienstdoende minister van Financiën spelen een rol. Deze minister coördineert de voorbereiding en uitvoering van de Rijksbegroting. Ook dient hij verantwoording af te leggen aan de ministerraad omtrent de begroting.

Als minister van Financiën in het Paarse kabinet en later onder Balkenende was Gerrit Zalm iemand die vrij voorzichtig van aard was. Hij voerde een behoudend beleid en ging van een matige economische groei uit. Dit had ook te maken had met de macro-economische situatie van dat moment. Zalm had namelijk het probleem dat de overheidsfinanciën weer op orde moesten komen, er was een heel groot tekort in de kas van de overheid. Een tekort dat ook volgens de Europese richtlijnen omtrent begrotingstekort en staatsschulden niet gewenst was. Heertje daarover: “Dan moet je keihard financieel beleid voeren, dat heeft hij ook gedaan”. Hij deed dit door bezuinigingen door te voeren en veel te saneren.

In 2007 legde Wouter Bos als minister van Financiën van een nieuw kabinet verantwoording af aan de ministerraad. Een verschil met Zalm is dat Bos is uitgegaan van een minder voorzichtige raming van de economische groei voor het komende jaar. Hij gaat uit van een groei van het BBP van 3%. Voor het eerst sinds 2001 is ook uitgegaan van een begrotingsoverschot: 0,2% van het BBP. Dit is gecombineerd met duurzame investeringen in bijvoorbeeld het onderwijs, de zorg en probleemwijken.

Over deze miljoenennota is Heertje voorzichtig positief: “Er is meer nadruk gelegd op bijvoorbeeld investeringen in het onderwijs, en ook wel in het milieu. Je ziet dat er, nu er meer ruimte is, die ook wordt benut voor kwalitatieve verbeteringen in principe. Alleen moet je daar ook echt kwalitatief mee verder gaan en niet blijven staan bij alleen maar de mededeling we gaan een miljard extra in het onderwijs stoppen. Je moet ook heel precies weten wat je inhoudelijk gaat doen. Die discussie is er nog niet echt.”

Minister Bos en het koffertje met de miljoenennota.

Eerst een inhoudelijke discussie, dan de miljoenennota

Aansluitend op de nadruk die Heertje legt op kwaliteit wil hij ook wel iets kwijt over de volgorde waarop dingen gebeuren. Op dit moment wordt er eerst gedebatteerd hoeveel geld er naar elk departement gaat en vervolgens wordt er gekeken wat er met het toegekende bedrag wordt gedaan. Heertje hierover: " Ik pleit er voor van de kwaliteit uit te gaan, van de inhoudelijke discussie en dán te zien wat je financieel nodig hebt. Het gebeurt vaak omgekeerd. Zoveel extra daarheen, zoveel daarheen en dan gaat men vervolgens kijken wat men daarmee doet. Eerst moet bekend zijn wat er precies per departement moet gebeuren, alvorens men overgaat op het voorstellen van de miljoenennota."

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 september 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.