Je leest:

Een vrouw nog mooier dan je moeder

Een vrouw nog mooier dan je moeder

Zebravinkmannetjes vertonen bij hun partnerkeuze een voorkeur voor vrouwtjes die op hun eigen moeder lijken. De uiterlijke kenmerken van de moeder zijn echter in het vrouwtje van hun keuze extremer aanwezig. Dit gedrag is niet aangeboren, maar aangeleerd, toonden biologen Carel ten Cate, Machteld Verzijden en Eric Etman met behulp van acht tinten rode en oranje nagellak aan. Ze publiceerden hun resultaten deze week in het vaktijdschrift Current Biology.

Seksueel dimorfisme

De Leidse biologen wilden nieuw inzicht krijgen in de relatie tussen partnerkeuze en het veelvoorkomende verschijnsel van seksueel dimorfisme. Seksueel dimorfisme betekent dat er, los van de geslachtskenmerken, uiterlijke verschillen zijn tussen mannetjes en vrouwtjes van één soort. Bekende voorbeelden zijn het mannelijke hertengewei en de prachtige veren van de mannetjespauw. Bij vogels komt seksueel dimorfisme veel voor. Darwin zag het verschijnsel al, en suggereerde dat seksueel dimorfisme het evolutionaire resultaat is van een voorkeur voor huwelijkspartners met opvallende, en zelfs overdreven, uiterlijke kenmerken.

Sexual imprinting

Het is echter nog niet goed bekend waar die voorkeur voor extreem ogende partners vandaan komt. Vaak wordt gedacht dat seksuele voorkeur aangeboren is; partners met gewilde uiterlijke kenmerken hebben dan bepaalde onderliggende kwaliteiten die garant staan voor goed nageslacht.

Maar bij de meeste vogels is de seksuele voorkeur juist aangeleerd en gebaseerd op sexual imprinting: jonge vogeltjes, net uit het ei, doen hun oogjes open, zien hun ouders, en weten voor de rest van hun leven: zo zien mannetjes en vrouwtjes er dus uit. Dat beeld zit zodanig ingeprent dat ze, eenmaal aan een eigen nest toe, zullen kiezen voor een partner die lijkt op hun eigen ouder van het andere geslacht.

Seksueel dimorfisme (ook wel geslachtsdimorfisme) is een verschil in vorm, grootte en/of kleur tussen mannetjes en vrouwtjes van dezelfde soort. Bekende voorbeelden zijn de pauw, de leeuw en het hert, maar ook bij de mens is duidelijk sprake van seksueel dimorfisme.

Bijproduct

De theorie van sexual imprinting kan goed verklaren dat dieren een voorkeur hebben voor partners die op hun eigen vader, respectievelijk moeder lijken. Maar je hebt er niet veel aan als je wilt weten waarom je later een echtgenote zult kiezen die net je moeder is, maar dan met nog meer sproeten. De theorieën die daarover bestaan zoeken de oplossing in factoren die niets met het proces van imprinting te maken hebben. Ten Cate en collega’s denken daar anders over. Volgens hen is de voorkeur voor de uitvergrote trekken een bijproduct van de imprinting zelf.

Twee stimuli

De Leidse biologen denken dat er een verschijnsel in het spel is dat peak shift heet. Peak shift is een bekende term in de literatuur over leerprocessen. Een peak shift treedt op als mensen of dieren aan twee stimuli, bijvoorbeeld lichtflitsen met verschillende golflengtes, worden blootgesteld die verschillende gevolgen hebben, meestal beloning en straf. Als de beide stimuli slechts weinig van elkaar verschillen, zullen de proefpersonen of -dieren de verschillen die er wel zijn gaan overdrijven, en daarop gaan reageren.

Opvoedingssituatie

Dit verschijnsel, vooral bekend van experimenten, komt ook in de natuur voor. Ten Cate en collega’s denken dat de opvoedingssituatie van sommige jonge dieren vergelijkbaar is met zo’n experiment met twee verschillende, maar niet buitensporig verschillende stimuli. Die complexe stimuli zijn dan de beide ouders, die samen de jongen opvoeden. Bij hun jongen brengen ze een peak shift teweeg die later invloed zal hebben heeft op de partnerkeuze.

In het experiment van ten Cate, Verzijden en Etman werden witte zebravinken gebruikt, omdat de snavelkleur het grootste verschil is tussen de beide seksen. De snavelkleur werd vervolgens door de biologen met behulp van nagellak aangepast aan de wensen van het experiment.

Snavelkleur

Om de hypothese van de peak shift te toetsen kozen de biologen zebravinken als proefdieren. Deze vogels, waar veel mee wordt gewerkt in het Leidse lab, zijn monogaam, en brengen samen de jongen groot. Het experiment werd uitgevoerd met mannetjes, vooral omdat die door hun zang goed duidelijk maken wie de vrouw van hun keus is. In het experiment werden witte zebravinken gebruikt, waarvan de mannetjes en de vrouwtjes alleen in snavelkleur van elkaar verschillen.

Twee groepen

In hun experiment werd allereerst het proces van imprinting zelf gemanipuleerd. De zebravinken werden in twee groepen toekomstige ouders verdeeld. Vlak voordat hun jongen uit het ei zouden komen, kleurden de biologen, met hulp van andere collega’s, de snavels van de ouders met nagellak. In de eerste groep werden de snavels van de vrouwtjes oranje, en die van de mannetjes rood gelakt. Dit zijn dezelfde kleuren als ze in de natuur hebben. In de tweede groep kregen de vrouwtjes juist rode, en de mannetjes oranje snavels. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat zebravinkmannetjes bij hun eigen partnerkeuze in alle gevallen een voorkeur hebben voor de snavelkleur van de moeder, of die nu natuurlijk is of uit een flesje.

Liefdesliedjes

De jongen werden grootgebracht, en toen het tijd werd om op liefdespad te gaan, kregen ze de keus uit acht vrouwtjes, allemaal met gelakte snavels. De snavelkleuren varieerden van extreem rood tot extreem oranje en wat daartussen zit aan meer beschaafde tinten. Als er inderdaad sprake zou zijn van een peak shift zouden de mannetjes moeten vallen op vrouwtjes met snavels in de kleur van hun moeder, of dat nu rood was of oranje, maar dan veel feller.

Vervolgens was het een kwestie van liefdesliedjes turven en statistiek toepassen. Inderdaad richtten de mannetjes meer liedjes tot de vrouwtjes met de meest extreme kleuren in het moederlijke kleurenspectrum. De onderzoekers concluderen dat er inderdaad sprake is van een peak shift.

Karikaturen

Hoe dit mechanisme heeft bijgedragen aan het ontstaan van seksueel dimorfisme en andere evolutionaire processen moet nader onderzocht worden, schrijven de biologen. Ook is meer onderzoek nodig naar de relatie tussen peak shift en partnerkeuze bij andere diersoorten en bij mensen. Omdat uit eerdere onderzoeken naar voren is gekomen dat mensen bekende gezichten beter herkennen van karikaturen dan van foto’s, en dat bovendien de gelaatstrekken van de ouders ook bij mensen de partnerkeuze lijken te beïnvloeden, lijkt dit hun zeker zinvol.

Bron

‘Sexual Imprinting Can Induce Sexual Preferences for Exaggerated Parental Traits’; Carel ten Cate, Machteld Verzijden en Eric Etman (Current Biology 5 juni 2006)

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 juni 2006

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.