Je leest:

Een volgende mond- en klauwzeer doet minder zeer

Een volgende mond- en klauwzeer doet minder zeer

Auteur: | 22 juni 2002

De wereldhandelsorganisatie heeft eind mei de exportregels bij een MKZ-uitbraak versoepeld. Een noodvaccinatie mag, mits dierenartsen gevaccineerde en geïnfecteerde dieren goed kunnen onderscheiden.

Een Nederlandse test kan dat. Nederland, ruim een jaar geleden. Dierentuinen sloten hun deuren, wandelaars mochten de bossen niet meer in, honderden sportevenementen werden afgelast, de Koningin bleef thuis op 30 april, en in Kootwijkerbroek kwam het tot rellen.

Op 26 bedrijven was mond- en klauwzeer geconstateerd en om een epidemie te voorkomen werd een kwart miljoen varkens, runderen, schapen, geiten en herten geslacht. In het Verenigd Koninkrijk lag dat aantal op vier miljoen. Daar werden de dieren in de open lucht verbrand.

Nooit meer

Het waren Middeleeuwse toestanden, oordeelde een grote MKZconferentie in december 2001 in Brussel. Dit willen we nooit meer, was de tendens. De wereldhandelsorganisatie WTO zou zich soepeler moeten opstellen jegens (nood)-vaccinatie tegen het besmettelijke veevirus.

Dat is inmiddels gebeurd: op 29 mei 2002 besloot de Office International des Epizootie, verbonden aan de WTO, om haar MKZ-regels te wijzigen. Landen mogen bij de inzet van een markervaccintest zes maanden na het laatste geval al weer vlees exporteren.

Nu is de weg vrij voor de EU om dat in een MKZ-richtlijn op te nemen. De door MKZ geplaagde EU heeft er haast mee. Minister Brinkhorst heeft zomer 2003 genoemd, anderen denken dat het al over een paar maanden gepiept kan zijn.

Noodvaccinatie

Dat betekent niet dat Nederland weer alle evenhoevige dieren gaat enten, zoals dat tot 1992 gebeurde. Nederland zou dat wel willen, maar omdat landen als de VS en Japan dan geen Europees vlees meer zullen importeren, zal Brussel zo’n algehele vaccinatie niet toestaan. Met de versoepeling van de OIE en (binnenkort) de EU, wordt het wel mogelijk noodvaccinatie toe te passen zonder massale slachting van gezonde dieren.

Dat laatste gebeurde – onder groot maatschappelijk protest – vorig jaar namelijk wel op de Veluwe en in Friesland. Omdat verspreiding tegen te gaan, werden niet alleen de dieren van een besmet bedrijf maar ook alle bedrijven in de omgeving geruimd.

De Britten – die kampten met een MKZ- epidemie – kozen voor openbare verbranding op speciaal daarvoor vrijgemaakte velden. Brinkhorst wilde die gruwelpraktijken niet. Omdat de destructie-capaciteit in Nederland beperkt is (twee bedrijven), werden de dieren op nabijgelegen boerderijen eerst geënt en pas later vernietigd.

Laten leven

‘Na zo’n noodvaccinatie kun je dieren ook laten leven,’ verklaart Paul van Aarle van het veterinairfarmaceutische bedrijf Intervet. Volgens de handelsregels van de OIE mag een land pas weer vlees exporteren als het na de noodvaccinatie twaalf maanden MKZ-vrij is. Wanneer de dieren gedood worden, mag een land al drie maanden na vernietiging beginnen met de export. Brinkhorst koos voor dat laatste omdat de export voor de Nederlandse vleesindustrie heel belangrijk is.’

Intervet heeft in oktober 2001 een ELISA-test op de markt gebracht waarmee gevaccineerde dieren te onderscheiden zijn van geïnfecteerde dieren. Volgens de nieuwe WTO-regels mag bij zo’n markervaccin- test de export al na zes maanden weer beginnen. De massale slachting van gezond vee blijft dan dus achterwege – slechts de dieren die werkelijk MKZ bij zich dragen, worden vernietigd.

De moderne vaccins tegen MKZ bestaan al zeker tien jaar uit markervaccins. Ze bestaan namelijk alleen uit de structurele eiwitten van het MKZ-virus. Dat zijn de twee grote capside-eiwitten die samen het kapsel van het virus vormen. De niet structurele eiwitten worden gevormd tijdens de replicatie van het virus maar zijn geen onderdeel van de virusstructuur.

Veterinair Van Aarle: ‘Na inenting maakt een dier alleen antilichamen aan tegen de structurele capsideeiwitten. Een met MKZ-besmet dier zal daarentegen ook antilichamen tegen niet-structurele eiwitten bezitten. In een ELISA-test kun je dat relatief eenvoudig aantonen.’

Want een merkervaccin is weinig waard zonder een goede test. Intervets ELISA (enzyme linked immuno sorbent assay) bestaat uit een plaat gecoat met zogeheten 3ABC-eiwitten, niet-structurele eiwitten van het MKZ-virus. Daarop wordt serum van het te onderzoeken dier gebracht. Slechts wanneer deze MKZ-besmet is of was, zal het antilichamen bezitten tegen niet-structurele MKZ-eiwitten. Die antilichamen zullen hechten aan de 3ABCeiwitten in de microtiterplaat. Een tweede antilichaam verzorgt vervolgens de kleuring. Serum uit niet-geïnfecteerde dieren bevat die 3ABC-antilichamen niet: de kleurreactie zal een negatief resultaat geven.

100 procent

Intervet produceert de 3ABCeiwitten in E. coli-bacteriën. Die stap is cruciaal. Het materiaal dat op de platen komt, moet zeer zuiver zijn. Vervuiling zou kunnen leiden tot vals-positieve resultaat. De test kent een hoge specificiteit: meer dan 99 procent (dat betekent minder dan één procent vals-positieven).

De gevoeligheid van de MKZ-test hangt af van de definitie. De eerste twee weken na inenting zitten er nog niet voldoende antilichamen tegen 3ABC in het bloed, en na twee jaar zijn veel antilichamen al weer uit het bloed verdwenen. Maar na een maand is de gevoeligheid 100 procent, meent Van Aarle. ‘Mits je voldoende monsters neemt. De test is niet bedoeld om één koe te onderzoeken. Ze is wel geschikt op het niveau van een bedrijf, en dat is toch de kleinste eenheid waarin gewerkt wordt. Als je een heel bedrijf screent en bijvoorbeeld twee besmette runderen vindt, wordt toch het hele bedrijf geslacht.’

Test varkenspest minder betrouwbaar

Intervet is het onderdeel van Akzo Nobel dat medicijnen, vaccins en diagnostische testen voor dieren ontwikkelt en verkoopt. De jaarlijkse omzet bedraagt een dikke miljard euro. Wereldwijd werken er 5000 mensen, de hoofdvestiging staat in het Limburgse Boxmeer. Naast die voor MKZ beschikt Intervet ook over merkervaccins en testen voor de (varkens)ziekte van Aujeszky, de runderziekte infectueuze boviene rhinotracheïtis (IBR) en de gevreesde varkenspest.

Voor varkenspest geldt eveneens dat Nederland niet vaccineert omdat varkensimporterende landen de Nederlandse dieren dan zullen weigeren. Volgens het ministerie van LNV is de test voor het varkenspestmerkervaccin niet betrouwbaar genoeg. Bij een individueel dier is de kans 80 tot 90 procent dat de test een besmet dier als zodanig aanwijst. Bij een heel bedrijf stijgt de betrouwbaarheid naar 98 procent. Voor de export is dat onvoldoende: vleesimporterende landen eisen 100 procent. Onlangs heeft Intervet een verbeterde test op de markt gebracht.

Klein

De MKZ-test is ontwikkeld door diergeneeskundige instituten in Brescia (Italië) en Pirbright (Engeland). De Zwitserse Intervetdochter Bommelli heeft de test zodanig aangepast dat het de test nu op grote (i.e. commerciële) schaal kan produceren. De MKZ-vaccins die Intervet verkoopt, komen overigens van het diergeneeskundige Instituut ID-Lelystad.

Intervet is niet de enige met een test op MKZ-merkervaccins. Een Zuid-Amerikaanse onderneming verkoopt ook een systeem met 3ABC en een Noord-Amerikaans bedrijf beschikt over een test op een 3B-eiwit.

De Europese markt is nog klein, aldus Van Aarle. ‘Wij verkopen nu een klein beetje aan onderzoeksinstellingen in Europa die het willen toetsen. Ik kan me voorstellen dat als Europa straks toegaat naar een beleid van noodvaccinaties, Europese landen graag wat vaccins en testen op voorraad willen hebben. Maar de grote markt ligt natuurlijk in landen waar standaard gevaccineerd wordt, zoals in Zuid- Amerika, Afrika, Azië en het Midden-Oosten.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.