Je leest:

Een ton vallende steen per dag

Een ton vallende steen per dag

Auteur: | 7 juni 2006

NASA werkt eraan: een bemande basis op de maan. Een grote, vernieuwde versie van de oude Apollo-schepen moet astronauten, apparatuur en voorraden naar onze satelliet brengen, maar gaat er ook bescherming tegen meteorieten mee? Trillingssensoren, achtergelaten door de originele Apollo-bemanningen, kunnen het risio in kaart brengen.

Toen in de jaren ‘70 Amerikaanse astronauten de maan bezochten, namen ze kilo’s aan maanrots mee. De Apollovluchten lieten ook materiaal achter: het onderstel van de lander én wetenschappelijke instrumenten. Apollo-missies 12, 14, 15 en 16 plaatsten bijvoorbeeld seismometers, die de kracht van schokken in het maanoppervlak meten. De apparatuur werd in 1977 uitgeschakeld om tijd en geld uit te sparen, maar NASA-onderzoekers hebben de gegevens van de vier seismometers natuurlijk bewaard. Daarmee kunnen ze de kracht en hoeveelheid van meteorietinslagen op de maan meten, broodnodige informatie voor wie langere tijd een bemande basis op de maan wil bouwen.

Astronaut Buzz Aldrin plaatst een seismometer als onderdeel van de Apollo-11 missie. bron: Neil Armstrong, Apollo-11 bemanning, GRIN, NASA. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Als één kilo ruimterots inslaat op de maan, door de zwaartekracht van de maan minstens met 2,38 km/s, levert dat al een krater ter grootte van een flink bureau. Níet waar een maanbasis vol astronauten op zit te wachten. Hoe vaak zo’n inslag voorkomt is onduidelijk. Schattingen van NASA gaan uit van 400 zulke inslagen per jaar, verdeeld over een oppervlak dat iets groter is dan Afrika. In totaal zou er dagelijks een ton aan materiaal op het maanoppervlak neerstorten.

Het Standaard Meteorieten Model dat die schattingen opleverde is gebaseerd op waarnemingen van meteorieten die neerstorten op aarde of in onze atmosfeer verbranden. Grote kans dus dat er een aantal micrometeorieten door die metingen is geglipt. De maan heeft geen beschermende atmosfeer die zulke voortrazende brokjes gruis afvangt; elke meteoriet, hoe klein ook, slaat in op het maanoppervlak. “We weten niet hoeveel meteorieten de maan raken”, vertelt Bill Cooke van NASA’s Marshall Space Flight Center: “Misschien werkt ons Standaard Model niet voor de maan”.

Maanbeving, veroorzaakt door de inslag van de Apollo-12 lander op 20 november 1969. De landers waren na terugkeer van de astronauten naar het rond de maan cirkelende moederschip overbodig; door ze gecontroleerd neer te laten storten leverden ze nog wetenschappelijke gegevens op. bron: NASA.

Gelukkig heeft NASA een methode achter de hand om te meten hoeveel inslagen de maan te verwerken krijgt. Met de maanschokmeters van de Apollomissies kan NASA het effect van allerlei inslagen op de maan meten. De apparatuur meet krachten langs alledrie de assen en kan zelfs de inslag van kleine steenbrokken oppikken. NASA ijkte de apparatuur door afgestoten onderdelen van Saturnus-raketten op de maan af te sturen. Daarbij werd telkens een zelfde seismisch patroon zichtbaar.

Dé vraag voor de onderzoekers: leek dat patroon op de schokgolven door natuurlijke inslagen? “De Apollo-wetenschappers waren ontzettend slim”, vertelt Cooke, “maar ze konden geen gebruik maken van moderne computers – wij wel.” Met zijn collega Anne Diekmann zocht hij in het seismische archief van de maan naar vergelijkingsmateriaal. Ze vonden een grote meteoriet, 1100 kg. zwaar, die in 1972 insloeg in de regio van de vier seismometers. Allevier de apparaten lieten hetzelfde signaal zien: “Dat heeft hetzelfde patroon als kunstmatige inslagen”, zegt Cooke: “teken dat we op de goede weg zitten.”

Diekmann en Cooke willen het hele archief doorspitten en alle inslagen van meteorieten opsporen. Een compleet overzicht moet het Standaard Meteorieten Model een betere basis geven en duidelijk maken hoe gevaarlijk wonen op de maan is. Heeft een toekomstige basis een stevige paraplu nodig, of is bouwen in de beschutting van een kraterwand al genoeg? Onderzoek zal het leren.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.