Je leest:

Een schedel vol zwarte schimmelbrij

Een schedel vol zwarte schimmelbrij

Auteur: | 26 november 2004

Bij gezonde mensen kunnen schimmels meestal weinig kwaad. Maar bij zwakkeren slaan ze soms dodelijk toe. In de Derde Wereld, maar ook in onze Westerse ziekenhuizen.

Inleiding

Bij gezonde mensen kunnen schimmels meestal weinig kwaad. Maar bij zwakkeren slaan ze soms dodelijk toe. In de Derde Wereld, maar ook in onze Westerse ziekenhuizen.

‘Kijk, deze Afrikaanse vrouw heeft een schimmelinfectie in haar gezicht. Het is onduidelijk waar ze deze heeft opgelopen. Het kan overigens nog veel ernstiger. Bijvoorbeeld een infectie met de Conidiobolus – schimmel, die in de darm van kikkers en salamanders voorkomt. Als deze bij mensen de kans krijgt, kan hij het bot oplossen, vervolgens verzakken de wangen, en alles verdwijnt.’ Prof. dr Sybren de Hoog van het Centraal bureau voor Schimmelcultures (CBS) in Utrecht is medisch mycoloog: hij weet alles van schimmels die leven op mensen. ‘Ik heb zelf trouwens nog nooit zo’n Conidiobolus patiënt in levenden lijve gezien, ik zou waarschijnlijk direct flauwvallen. Ik ben geen arts, maar bioloog. Voor mij is een patiënt een ecologische niche. Je wilt een schimmel begrijpen, of die nu op een steen of een plant zit, of op een mens.’

Infectie met verwant van broodschimmel.

De Hoog werd deze zomer verkozen tot nieuwe voorzitter van de ISHAM, The International Society for Human en Animal Mycology. De organisatie bestaat sinds 1954, doel is kennis, nieuwe diagnostiek en therapie toegankelijk te maken. ‘Vooral artsen en onderzoekers in ontwikkelingslanden kunnen daar veel profijt van hebben.’ Officieel begint zijn voorzitterschap pas in 2006, maar De Hoog is nu al bezig met de organisatie van een speciaal Afrika-symposium, dat op 25 januari in Zuid-Afrika wordt gehouden. ‘Als je weet hoe de wetenschap en de gezondheidszorg in Afrika erbij staan, dan kunnen ze wel wat steun gebruiken, om het voorzichtig uit te drukken. Op het congres wordt daarom ook de Pan-African Society for Medical Mycology opgericht.’

De Hoog is op zijn plaats bij de ISHAM. Hij is auteur van het internationale standaardwerk over medische mycologie, The Atlas of Clinical Fungi. Daarin worden alle vierhonderd schimmelsoorten beschreven die ooit bij mensen zijn gevonden. Vaak slaan ze juist bij verzwakte mensen hun slag, bijvoorbeeld ziekenhuispatiënten. De Hoog: ‘In elk groot ziekenhuis in Nederland worden soms patiënten aangetroffen met een Pseudallescheria-infectie. Per jaar overlijden in West-Europa tientallen mensen er aan. Maar in sommige Europese ziekenhuizen wordt de schimmel nooit gevonden, terwijl ze een vergelijkbaar patiëntenbestand hebben, ze herkennen de schimmel dus blijkbaar niet.’

Het CBS geeft daarom regelmatig cursussen voor ziekenhuispersoneel over diagnostiek en behandeling. De Hoog pleit ervoor dat medische mycologie overal als vakgebied serieus wordt genomen door ziekenhuizen. ‘In Nederland is dat wel het geval, maar in Duitsland heeft het bijvoorbeeld weinig status. Dan wordt de diagnostiek bijvoorbeeld gedaan door iemand die schimmels toevallig leuk vindt, en zo iemand wordt dan meestal gezien als een wereldvreemde hobbyist. Het zou een verplicht onderdeel moeten zijn van microbiologie in het lab, net als nu bij virussen en bacteriën.’

Zombie

De ISHAM is ook gespitst op emerging diseases. Schimmels zijn altijd op zoek naar nieuwe niches. Die ontstaan vaak doordat mensen hun omgeving veranderen, bijvoorbeeld door de domesticatie van wilde dieren de afgelopen tienduizend jaar. ‘Dat is overal gebeurd. We vinden bodemschimmels die oorspronkelijk leefden van afgevallen haar van kamelen, ezels, muizen, koeien en paarden die vervolgens op de mens zijn overgestapt.’

Bij zo’n overgang van dier naar mens vindt selectie plaats van genotypen die zich in de nieuwe niche goed kunnen handhaven. Na enige tijd zijn dat vooral de varianten die weinig virulent – ziekmakend – zijn, dan kan een schimmel zich beter handhaven en verspreiden. Logisch, want als de gastheer snel overlijdt, is de schimmel ook zijn waard kwijt. De Hoog: ‘Voetschimmel Tinea pedis bijvoorbeeld is een succesvolle, bescheiden schimmel, hij veroorzaakt nauwelijks klachten, maar is handig in het vinden van een nieuwe gastheer. Dragers van sportschoenen bijvoorbeeld.’

Niet alle nieuwkomers zijn zo bescheiden. ‘We zien de laatste tijd een spectaculaire opkomst van zygomyceten infecties, veroorzaakt door onze westerse leefstijl. Door veel en vet eten krijgen steeds meer mensen diabetes. In ernstige gevallen kan het ijzermanagement in het bloed ontregeld raken. Normaal is ijzer gebonden in een chelaat, maar bij die patiënten is dat niet het geval. De schimmel heeft een sterke ijzerbehoefte. Hij is verwant aan de gewone broodschimmel, een niet-ziekmakend organisme met weinig concurrentiekracht, behalve als ze in zo’n ‘ijzerparadijs’ terecht komen. Dan worden via de neus het gezicht en de oogkassen genecrotiseerd. Je ziet eruit als een zombie en zonder behandeling ben je na een paar weken dood. De schimmel sterft weliswaar met zijn gastheer, maar dit soort patiënten komt steeds meer voor, dus de schimmel blijft toenemen.’

Zwart slijm

Bij de diabetespatiënten is duidelijk hoe de schimmel zich gedraagt. Een nog onopgeloste zaak is een vorm van herseninfectie in Azië. Daar zijn twintig mensen overleden door infectie met Exophiala dermatitidis. Het betrof gezonde mensen die plotseling hoofdpijn kregen. Uiteindelijk bleken hun hersenen te veranderen in een grote, zwarte schimmelbrij.

Fatale hersen-infectie.

De Hoog: ‘De vraag is hoe ze die schimmel oplopen. En waarom alleen in Azië, want die schimmel komt hier ook voor.’ De Hoog dacht dat de cultuur van stoombaden en sauna’s misschien een rol speelde. ‘Een student van mij is gewapend met wattenstaafjes stiekem monsters gaan nemen in sauna’s in Thailand. Stiekem, want je kunt natuurlijk niet binnenlopen en zeggen “Goedemorgen, wij komen wat zwart slijm ophalen”.’

De gewraakte schimmel werd inderdaad aangetroffen, de volgende vraag was wat dan het natuurlijke milieu zou zijn. Hete bronnen lagen voor de hand, maar daar bleek de schimmel vrijwel afwezig. Wel werd hij aangetroffen in poep van neushoornvogels en vliegende honden in het tropisch regenwoud. De Hoog: ‘De schimmel zit op het fruitoppervlak, de vogels eten dat fruit. Het oppervlak bevat weinig nutriënten en in het vogellichaam is het vrij warm, 42 graden. De natuurlijke omstandigheden zijn dus: vrij warm en weinig te eten. Vergelijkbaar met een stoombad, dat is dus een logische nieuwe niche.’

Vleermuizen zijn natuurlijke niche van E. dermatitidis.

Daar loopt het spoor echter dood. De schimmel wordt niet via stoom overgedragen, de sauna is geen besmettingsbron. De Hoog vermoedt daarom dat ook mensen de schimmel binnenkrijgen via voedsel, bijvoorbeeld wilde bessen. ‘Bij de meeste mensen komt de schimmel er daarna gewoon via de darmen weer uit, vandaar dat hij in de sauna wordt gevonden. Het lijkt er op dat hij bij hoge uitzondering in de hersenen terecht komt. Hoe de schimmel de bloed-hersenbarrière neemt is nog onduidelijk. Maar eenmaal ter plekke kan hij rustig zijn gang gaan. Hersenen zijn lekker vet en warm, en hebben een relatief lage immuniteit, ideaal voor deze schimmel.’

Bezoek de website van Bionieuws

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 november 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.