Je leest:

Een pil tegen PTSS

Een pil tegen PTSS

Auteur: | 21 november 2007

Mishandeling, een ernstig ongeluk of het meemaken van een oorlogsituatie kan leiden tot langdurige psychische gevolgen, zoals een post traumatische stress stoornis (PTSS). Behandeling bestaat onder meer uit medicijnen, maar die helpen bij veel patiënten niet of onvoldoende. Aan de Universiteit Utrecht doet de vakgroep psychofarmacologie onderzoek naar de veranderingen in de hersenen na een trauma om een effectievere behandeling te ontwikkelen.

Piepende banden, brandend rubber en een luid gekraak. Wanneer iemand iets traumatisch als een ernstig ongeluk meemaakt, kan dat zo’n indruk op hem maken dat hij last krijgt van een post traumatische stress stoornis (PTSS).

Mensen met PTSS kunnen plotseling angstgevoelens opnieuw beleven wanneer daar eigenlijk geen echte oorzaak voor is. Ook slapen ze vaak slecht en krijgen veelal nachtmerries, die erg levendig kunnen zijn. PTSS patiënten reageren hierdoor anders en vaak emotioneler op de wereld om hen heen dan ze voor het trauma deden. Behandeling bestaat onder meer uit medicijnen, maar die helpen bij veel patiënten niet of onvoldoende.

Paniek met een staartje

Bij de afdeling psychofarmocologie willen we daarom onderzoeken welke veranderingen in de hersenen zorgen voor de PTSS-symptomen, zodat we deze misschien kunnen voorkomen of terugdraaien met effectieve medicijnen. Hiervoor moeten we zeer nauwkeurig naar de cellen in de hersenen kijken. Dit kan helaas niet bij mensen en daarom gebruiken we getraumatiseerde ratten. Maar hoe weten we of de rat een trauma heeft? Dit kunnen we zien aan het gedrag.

Schokkende publieke rampen kunnen al stressreacties oproepen wanneer mensen deze op tv zien. Stel je nu eens voor dat je erbij was op 11 september 2001.

Het angstgedrag van ratten is te meten in een ‘open veld’. Een open veld is een grote lege bak. Wanneer ratten daarin worden gezet zijn ze een beetje onzeker over de omgeving. Ze blijven dan het liefst aan de randen van de bak lopen. Vervolgens kunnen we via een camera met een computerprogramma het looppatroon van de ratten meten. Hoe angstiger de rat is, hoe minder hij loopt en hoe meer hij aan de randen van de bak blijft. Ratten die een traumatische ervaring meemaken, zoals een aantal vervelende elektrische schokken, bewegen zelfs weken daarna veel minder in het open veld.

Spelen maakt minder bang

Om te kunnen weten wat er in de rattenhersenen verandert na een traumatische ervaring, zijn we begonnen met het herstellen van het angstgedrag. Dat klinkt misschien vreemd, want als je het gedrag kunt herstellen, heb je toch geen probleem zou je denken. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. Wanneer we weten hoe we iets moeten herstellen, leren we misschien ook hoe we datzelfde gedrag kunnen voorkomen. We moesten er dus voor zien te zorgen dat de ratten, die elektrische schokken hadden ontvangen, minder angstig werden.

Om dat te bereiken, plaatsten we de getraumatiseerde ratten in een speelkooi. Eerder onderzoek heeft al aangetoond dat als je ratten speeltjes aanbiedt waar ze actief mee bezig zijn, ze beter kunnen leren. Andere onderzoekers hebben ook laten zien dat zo’n rattenspeeltuin er zelfs voor kan zorgen dat er in een bepaald gebied in de hersenen zenuwcellen bij komen. Blijkbaar leidt alle actie van de ratten in zo’n speelkooi er toe dat er meer groei mogelijk is van zenuwcellen. Na het spelen bekeken we bij de ratjes hun angstgedrag in het open veld.

Oorlogsveteranen hebben vaak last van PTSS-verschijnselen. In Amerika experimenteren ze met virtuele oorlogsspellen om soldaten te laten herstellen bij terugkomst.

Groeiproblemen

Het bleek dat ratten sneller herstelden van de traumatische gebeurtenis als ze daarna in een rattenspeeltuin terechtkwamen. Dit was voor ons een aanwijzing dat er na een traumatische ervaring misschien iets met de groei van zenuwcellen in de hersenen aan de hand kan zijn. Zou het kunnen dat een traumatische gebeurtenis de groei van cellen juist tegen gaat?

De groei van hersencellen wordt veroorzaakt door het vrijkomen van allerlei groei bevorderende stoffen in de hersenen, genaamd groeifactoren. Deze zorgen voor nieuwe cellen en ook voor de verdere ontwikkeling van al bestaande cellen. Een zenuwcel heeft heel veel lange uitlopers met meerdere vertakkingen die op hun beurt weer in contact staan met andere hersencellen. Groeifactoren kunnen er voor zorgen dat een zenuwcel meer vertakkingen krijgt en zo met meer cellen in contact kan komen. En meer contact betekent een betere communicatie.

Tentakelstress?

Op dit moment zijn we aan het onderzoeken of getraumatiseerde ratten verschillen van niet getraumatiseerde ratten in het aantal vertakkingen en contactplaatsen van de hersencellen. Vermoedelijk is in getraumatiseerde ratten in sommige gebieden de groei van deze ‘tentakels’ belemmerd. Onze eerste resultaten laten al zien dat getraumatiseerde ratten minder vertakkingen hebben in een bepaald hersengebied wat betrokken is bij emotie en geheugen; de hippocampus. We hebben dus aanwijzingen dat de groei van cellen, het meer of minder vertakken van hersencellen en het ontstaan van meer of minder contactplaatsen op hersencellen betrokken is bij het ontstaan van PTSS.

Het zou kunnen dat PTSS ontstaat doordat onze hersencellen zich minder hebben vertakt.

Mogelijk leiden de aanwijzingen die we nu hebben op termijn naar een effectieve pil tegen PTSS. Natuurlijk zijn we er nog lang niet. Er is nog veel onderzoek nodig om de symptomen te kunnen voorkomen of te herstellen. De weg naar een nieuw medicijn is een lange weg. We hopen echter dat we een klein stukje van de puzzel in handen hebben.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.