Je leest:

Een oom die de weg kent

Een oom die de weg kent

Auteur: | 3 oktober 2007

Berichtgeving rondom mensensmokkel is gekleurd. Mensensmokkelaars worden over het algemeen afgeschilderd als gewetenloze ‘slangenkoppen’; de gesmokkelde migranten lijken profiteurs. De hoe en waarom-vraag blijft in dit soort berichten meestal achterwege. Ilse van Liempt onderzocht de processen die achter mensensmokkel schuilgaan.

Strategisch gedrag van mensen heeft mij altijd geïntrigeerd. Bij mijn sollicitatie op een Oio plek over mensensmokkel bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) in Amsterdam, was ik meteen gegrepen door de vraag welke keuzes gesmokkelde migranten zelf in dit proces hebben gemaakt. Waarom hadden ze een smokkelaar nodig? Hoe kwamen ze in contact met een smokkelaar en hoe werd de beslissing genomen over de eindbestemming? Ik vond het verbazingwekkend dat dit soort simpele vragen in eerder onderzoek nog niet aan de orde was gekomen. Vaak richten deze onderzoeken zich op de smokkelorganisaties en het criminele aspect.

Vriend van een vriend

Mijn onderzoek maakte deel uit van een Europees project met onderzoekers uit vijf verschillende landen. Voor de vergelijking tussen deze landen hebben we geld gekregen van de European Science Foundation (ESF). De verschillende interesses en expertises leidden er toe dat elke onderzoeker een eigen onderzoeksmethode heeft gekozen. De Oostenrijkers en ik kozen voor de levensverhalenmethode. In Duitsland zijn politiedossiers geanalyseerd, in Italië is een analyse uitgevoerd van rechtszaken en in Zwitserland zijn expertinterviews gehouden.

De levensverhalen toonden aan dat de bestaande ideeën over mensensmokkel erg kunnen verschillen van de praktijk die uit de verhalen van migranten naar voren komt. Voor de migranten is de smokkelmethode vaak de enige manier om hun land te verlaten, voor vluchtelingen zelfs vaak de enige weg naar bescherming.

De relatie tussen de migrant en de smokkelaar blijkt cruciaal voor het verloop van de reis. In het begin zijn het vaak bekenden van de migrant, een oom of een vriend van een vriend. Dan is mensensmokkel ingebed in een gemeenschap en verloopt het vaak redelijk goed. Sommige smokkelaars handelen zelfs uit ideologische overwegingen en helpen mensen een land in oorlog te ontvluchten. In veel gevallen zijn het mensen die zelf eerder gevlucht zijn en daardoor de weg kennen.

Een Irakese man vertelde bijvoorbeeld hoe eenvoudig het is om in contact te komen met mensensmokkelaars. “Omdat mijn land in oorlog is kun je niet officieel reizen. Je bent gedwongen om mensensmokkelaars te benaderen. Als je er zelf geen kent, is er altijd wel een vriend of een bekende die er een kent.”

Later in het proces, als mensen verder van huis zijn, is de kans op uitbuiting groter en gebeuren de meeste ongelukken. Deze misstanden bereiken, logischerwijze, vaak het nieuws en bepalen de beeldvorming rondom mensensmokkel.

Mensensmokkel is volgens justitie ‘het uit winstbejag illegaal binnenbrengen van, of onderdak verlenen aan, personen die niet de nationaliteit van het land hebben, noch in het bezit zijn van een permanente verblijfstitel’. Van Liempt zet deze definitie aan de kant en introduceert een andere definitie waarin mensensmokkel omschreven wordt als ‘alle vormen van hulp van derden bij het overschrijden van internationale grenzen waarbij tegen de letter en/of de geest van het migratiebeleid (van landen van herkomst, transitie en bestemming) gehandeld wordt.’

Tolken

Om met deze specifieke groep migranten in contact te komen, ben ik op zoek gegaan naar asielzoekers. In Nederland komen vrijwel alle asielzoekers met hulp van een smokkelaar het land binnen. Omdat ik inzichtelijk wilde maken hoe verschillend mensensmokkelprocessen kunnen verlopen, richtte ik me op mensen uit drie heel verschillende regio’s: Irak, de Hoorn van Afrika (Somalië, Ethiopië en Eritrea) en de voormalige Sovjet-Unie.

Een consequentie van deze keuze was dat ik met tolken moest werken, wat al vrij snel tijdens het veldwerk ongelukkig bleek uit te pakken. Veel respondenten hadden wantrouwen opgebouwd jegens tolken door slechte ervaringen tijdens hun asielverhoor. Een Ethiopische man vertelde bijvoorbeeld: “Omdat ik geen Nederlands sprak, was 99 procent van mijn zaak afhankelijk van de vertaling van de tolk. Later heb ik gemerkt dat het interview helemaal niet goed is gegaan. De tolk was onbekend met bepaalde omstandigheden of met instanties die ik noemde, en maakte daardoor belangrijke fouten.”

De informanten vertelden hun verhaal soms ook zoals zij het aan de IND hadden moeten vertellen, met veel exacte details. Al snel werd duidelijk dat onze interviewsetting veel informeler en een contrast met de IND moest zijn als we levensverhalen en ervaringen wilden verzamelen. We lieten mensen zoveel mogelijk hun eigen verhaal in hun eigen taal vertellen. Dit betekende dat mijn assistenten niet als tolken zouden fungeren, maar het hele interview zelfstandig moesten doen.

Migranten die met een mensensmokkelaar is zee gaan, leggen niet zelden lange afstanden af in dit soort containers.

Uit handen

Als onderzoeker is het niet eenvoudig om de dataverzameling uit handen te geven, maar soms dwingen omstandigheden je ertoe om dit soort praktische oplossingen toe te passen. We hebben de interviews uitvoerig besproken en achteraf heb ik veel geleerd van deze nauwe samenwerking met mijn onderzoeksassistenten. Zij konden me extra informatie geven over gewoonten, gebruiken en wetgeving in de landen van herkomst van mijn respondenten en ik kon hen soms kritische vragen stellen over de verzamelde gegevens.

Naast het interviewen in de eigen taal hebben we er ook voor gekozen om mensen hun verhaal zoveel mogelijk te laten vertellen in hun eigen volgorde en met de nadruk op aspecten die voor hen van belang waren geweest. Samen met de drie onderzoeksassistenten ben ik er uiteindelijk in geslaagd 56 verhalen van gesmokkelde migranten te verzamelen die inzicht geven in ervaringen met reizen met een smokkelaar. Deze verhalen zijn vaak hartverscheurend. Een Somalische vrouw verloor een groot gedeelte van haar familie terwijl ze probeerden Kenia te bereiken.

“Die dag gingen we met vier auto’s, totaal volgeladen, naar Kismayo, vanwaar we een boot zouden nemen naar Mombassa [Kenia]. We lieten onze auto’s daar achter. Het was er totale chaos, iedereen zocht naar een plek op de boot, mensen vielen flauw, vooral degenen die al dagen hadden gelopen om bij de havenplaats te komen. Een deel van mijn familie ging met mij en mijn twee kinderen mee, wij betaalden 100 dollar voor een vierdaagse tocht op een hele vieze boot. Maar toch hadden wij nog relatief geluk gehad. Het andere deel van mijn familie was met een andere boot meegegaan. Later hoorden wij dat hun boot gekapseisd was. 22 mensen waren verdronken, inclusief iedereen die wij kenden.”

De verhalen laten zien welke risico’s migranten die geen legale mogelijkheden hebben om hun land te verlaten moeten nemen. Het meewegen van motieven van mensen om met smokkelaars te reizen en van sociale percepties van smokkelaars, helpt om inzichtelijk te maken dat irreguliere migratieprocessen complexer zijn dan vaak wordt verondersteld.

Ilse van Liempt promoveerde bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeker voor het STIP project ‘Ethnic Neighborhoods as Tourist Attractions’.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Facta (Tijdschrift voor Maatschappijwetenschappen).
© Facta (Tijdschrift voor Maatschappijwetenschappen), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 oktober 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.