Je leest:

Een nieuwe ijstijd?

Een nieuwe ijstijd?

Auteur: | 9 januari 2008

Hoogleraar Van Kolfschoten van de Universiteit van Leiden onderzoekt al jaren fossiele zoogdieren. Deze blijken zich steeds aan te passen aan het dan heersende klimaat. Een ijstijd in de toekomst is volgens hem niet uitgesloten. Vrijdag 11 januari is zijn oratie ter gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in juni 2006.

De invloed van de mens op klimaatveranderingen moet niet overschat worden’, zegt Thijs van Kolfschoten. Hij onderzoekt de ontwikkeling van zoogdieren van de ijstijden vanaf 2,5 miljoen jaar geleden. 11 januari houdt hij zijn oratie als eerste in het voor een deel al gerestaureerde Academiegebouw.

Thijs van Kolfschoten: ‘Het is te makkelijk om de mens overal de schuld van te geven.’ Bron: Universiteit Leiden/Jacqueline Lantain

Nieuwe ijstijd

‘Er komt ongetwijfeld een volgende ijstijd, daarvan ben ik heilig overtuigd’, stelt Thijs van Kolfschoten, hoogleraar Paleozoölogie en biostratigrafie van het Kwartair. Hij maakt zich niet zo druk over de huidige klimaatveranderingen. ‘Ik ben gewend in veranderingen en evolutie te denken. De schommelingen in de temperatuur en het smelten van de ijskappen deden zich in de periode voor de laatste ijstijd ook voor.’ Hij is ook niet zo’n fan van Al Gore: ‘Het is te makkelijk om de mens overal de schuld van te geven. Ik zeg niet dat ons gedrag geen gevolgen heeft, maar er is ook een belangrijk natuurlijk element. De grilligheid van de natuur en de relatie van de aarde met de zon heeft bijvoorbeeld een veel groter invloed op het klimaat. Toch vind ik het spannend om te zien hoe de natuur op de huidige invloeden reageert. Is ze sterker dan de mens? De ijskappen zijn wel vaker gesmolten en 125.000 jaar geleden was het warmer dan nu.’

Aanpassing

‘Ik doe aan de hand van fossielen onderzoek naar de zoogdieren van de laatste 2,5 miljoen jaar. Botten en kiezen van (zoog)dieren zijn in veel gevallen zo karakteristiek dat een fragment vaak al voldoende is om te bepalen van welke diersoort het fossiel afkomstig is; of het een stuk bot of een kies is van een neushoorn en van welke soort neushoorn. Daarnaast analyseer ik met behulp van fossielen hoe oud gesteentes zijn. Door alle klimatologische veranderingen en de reactie van dieren daarop kun je namelijk een goede tijdsindicatie krijgen. Zo verdwenen tijdens de ijstijd de bossen door de kou. Sommige diersoorten stierven hierdoor uit en andere pasten zich aan. Zo kon een verandering van vegetatie en voedsel leiden tot aanpassingen in het gebit. En hieraan kunnen wij zien wanneer zo’n dier heeft geleefd’, legt Van Kolfschoten uit.

Mammoetskelet in Museum Quadrat te Bottrop, Duitsland. Bron: Universiteit Leiden/Jacqueline Lantain

Rendieren

Zo hebben Van Kolfschoten en zijn studenten onderzocht hoe rendieren de afgelopen 100 duizend jaar reageerden op de klimaatveranderingen. ‘Door de klimaatverandering hebben de rendieren zich door de jaren heen aangepast: hoe kouder, hoe dikker. Met de kennis van het verleden kan worden ingeschat wat de invloed van de huidige opwarming van de aarde op de rendierkuddes in Rusland zal zijn. Dit vind ik dan ook leuk aan mijn onderzoek: het verleden als verklaring en eventueel zelfs als oplossing voor de toekomst.’

Toekomstig onderzoek

‘In de dertig jaar dat ik nu bezig ben, hebben we de gaten in de tijd deels ingevuld. We hebben nu meer kennis en kunnen een nauwkeurigere onderverdeling maken. We weten nu dat er continu klimatologische veranderingen waren en dat er periodes zijn geweest waarin de evolutie waarschijnlijk veel sneller verloopt dan we vroeger dachten. Dit brengt de aannames over evolutie in ons vak aan het wankelen. Ik wil in de toekomst deze veronderstellingen ter discussie stellen en opnieuw onderzoeken.’ De voldoening van het vak haalt Van Kolfschoten uit het overbrengen van zijn passie en zijn kennis op studenten, en de discussie met hen en andere onderzoekers. ‘Hoewel het over dode diersoorten gaat, is het een levendig vakgebied. Doordat je het dode herkent, wordt het weer levend. Ik vind het enorm fascinerend dat je dingen terugvindt van miljoenen jaren geleden.’

Artistieke impressie van de verdwenen mammoetsteppe. Bron: Universiteit Leiden/Jacqueline Lantain

Oratie

Van Kolfschoten is al enige tijd benoemd tot hoogleraar, maar wilde wachten tot zijn oratie in het gerestaureerde academiegebouw kon plaatsvinden. Van Kolfschoten: ‘Het hoogleraarschap voelt als een erkenning voor mijn onderzoek en de rol die ik internationaal speel. Ik heb mezelf tot doel gesteld om met mijn internationale contacten de samenwerking tussen oost en west te verbeteren. Er is bijvoorbeeld veel kennis in Rusland over de mammoet en zijn leefomgeving en het is belangrijk dat we die kennis uitwisselen en erover discussiëren. Dat begint nu zijn vruchten af te werpen. Zo doen we sinds oktober samen met de Russen onderzoek naar de verdwijning van de zogenoemde mammoetsteppe, de leefomgeving waarin de mammoet leefde.’

Titel: Het is een kwestie van kiezen Vrijdag 11 januari, 16:15 uur Academiegebouw, Rapenburg 73 in Leiden

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.