Je leest:

Een lichaam voor de wetenschap

Een lichaam voor de wetenschap

Auteur: | 7 mei 2007

De derde weg wordt het wel genoemd. In plaats van begraven of cremeren kun je je lichaam beschikbaar stellen aan de wetenschap. Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om na hun dood te belanden op de snijtafel. Het aanbod van lichamen groeit zó sterk dat sommige anatomische instituten in Nederland nu overwegen om geen lichamen meer te accepteren. Dat blijkt uit een rondgang van de Wereldomroep door de wereld der anatomie.

Eén van Rembrandts beroemdste schilderijen toont een gezelschap van deftige heren dat zeer nieuwsgierig gebogen staat over een vrijwel naakte man. Hij ligt op een tafel, de ogen gesloten, de arm ontdaan van de huid. ‘De Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp’, zoals het werk heet, is gemaakt in een tijd waarin er éénmaal per jaar een geëxecuteerde crimineel werd ontleed. In die tijd een enorme happening.

‘De Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp’ van Rembrandt.

Kleine snijzaal

2007: De kleine snijzaal van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht, negen uur ’s ochtends. Twee professoren, negen studenten en een verslaggever hebben zich in witte doktersjassen gestoken. De bezoeker voor de zekerheid met een stevig ontbijt achter de kiezen.

De flinterdunne lucht van formaldehyde, balsem, prikkelt de ogen. De ruimte is wit betegeld. De studenten leggen hun snijsetjes gereed, houten doosjes met scalpels, pincetten en schaartjes. Op de drie stalen onderzoekstafels: een los been met heup en twee volledige lichamen, een handdoek over het gezicht. Voor de buitenstaander is het na binnenkomst even de kiezen op elkaar.

Vandaag gaan de studenten borst, buik en bekken verkennen. Eerst dient men zich door een dikke laag gele vetmassa heen te worstelen. Ontelbare kleine flubbertjes die met een pincetje worden los gepulkt. De zenuwen en pezen moeten daarbij intact blijven. Een secuur werkje. Studente Nora: “Haast een beetje saai. Het duurt dagen.” Een van haar collega’s: “’s Nachts droom ik erover. Over alsmaar diezelfde beweging.” Anatoom dr. Matty Spinder: “Als je goed kijkt, zie je buikspieren tevoorschijn komen. We zullen ze zo eens dichterbij gaan kijken.”

Leren van hartkwaal

Bleef het aantal ontlede lichamen in het jaar 1632 nog beperkt tot één, vandaag de dag is dit aantal gegroeid tot een kleine duizend. En het zijn geen misdadigers meer, maar vrijwilligers. De keuze voor een beschikbaarstelling komt niet zelden voort uit dankbaarheid jegens de medische stand.

Hans Heybroek uit Hilversum: “Mijn opa leed aan een hartkwaal. Desondanks is hij vrij oud geworden. Hij vond de ontwikkeling van de medische kennis belangrijk voor de voortgang van de mensheid. Misschien, dacht hij, kunnen ze nog iets van me leren.”

De studenten verkennen borst, buik en bekken in de kleine snijzaal van het UMCU

Groninger Pek van Andel, die zelf op de snijplank zal eindigen: “Mijn zoon zei tegen me: ‘Pa, we sparen 5000 euro uit omdat we jou niet hoeven te begraven. Mag ik van dat geld een laptop?’ Die heb ik hem gegeven. Kan hij als aanstaand theatermaker mooi een afscheidsceremonie voor me componeren. Wat let mijn dierbaren om een steen in de tuin te zetten? Daar hoeft toch geen lichaam onder?”

Taboe verdwijnt

Ondertussen staan de vierde- en vijfdejaarsstudenten geneeskunde in de kleine snijzaal voor een kritiek moment. Het spier- en vetweefsel is inmiddels verwijderd. Met vaste hand moet de buikwand worden geopend. Te diep snijden betekent schade aan de organen in de buikstreek. Een student: “Dit is zo spannend, dit is helemaal nieuw voor me. Je kunt dit met geen enkel computermodel leren.”

Volgens anatoom dr. Ronald Bleys heeft de stijging aan beschikbare lichamen een duidelijke reden: “We hebben één zekerheid als we geboren worden, we gaan uiteindelijk dood. De derde weg is één van de opties na het overlijden. Doordat beschikbaarstelling de laatste jaren meer bekendheid heeft gekregen, verdwijnt het taboe dat erop rustte. Het UMC heeft een codicillenbestand van ongeveer drieduizend mensen. Ieder jaar krijgen we een kleine honderd overledenen binnen, en die gebruiken we ook allemaal. We zijn daar heel blij mee, want we doen er goed werk mee.”

Bestudering van het been: Het lichaam ziet er van binnen heel anders uit dan op de plaatjes.

Geen buisjes maar wormen

De tijdelijke bezoeker van de snijzaal is inmiddels aardig gewend aan de geur en het zicht. Het went. Een los been, een arm plus schoudergewricht, een lever, darmen, pezen (harde, brede touwtjes), zenuwen (bamislierten) en kronkelige aders worden met fascinatie bekeken. Het lichaam ziet er van binnen heel anders uit dan op de plaatjes. Matty Spinder: “Aderen zijn geen keurige rode buisjes.” Inderdaad, aderen zijn grijze, kronkelende wormen, goed verstopt tussen donkerbruine spierbundels en gele vetflubbers. Nooit geweten.

Hoe kijken studenten terug op hun eerste incisie in een overleden persoon? En hoe is het om binnen twee uur afscheid te moeten nemen van je dierbare? Beluister de reportage van Maurice Laparlière.

Dit artikel is een publicatie van Radio Nederland Wereldomroep (RNW).
© Radio Nederland Wereldomroep (RNW), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.