Je leest:

Een fundamenteel nut

Een fundamenteel nut

Gastcolumn door deeltjesfysicus Lucie de Nooij

Auteur: | 22 juni 2010

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnisten schrijven vanuit hun vakgebied over de betekenis van wetenschap voor de maatschappij of voor ons dagelijks leven. Deze week: deeltjesfysicus Lucie de Nooij over wetenschappers en gewone mensen.

Lucie de Nooij (1984) doet haar promotieonderzoek bij NIKHEF. In 2010 besteedt ze daarvoor een groot deel van haar tijd in Zwitserland, bij het ATLAS-experiment in de LHC-deeltjesversneller. Tijdens haar onderzoek daar blogt ze voor de Volkskrant.
Volkskrant/Bètacanon

Wat is nou toch het nut van fundamentele wetenschap? Waarom zou je je leven besteden aan een deeltjesversneller? En als je dan die grote waarheid vindt, wat dan? Dit zijn vragen die een promovenda in de deeltjesfysica bijna dagelijks moet beantwoorden. Mijn vrienden die arts of topsporter zijn valt niets anders dan begrip ten deel. Waarom is dat?

Dat heeft denk ik iets te maken met de Nederlandse behoefte om zich te herkennen in een ander. Herman Pleij beschreef eens dat journalisten na een overwinning van Pieter van den Hoogenband naar zijn middelbare school gingen om te praten met de conciërge. En wat blijkt? Pieter was een hele gewone jongen.

Volgens Pleij omarmen Nederlanders het idee dat zij ook beroemd zouden kunnen zijn, als ze het maar hadden gewild. Dus iedereen kan topsporter worden, als je maar wilt. Volgens mij geldt dat gevoel niet voor dokter worden. Toch kunnen dokters op meer begrip rekenen dan hoge-energiefysici. Ik denk dat dit komt omdat iedereen het wel een keer oneens is geweest met een arts. Dat maakt de dokter menselijker. Als ik zeg dat quarks een kleur en een smaak hebben, maar dat je dat niet te letterlijk moet opvatten, omdat dit slechts kwantumtoestanden zijn, is daar weinig op te zeggen. Behalve misschien: nou en?

Wat gebeurt er in de LHC? Vraag het eens aan een wetenschapper!
CERN

Er wordt in Nederland veel moeite gedaan om de wetenschap dichterbij de mens te brengen. Als wij meneer Pleij in dit opzicht volgen, stel ik voor dat we aan de conciërge van middelbare school gaan vragen hoe de professor natuurkunde zich als puber gedroeg. Ik durf er heel wat om te verwedden dat de prof vooral een hele rustige jongen was.

Natuurlijk kan iedereen wel de rustigste leerling van de klas zijn, maar in feite willen we dat helemaal niet. Dat maakt identificatie lastiger. En de natuurkundige op niveau van repliek dienen? Probeer deze dan eens: “Maar zou die visie ook directe nadelen kunnen hebben?”

Wij zijn zo getraind om ons onderzoek te verdedigen, dat we die niet zien aankomen. Succes.

Volg ook Lucie’s blog bij de Volkskrant.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.