Je leest:

Ecologen adviseren ‘Nee, tenzij’ bij herintroductie

Ecologen adviseren ‘Nee, tenzij’ bij herintroductie

De overheid moet niet te snel groen licht geven voor het terugbrengen van verdwenen soorten, adviseert Alterra. Niet iedereen is daar gelukkig mee. ‘Herintroductie is gewoon verplicht.’

Voor de herintroductie van vogels en zoogdieren zou de Nederlandse overheid een ‘Nee, tenzij’ benadering moeten volgen. Ook bij het beoordelen van plannen voor de herintroductie van amfibieën, insecten en planten moet dit principe gelden. Dat schrijven Wageningse onderzoekers van Alterra en Plant Research International in een advies aan de minister van LNV. Het rapport (Herintroduceren van soorten, bijplaatsen of verplaatsen: een afwegingskader) is onlangs aan het ministerie aangeboden.

Op basis eerdere herintroducties komen de onderzoekers met een zeer stringent beleid. ‘Bij herintroductie is de slagingskans zeer laag, en bovendien kunnen vaak geen levensvatbare populaties worden opgebouwd omdat de natuurgebieden in Nederland daarvoor te klein zijn’, zegt een van de auteurs, Alterra-ecoloog Hugh Jansman. Het maken van verbindingen met andere natuurgebieden, waardoor dieren op eigen kracht kunnen terugkeren heeft dan de voorkeur.

Het ministerie van LNV heeft op dit moment geen vaste regels om herintroducties te beoordelen. Particulieren of terreinbeheerders die een herintroductie willen uitvoeren kunnen een ontheffing van de Flora- en Faunawet aanvragen. Die aanvragen zijn vaak omstreden, en ze leidden in het verleden geregeld tot rechtszaken. Herintroductie van de korenwolf door Das & Boom en het plan van het Wereldnatuurfonds om zeearenden naar Nederland te halen, leverden veel discussie op. Van meer recente datum zijn de plannen voor herintroductie van het korhoen op de Veluwe. De vergunning die het ministerie van LNV had gegeven aan natuurpark De Hoge Veluwe werd vorig jaar na bezwaren van de Faunabescherming door de Raad van State vernietigd. Er zou onvoldoende rekening zijn gehouden met de laatste populatie korhoenders op de Sallandse heuvelrug.

Korenwolf

Vanwege de protesten adviseert het rapport maatschappelijke organisaties bij de vergunningaanvraag om advies te vragen. Jaap Dirkmaat, voorzitter van de stichting Nederlands Cultuurlandschap, de opvolger van Vereniging Das & Boom, reageert sceptisch op het ‘Nee, tenzij’ in het afwegingskader. ‘Wij hebben ons altijd gebaseerd op het juridische vlak. Herintroductie is gewoon verplicht door de Europese Habitatrichtlijn en Bernconventie. Een land heeft daardoor inspanningsverplichtingen. Als dat niet zo was, kon je alles laten uitsterven. En dan was de korenwolf dus echt niet teruggekeerd in Nederland. Veel dieren zijn als een Paard van Troje voor de Nederlandse overheid, ze zitten allerlei bouwactiviteiten en wegenaanleg dwars.’ Dat de overheid richtlijnen krijgt aangereikt die minder aandringen op herintroductie, vindt Dirkmaat een slechte ontwikkeling.

De leidraad is veel positiever over het bijplaatsen en verplaatsen van dieren tussen kleine populaties, die door genetische verarming dreigen uit te sterven. Jansman: ‘Dat kan heel nuttig zijn voor reptielensoorten als de geelbuikvuurpad en salamanders, die problemen hebben met dispersie en in kleine geïsoleerde populaties voorkomen. In Nederland zijn veel meer middelgrote populaties van dieren met afnemende genetische variatie, die door bijplaatsing geholpen kunnen worden.’ Ook Dirkmaat ziet een aantal soorten die voor deze maatregel in aanmerking komen. ‘Er zijn soorten waarvoor de biotoop inmiddels geschikt is, maar de dieren kunnen er zelf niet komen. De hazelmuis in Limburg bijvoorbeeld. Die wordt in sommige wegbermen jaarlijks doodgemaaid, terwijl er keurige biotopen in het Gerendal zijn ontwikkeld. Verplaatsing daar naartoe is veel zinvoller. Boomkikkers zijn een andere soort die daarvoor in aanmerking komen, gewoon als risicospreiding tegen uitsterven.’

Zeegras

De afgelopen honderd jaar zijn in Nederland tientallen soorten geherintroduceerd of bijgeplaatst, onder meer edelhert, damhert, raaf, ooievaar, bever en korenwolf. Bij de planten worden pogingen gedaan het groot zeegras te laten terugkeren in de Waddenzee en de zwarte populier langs de Maas. Ook vlinders zijn geherintroduceerd: bij het pimpernelblauwtje en donker pimpernelblauwtje leverde dat nog geen langdurig succes, bij de zilveren maan lijkt het wel te lukken.

De voorbije tien jaar hebben in Nederland nog herintroducties van onder meer bever en otter plaatsgevonden.

Volgens Jansman zou dat met de tamelijk strenge nieuwe leidraad ook nu niet onmogelijk zijn. ‘De bever vervult een belangrijke rol in het ecosysteem. Bij de otter geldt dat niet, maar daar speelden andere zaken in mee. De otter heeft veel politieke invloed gehad op natuurmaatregelen rond de Weerribben, die anders niet mogelijk waren. Nederland is klein en als je wacht tot een soort vanzelf terugkomt kan het natuurgebied door andere ingrepen verloren zijn gegaan. Er zijn kortom nog andere politieke en economische factoren die meespelen in een herintroductie. Die zitten niet in dit afwegingskader, maar we hebben ook niet de wijsheid in pacht.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 mei 2008

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE