Je leest:

Echtscheiding: het kind krijgt de rekening

Echtscheiding: het kind krijgt de rekening

Auteur:

Vroeger werd vaak gezegd dat kinderen beter af zijn met gescheiden ouders dan met ruziënde ouders. Nieuw onderzoek wijst echter uit dat echtscheiding voor de kinderen grote problemen met zich mee kan brengen. Mediatie, ouderschapscursussen of ondersteuningsprogramma’s voor de kinderen kunnen mogelijk helpen bij het verlichten van gevolgen van scheidende ouders.

Eind vorig jaar presenteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek de cijfers van 2004 rond echtscheiding. Al eerder was de tendens zichtbaar geworden dat in de afgelopen twintig jaar het aantal echtscheidingen dramatisch was toegenomen. De laatste jaren leek dit aantal, inclusief flitsscheidingen, enigszins te stabiliseren rond de 37.000. Maar wanneer men ook ongehuwd samenwonende stellen meerekent, blijkt het aantal scheidingen veel hoger te liggen, naar schatting rond de 100.000. Het aantal kinderen dat bij deze scheidingen betrokken is, ligt tussen de 50 en 60 duizend. In ruim 20 % van de gevallen waarbij nog thuiswonende kinderen zijn, hebben de partners na de scheiding geen contact meer met elkaar. Dit geldt dus voor ongeveer 11.000 kinderen. Rond de 19.000 kinderen hebben ouders die na de scheiding slecht contact hebben.

Echtscheiding is erfelijk

Analyse van de gegevens van het CBS toont aan dat kinderen van gescheiden ouders zelf een verhoogd risico lopen op een scheiding, waarbij de kans gemiddeld genomen twee keer zo groot is als voor kinderen uit intacte gezinnen. Hoe jonger het kind was bij de scheiding, hoe groter de kans dat het later zelf gaat scheiden: bijna de helft van alle kinderen die tussen de 0 en 4 jaar waren toen hun ouders scheidden, zijn zelf binnen 20 jaar huwelijk gescheiden. Voor oudere kinderen liggen deze percentages iets lager. Ook voor kinderen uit intacte gezinnen, waarvan de vader of moeder als kind een scheiding had meegemaakt, bleek de kans op scheiden twee keer zo groot te zijn wanneer beide ouders uit gescheiden gezinnen kwamen. Meer dan de helft van de huwelijken van deze kinderen eindigde binnen twintig jaar in scheiding. Maar er zijn meer gevolgen dan alleen een toegenomen kans op echtscheiding.

Tussen de 50.000 en 60.000 kinderen kregen in 2004 te maken met echtscheiding. Van de groep die tijdens de scheiding 0 tot 4 jaar oud was, zal de helft binnen 20 jaar huwelijk ook gescheiden zijn.

De gevolgen

In 1991 presenteerden wetenschappers Amato en Keith in de Verenigde Staten hun de resultaten uit een metaonderzoek naar echtscheidingskinderen. Kinderen die een echtscheiding hadden meegemaakt bleken aanzienlijk slechter te presteren op school, hadden meer gedragsproblemen, een lager psychologisch en emotioneel welbevinden, een lager zelfbeeld en meer problemen op het gebied van sociale relaties dan kinderen uit intacte gezinnen. De gevolgen waren ongeveer hetzelfde voor jongens en voor meisjes, ook maakte het niet uit hoe oud het kind was tijdens de scheiding. Tien jaar later deed Amato een vergelijkbaar onderzoek en constateerde dat de negatieve gevolgen voor kinderen toegenomen waren, iets wat hij niet had verwacht omdat echtscheiding steeds minder leed onder het taboe zoals dat in de jaren 50 en 60 gold.

Dat de negatieve gevolgen toegenomen waren is waarschijnlijk vooral te wijten aan het feit dat vanaf de jaren ’80, ’90 niet alleen de hele slechte huwelijken (veel geweld, veel conflicten), maar ook de matige huwelijken strandden. Waar ouders vroeger bij elkaar bleven om de kinderen, of omdat scheiden te veel financiële onzekerheid meebracht, of omdat de sociale controle te groot was, koos men aan het einde van de 20e eeuw steeds meer voor eigen ontplooiing en het eigen geluk. Uit het CBS-rapport bleek dat problemen in de relatiesfeer, zoals botsende karakters of op elkaar uitgekeken zijn, voor bijna vier op de tien ondervraagden een reden voor de scheiding was.

Verzet tegen de ‘scheidingscultuur’

De keerzijde van deze ontwikkeling van deze ‘scheidingscultuur’ werd getoond door de kinderpsychologe Judith Wallerstein. In ‘The Unexpected Legacy of Divorce’ presenteerde ze onderzoeksgegevens die ze in de loop van 25 jaar had verzameld in haar praktijk als kinderpsycholoog. De boodschap die ze de wereld wilde laten zien was dat er een zware schaduwzijde zit aan al die ontbonden huwelijken: misschien dat de ouders wel gelukkiger zijn, maar de kinderen zijn dat zeker niet. Integendeel, slechts 7 van de 131 door haar gevolgde kinderen groeide op in stabiele stiefgezinnen, twee derde maakte meerdere scheidingen en tweede of derde huwelijken mee van een van beide of beide ouders. Hierbij waren nog niet meegeteld de talloze verhoudingen, kortstondige relaties of het ongehuwd samenwonen van deze ouders.

Dat ouders tegenwoordig makkelijker uit elkaar gaan zorgt er misschien voor dat de ouders gelukkiger zijn. Voor de kinderen gold dat slechts 7 op de 131 opgroeide in een stabiel stiefgezin: of zij dus gelukkiger worden van een scheiding is de vraag.

De gevolgen voor de kinderen, zo betoogt Wallerstein, zijn desastreus. De scheiding van hun ouders is voor hen niet de oplossing van een onhoudbare situatie, maar eerder het begin van een soms jarenlange zoektocht naar rust en stabiliteit. Deze kinderen groeien op met de angst dat ze de fouten van hun ouders zullen herhalen. En omdat er zoveel gebeurt in hun leven dat ze moeten verwerken ontwikkelen ze zich langzamer en lopen meer risico dan andere kinderen in de problemen te raken. De cliënten die Wallerstein in haar kliniek behandelde waren stuk voor stuk zwaar beschadigd door de scheiding van hun ouders. “Te gemakkelijk”, concludeert Wallerstein, “werd in het verleden gezegd dat kinderen beter af waren met gescheiden ouders dan met constant ruziënde ouders”. Volgens haar hebben deze kinderen eigenlijk hun leven lang schade ondervonden van de scheiding van hun ouders, niet alleen in directe zin, maar ook indirect in hun eigen (huwelijks)relaties en de opvoeding van hun kinderen.

Bij elkaar blijven voor de kinderen

Nu zijn de conclusies van Wallerstein op zijn minst aanvechtbaar. De mensen die zij volgde en onderzocht, kwamen in haar kliniek vanwege persoonlijke of relatieproblemen. Terugkijkend naar hun jeugd bleek een groot gedeelte van de problemen die zij hadden terug te voeren op de scheiding van hun ouders. Dit betekent echter niet dat elke scheiding deze gevolgen voor de kinderen heeft. Maar er is wel enige ondersteuning voor haar pleidooi te vinden in andere, meer empirische studies. Zo toonden onderzoekers Morrison en Coiro aan dat kinderen uit intacte gezinnen in alle opzichten beter functioneren dan kinderen van gescheiden ouders. Kinderen uit gescheiden gezinnen vertonen meer gedragsproblemen dan andere kinderen, ongeacht de mate van conflict in het huwelijk. Maar ook chronische en/of heftige conflicten tussen de ouders hebben ernstige gevolgen voor de kinderen. In gezinnen met veel ruzie en geweld kan een scheiding beter zijn voor de kinderen.

Ook in Nederland is hiernaar onderzoek gedaan. Jaap Dronkers toonde in een onderzoek onder meer dan 9000 middelbare scholieren aan dat alleen bij zeer frequente en ernstige ruzies tussen de ouders, kinderen beter af zijn na de scheiding.

Alleen als ouders zeer veel en heftig ruzie maken, zijn kinderen beter af na als hun ouders uit elkaar gaan.

Ouderverstotingssyndroom of ‘parental alienation syndrome’

Een van de oorzaken van de problemen die kinderen krijgen is dat zij vaak het contact met de andere ouder helemaal kwijt raken of nog maar sporadisch contact met die ouder hebben. Dit kan grote gevolgen hebben voor het kind. In conflictueuze scheidingen kan het kind gedwongen worden door de ouder bij wie het kind woont, om tegen de andere ouder te kiezen. In het uiterste geval kan dat leiden tot het Parental Alienation Syndrome (PAS), een term die door de Amerikaanse psychiater Gardner, voor het eerst uitgebreid is beschreven. Kinderen met PAS houden afstand tot de ouder, gedragen zich minachtend en hebben duidelijk vóór de andere ouder gekozen. Dit proces wordt aangemoedigd en instandgehouden door de ouder bij wie ze wonen. De term PAS wordt overigens niet gebruikt wanneer de afstand of haat gerechtvaardigd is, vanwege misbruik of mishandeling.

PAS komt ook in Nederland voor, variërend van mild tot matig. Vooral bij scheidingen waarin conflicten niet worden bijgelegd en in een rechtszaak worden uitgevochten komt ouderverstoting meer voor, net als bij problemen rond de bezoekregeling. Spruijt c.s. pleiten ervoor vaker gebruik te maken van bemiddeling bij de scheiding, en voor verplichte communicatie en het door de rechter opleggen van begeleide bezoekregelingen.

Mediatie

Bemiddeling of mediatie kan dus een goede manier zijn om de problemen voor de kinderen enigszins te verzachten. Om dezelfde reden kan ook gepleit worden voor vroegere bemiddeling, nog vóór de scheiding voltrokken is. Omdat ook steeds meer “matige” huwelijken ontbonden worden, neemt het aantal kinderen dat met een scheiding geconfronteerd wordt toe. Voor de kinderen uit deze gezinnen komt de scheiding vaak onverwacht. Dit kan leiden tot twijfel aan zichzelf en aan de betrouwbaarheid van anderen.

Mediatie kan een goede manier zijn om de problemen bij een echtscheiding voor de kinderen wat de verzachten. In Amerika is bovendien gebleken dat ouders na het volgen van een oudercursus zich meer richtten op hun kinderen en beter conflicten konden oplossen.

Geen wonder dat velen (in de politiek, maar ook bij justitie en hulpverlening) pleiten voor een bepaald traject dat doorlopen moet worden voordat de scheiding daadwerkelijk kan worden uitgesproken. Hierbij kan gedacht worden aan een “afkoelperiode” van bijvoorbeeld een half jaar tot een jaar tussen de aanvraag en de daadwerkelijke voltrekking van de scheiding, verplichte counseling of relatiebemiddeling bij het voornemen om te scheiden, of het bespreken van de negatieve gevolgen voor de kinderen met de ouders. In Amerika bijvoorbeeld zijn verschillende al of niet vrijwillig te volgen oudercursussen die vooral ingaan op de gevolgen voor de kinderen, met als gunstig resultaat dat de ouders zich na het volgen van de cursus meer richtten op de kinderen en constructiever waren in conflict oplossen.

Verwerking

Waar in ieder geval meer aandacht voor moet komen is de positie van het kind of de kinderen die betrokken zijn bij de scheiding. Niet alleen heeft het kind recht op een goede omgangsregeling met de uitwonende ouder, het heeft ook recht op tijdig geïnformeerd over en waar mogelijk betrokken worden bij wat er gebeurt in het gezin. Een kind moet de mogelijkheden krijgen om op zijn eigen manier alle emoties rond de scheiding te verwerken.

Een voorbeeld van een Nederlands programma is de spel- en praatgroep KIES (Kinderen In Echtscheiding Situatie). In dit programma wordt in acht bijeenkomsten met de kinderen gewerkt aan herkenning vinden, participeren (weer grip krijgen op je eigen leven), hulp uit eigen omgeving activeren en het verwerken van de scheiding.

Kinderen die meededen aan een programma dat hen ondersteunde bij de nare kanten van een echtscheiding, gaven aan zich minder depressief en beter begrepen te voelen dan kinderen die niet hadden meegedaan.

In een onderzoek door bachelor studenten van de Universiteit van Utrecht werden kinderen die deelnamen aan het programma vergeleken met kinderen die hiervoor op de wachtlijst stonden. Kinderen die hadden deelgenomen aan het programma scoorden op een aantal factoren (bijvoorbeeld eigen oordeel over welbevinden, oordeel ouders over het welbevinden van hun kind) iets beter dan de wachtlijstkinderen. Kinderen gaven zelf aan dat het beter met hen ging, ze minder last hadden van depressieve gevoelens, beter begrepen waarom de ouders waren gescheiden en beter wisten wat ze moesten doen bij problemen. Verder was de band met de vader beduidend beter bij de kinderen die KIES hadden gevolgd en ook was het contact tussen de ouders verbeterd.

Omdat het onderzoek methodologisch niet sterk is zijn de resultaten niet te veralgemeniseren. Er zijn nog andere factoren die het ontwikkelen van problemen bij scheiding kunnen voorkomen, zoals een goed functionerende verzorgende ouder, weinig of geen confrontatie met ouderlijke conflicten, alimentatie van de niet-verzorgende ouder, eigen vaardigheden van het kind, steun van de sociale omgeving. Deze factoren zijn in het onderzoek niet meegenomen. Ook waren bij dit onderzoek alleen ouders en kinderen betrokken die zich vrijwillig hadden aangemeld voor het programma. Dat betekent dat zij oog hadden voor de problemen en de wil hadden om iets te veranderen, iets wat zeker niet zal gelden voor alle ouders die verwikkeld zijn in een scheiding. Maar daar zit ook precies de kracht van de uitkomst, namelijk dat aandacht voor de kinderen in de hele echtscheidingssituatie van het grootste belang is om te voorkomen dat het kind uiteindelijk de rekening van de scheiding betaalt.

Dit artikel is een publicatie van Pedagogiek.net.
© Pedagogiek.net, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 december 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE