Je leest:

Duurzaam energiebeleid faalt

Duurzaam energiebeleid faalt

De Utrechtse promovenda Simona Negro voerde een historische analyse uit van duurzame energietechnologie op basis van biomassa. Ze kwam daarbij tot zeven sleutelfactoren die bepalend zijn voor het slagen dan wel falen van duurzame energie in Nederland. Haar conclusie: de Nederlandse overheid is goed in kennisontwikkeling en –verspreiding, maar slaagt er niet in de andere vijf factoren voor innovatie goed vorm te geven. Negro promoveert op 16 februari aan de Universiteit Utrecht.

Het energiebeleid van de Nederlandse overheid wordt gekenmerkt door wispelturigheid, gebrek aan een constante visie op de benodigde ontwikkelingsrichting en weinig enthousiasme om een betrouwbare markt te ontwikkelen voor duurzame energie. Hierdoor wordt er wel veel mooie technologie bedacht, maar is het voor ondernemers erg risicovol om aan een nieuw technologisch avontuur te beginnen. Een vergelijking met Duitsland toont aan dat ondernemers het daar veel makkelijker hebben door een beter functionerend innovatiesysteem. Dit stelt onderzoekster Simona Negro naar aanleiding van haar historische analyse van vier duurzame energietechnologieën: biomassavergisting, biomassavergassing, biomassaverbranding en biomassa bijstoken in kolencentrales.

Impressie van het ontwerp van een houtgestookte biomassa-elektriciteitscentrale bij het Duitse plaatsje Florsheim-Wicker, met een elektrisch vermogen van 14 MW. De installatie vergde een investering van 31 miljoen euro en levert sinds 2003 elektriciteit. In Duitsland zijn inmiddels meer dan tien vergelijkbare centrales in bedrijf. Beeld: Lahmeyer International

Innovatie

Het onderzoek van Negro laat zien dat het succes van duurzame energietechnologieën niet alleen afhankelijk is van technologische prestaties maar vooral van de omgeving waarin deze technologieën worden ontwikkeld en toegepast. Deze omgeving heet het innovatiesysteem.

Als het innovatiesysteem goed werkt, blijkt de kans op technologische successen veel groter te zijn dan wanneer het innovatiesysteem slecht functioneert. Het goed of slecht functioneren van een innovatiesysteem wordt bepaald aan de hand van zeven factoren:

(1) ondernemerschap; (2) kennisontwikkeling; (3) kennisverspreiding; (4) sturen van de ontwikkelingsrichting; (5) marktvorming; (6) beschikbaar stellen van middelen; en (7) doorbreken van de gevestigde orde door middel van lobby-activiteiten.

Nederland blijkt vooral erg goed te zijn in twee van deze factoren, namelijk kennisontwikkeling en kennisverspreiding. Stimulerende condities voor ondernemerschap ontbreken veelal door een gebrekkige invulling van de overige factoren.

In de gemeente Cuijk in Noord-Brabant heeft Essent in oktober 2000 een 25 MWe bio-energiecentrale in gebruik genomen. De centrale verwerkt schoon en onbehandeld dunnings- en snoeihout uit bossen en plantsoenen tot Groene Stroom. Beeld: Essent

Vooral bijstook succesvol

Volgens Negro is biomassavergassing in Nederland zo’n zes jaar geprobeerd, maar is deze toepassing de das omgedaan door de liberalisering van de energiemarkt en door de veranderende emissie-eisen.

Biomassavergisting is nooit doorgebroken omdat het niet gelukt is om een goed netwerk op te zetten door middel van lobby, een markt te creëren en hulpbronnen te mobiliseren.

Biomassaverbranding, een derde technologie voor de benutting van biomassa, heeft het wel heel ver geschopt. Toch staan op dit moment alle plannen voor projecten in de wachtkamer omdat aan een van de eisen voor een goed functionerend innovatiesysteem niet wordt voldaan: er is geen markt omdat de overheid de biomassa-installaties niet in aanmerking laat komen voor terugleververgoedingen.

Tot slot is er de biomassa bijstook. De bijstook is het meest succesvol omdat het innovatiesysteem hier wel vrij goed functioneert.

Het implementeren van biomassa technologieën vraagt volgens Nero zeer expliciet om stabiel, lange termijn beleid met een duidelijke visie. Binnen dat kader moet er ruimte zijn om te kunnen leren en experimenteren. Bovendien moet er een markt gecreëerd zijn. De markt is doorslaggevend voor het succes van een nieuwe technologie. Ondernemers zijn dan ook heel belangrijk. De overheid kan het creëeren van een markt gemakkelijk dwarsbomen door onverwachte beleidswijzigingen door te voeren.

Biomassa

Biomassa staat voor alle organische materialen en hernieuwbare grondstoffen van plantaardige of van dierlijke oorsprong die bestemd zijn voor industrieel verbruik (papier, grondstof voor de chemische industrie) of voor de energieproductie (warmte, brandstof). Bio-energie is de energie die vrijkomt bij verbranding van niet-fossiele biologische materialen van dierlijke of plantaardige oorsprong. De belangrijkste bronnen van biomassa zijn oud hout, houtresten en afvalhout van de bosbouw en vers geteelde (bio-)energiegewassen of ‘energieteelten’. Het gebruik van bio-energie spaart de eindige voorraden aan fossiele brandstoffen en draagt bij tot een verminderde uitstoot van met name koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer. Het gebruik van biomassa is in principe CO2-neutraal; planten nemen CO2 uit de atmosfeer op en bij verbranding komt die CO2 weer vrij. Dit in tegenstelling tot de verbranding van fossiele brandstoffen, waarbij koolstof dat gedurende miljoenen jaren is opgeslagen in korte tijd weer in de atmosfeer belandt. Biomassa bevat daarnaast weinig zwavel, zodat er bij verbranding nauwelijks zwaveloxiden vrijkomen. Zie: Biomassa: snelgroeiende energie (Kennislinkartikel uit Natuur & Techniek)

Afbeelding: d-tec-t.nl

Het promotieonderzoek ‘Dynamics of Technological Innovation Systems – The case of biomass energy’ maakt onderdeel uit van het programma ‘BioPUSH: Integrated Strategies for Identifying Optimal Bio-Energy Production and Utilisation Systems’ dat wordt gefinancierd door het NWO/SenterNovem Stimuleringsprogramma Energieonderzoek. Het programma streeft naar ontwikkeling van bèta-/gammakennis voor de transitie naar een duurzame energievoorziening.

Dit artikel is een publicatie van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
© Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.