Je leest:

Dutch down under

Dutch down under

Hoe het Nederlands in Australië terrein verliest en herovert

Auteur: | 1 januari 2010

Geen land ter wereld telt zo veel Nederlandse immigranten als Australië. Maar het Nederlands heeft het er niet gemakkelijk. Toch is er ook goed nieuws.

“Het was aanpassen of opkrassen”, zegt Cor Lefel resoluut. “De Australische identiteit stond in de jaren vijftig en zestig voorop. De Nederlanders waren heel goed in dat aanpassen, zij stonden zelfs bekend als ‘the invisible immigrants’ – heel anders dan Italianen of Grieken. Die hebben hier hun eigen wijken opgezet. Dat hebben Nederlanders nooit gedaan.”

Large
Matthijs Sluiter

Lefel vertrok in 1962 op zijn zeventiende vanuit Rotterdam met de Zuiderkruis naar Australië. “Ik ging samen met mijn ouders mijn oudere broer achterna die al enige jaren in Melbourne woonde. Vanaf het moment dat we hier aankwamen, lieten we het Nederlands min of meer los. Als Nederlander sprak je eigenlijk altijd en overal Engels, behalve thuis misschien. Mijn Engels is veel beter dan mijn Nederlands. In het algemeen kun je zeggen dat de eerste generatie immigranten geen interesse had in het vasthouden van de moedertaal. We waren helemaal niet taalbewust.”

Nederlandse kinderen werden door hun ouders sterk aangemoedigd om Engels te spreken, zo herinnert zich ook Ellen Sanders, die op haar tiende met haar ouders naar Australië kwam. “Mijn vader zei altijd streng ‘Speak English!’ als ik op straat of in de winkel Nederlands sprak.” Taalverlies was het gevolg. Het Engels voelt als haar moedertaal, Nederlands spreekt ze met moeite en met een zwaar accent.

Doorlopers

Gaat het Nederlands onder de immigranten dan langzamerhand teloor? Nee, Lefel constateert een duidelijke kentering: “Onder de jongeren is het tegenwoordig juist weer ‘cool’ om trots te zijn op je afkomst. Kinderen en kleinkinderen van Nederlandse immigranten laten graag horen waar hun ouders of grootouders vandaan komen: ze spreken bij gelegenheid bewust Nederlands.” Zelf ervaart hij ook nieuwe belangstelling voor zijn oorspronkelijke moedertaal. Hij werkte jarenlang bij The Age, dé krant van Melbourne. Sinds 2005 is hij de drijvende kracht achter de Dutch Courier, de enige Nederlandse krant in Australië. Hij krijgt er nauwelijks een vergoeding voor. “We do it on the cheap, echt Nederlands.”

Nederlands in Australië

Volgens het Australische Bureau voor de Statistiek wonen in Australië zo’n 310.000 mensen van Nederlandse afkomst. Een kleine 80.000 zijn Nederlands van geboorte. Toch spreken slechts 36.000 mensen thuis Nederlands. Deze cijfers geven aan dat Nederlanders, ook thuis, snel overschakelen op het Engels. Bij gemengde huwelijken (een van beide partners is Nederlands) is het Engels vrijwel altijd de thuistaal. In de praktijk kom je veel mengvormen tegen: ouders spreken Nederlands onder elkaar én tegen de kinderen, maar de kinderen spreken Engels tegen de ouders.

Lefel doet zijn verhaal in de grote zaal van Dutch Club Abel Tasman. Australië telt vele Hollandse verenigingen, die vooral gericht zijn op ontspanning. Abel Tasman beschikt in een voorstad van Melbourne over een behoorlijk verenigingsgebouw. Aan de muur veel rood-wit-blauw, foto’s van de Keukenhof, voetballers en het Oranjehuis. Langs de wanden vitrines met spullen die de eerste immigranten uit Nederland meenamen in hun hutkoffers: Friese doorlopers, een snijbonenmolen, klompen en sigarendoosjes – attributen die in Australië vaak overbodig bleken.

Michael Gijsberts, vicevoorzitter van Abel Tasman en eveneens eerstegeneratielandverhuizer, houdt zich bezig met de geschiedenis van de immigranten. Hij is druk doende een museum op te zetten met typisch Nederlandse immigrantenspullen. Ook hij merkt dat jongeren graag uitkomen voor hun afkomst. “Zelfs op de sportvelden van de scholen zie je het: ‘Nederlandse’ jongens voetballen tegen ‘de Italianen’. Dat is iets van de laatste jaren.”

Bij de ouderen signaleert Gijsberts – voormalig medewerker van het Nederlandse consulaat-generaal in Melbourne – een herlevend verleden. “De hoogbejaarden, de immigranten van het eerste uur, vallen vaak helemaal terug op de taal van vroeger – dat is een bekend verschijnsel. Er zijn hier in Melbourne drie Nederlandse bejaardentehuizen. Ze hebben moeite om aan personeel te komen, want dat moet Nederlands spreken. En het liefst óók een dialect. Mijn schoonmoeder van 92 woont in zo’n instelling. Ze spreekt zo langzamerhand alleen nog maar Brabants.”

Medium
126 Nederlandse emigranten op Schiphol op het punt van vertrek per DC 8 naar hun nieuwe vaderland Australië. Nederland, Amsterdam, 28 december 1960
Nationaal Archief

Ter ziele

Bij Jo (94) en Mien (90) Alberse thuis is alles Holland wat de klok slaat. Veel Delfts blauw, kraantjespotten op tafel, geraniums in koperen potten voor de ramen. Het echtpaar woont inmiddels zestig jaar in Australië, maar het enige houvast hier lijkt de Nederlandse identiteit. Dat wil zeggen: die van de jaren vijftig. Over het Nederland van nu is Jo niet te spreken. “De mensen zijn onvriendelijk. En de taal wordt er niet mooier op. Als ik Nederlandse ‘romancen’ lees, zie ik allemaal Engelse woorden staan. Daar erger ik me eige an.”

Mien erkent dat ze zich nog altijd Hollands voelt. “En je blijft tóch je eigen taal vasthouden.” In de vensterbank ligt de Dutch Courier. Jo: “We hadden een abonnement op de Dutch Australian Weekly. Die is ter ziele. Iemand is er, geloof ik, met de kas vandoor gegaan.” Officieel wordt als reden gegeven: “gebrek aan inkomsten en afnemende belangstelling door het internet”.

Ook de Dutch Courier leek een paar jaar geleden door interne strubbelingen rijp voor de ondergang. Cor Lefel, de enige redacteur van de krant, heeft het maandblad uit zijn as doen herrijzen. Momenteel ligt de oplage op 6000 exemplaren en er zit nog groei in. De krant is deels in het Engels geschreven. Ook de Vlamingen worden bediend; elk nummer biedt twee pagina’s met Belgisch nieuws.

Het gros van de artikelen in de Courier is overgenomen uit Nederlandse kranten en tijdschriften of van websites. Daarnaast zijn er ingezonden brieven, sportverslagen, columns en vaste rubrieken: een boekenpagina, een taalhoek. Ook is er een pagina ‘Dutch for beginners’, gemaakt door docente Renée Feikema. Verder veel advertenties en aankondigingen, zoals voor “St. Nicolas for the over 50s” met “a special appearance of Sinter Klaas & his Zwarte Pieten”. Of van het Australische “Holland Festival” in februari.

Mr. Dutch

Het moet gezegd: onder de Australische ‘Dutchies’ lijkt de Hollandse folklore meer de specie die de gemeenschap bindt dan de Nederlandse taal. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de achtergrond van de eerste generatie immigranten. Die bestond vooral uit ambachtslieden: loodgieters, automonteurs, elektriciens. Bij hen was er weinig belangstelling voor taal en ‘hogere’ cultuur, wel voor Hollandse gebruiken en gewoontes. In elke uithoek van dit immense continent zijn er ‘Hollandse’ klaverjasclubs, maar Nederlands kun je aan geen enkele van de 36 universiteiten studeren.

Tot begin jaren negentig kon dat nog wél, bij de bekende Australische taalkundige dr. Bruce Donaldson. Van 1974 tot 1992 verzorgde hij het universitaire onderwijs voor het vak Nederlands aan Melbourne University. Donaldson – ook wel ‘Mr. Dutch’ genoemd – schreef onder andere de bestseller Dutch Reference Grammar, een grammatica gericht op de problemen die Engelstaligen met het Nederlands ondervinden. “Van de ene op de andere dag werd de vakgroep, die al vijftig jaar bestond, opgeheven”, vertelt Donaldson. “Ik moest Duits gaan doceren, ik ben eigenlijk germanist. Ze vonden dat we voor Nederlands niet genoeg studenten hadden, we waren, met zo’n dertig bachelorstudenten, zogenaamd niet levensvatbaar.” Hoewel hij niet meer aan de universiteit verbonden is, weet hij dat het klimaat aan het veranderen is. “Misschien dat er nieuwe kansen voor ‘de kleine talen’ komen. En er is ongetwijfeld voldoende interesse. Er wonen hier ruim 300.000 mensen met een Nederlandse achtergrond. Maar zolang er geen mogelijkheid is om ergens Nederlands te studeren, weten we niet hoe groot de belangstelling is. Aanbod maakt immers de vraag concreet.”

Taalmakelaar Donaldson ziet een lichtpuntje in een initiatief van Robert Cribb, hoogleraar bij de afdeling ‘Pacific and Asian history’ van de universiteit van Canberra. Die organiseert een ‘crash course’ ‘Nederlands als bronnentaal’. Het raadplegen van Nederlandse bronnen is in landen als Indonesië en Australië een belangrijk motief om Nederlands te leren. Donaldson gaat de cursus geven, in juli: “Er is behoefte bij studenten en promovendi van verschillende universiteiten om Nederlandse documenten uit de negentiende eeuw te bestuderen. Denk daarbij aan mensen die zich met de geschiedenis van Indonesië bezighouden. Misschien betekent Cribbs bemoeienis een keerpunt en komt het Nederlands ooit terug als universitaire studie.”

Medium
Engelse les voor Nederlandse emigranten, die in 1971 naar Australië zullen emigreren, met een leraar voor het schoolbord in een schoollokaal, april 1971
Nationaal Archief

Belangstelling voor het Nederlands is er ook bij kinderen, middelbare scholieren en volwassenen. Meestal is dat vanwege familiebanden, soms is het uit taalinteresse, nieuwsgierigheid of de behoefte aan ‘iets anders’. De Nederlandse ambassade in Canberra probeert het Nederlands als taalcursus én schoolvak te stimuleren. Hoe? “Wij zijn een soort ‘language broker’ – een taalmakelaar”, zegt beleidsmedewerker Deciana Speckmann. “Op onze site kun je alles vinden over het volgen van cursussen Nederlands. En freelancedocenten kunnen daar laten weten dat ze een cursus willen geven. Verder verspreiden we een nieuwsbrief waarin bijvoorbeeld nieuwe cursussen worden aangekondigd. Het probleem is vaak de afstand. Mensen volgen graag een cursus, maar er is niets in de buurt. Middelbare scholieren willen wel Nederlands als examenvak doen, maar dat kan alleen in de avonduren of in het weekend – dan hebben jongeren andere dingen te doen. En als ze toch voor Nederlands kiezen, is er vaak geen gekwalificeerde docent beschikbaar. Dat is hier het dilemma van de kleine talen.”

Raar vak

In vier van de zeven Australische staten kun je Nederlands als eindexamenvak kiezen. Voor kinderen, zelfs vanaf de peuterleeftijd, zijn er speciale scholen. Zo bestaat in Sydney De Kangoeroe, een school die zich richt op kinderen van Nederlandse en Belgische komaf. In Melbourne kunnen jongeren naar de VSL, de Victoria School of Languages, die cursussen in tientallen verschillende talen biedt. De Vlaamse An Sneyers is er docent Nederlands. “Wij geven les op zaterdagochtend van negen tot ongeveer half één. Juist dan zijn er zoveel andere activiteiten voor scholieren, met name sport. Maar het allermoeilijkste is toch de diversiteit aan leerlingen in één klas, in de leeftijd van 6 tot 18, én het ontbreken van geschikt lesmateriaal.”

Waarom kiezen middelbare scholieren voor een ‘raar’ vak als Nederlands? Sneyers: “Het geldt als vrij gemakkelijk, zeker als je thuis je ouders Nederlands hebt horen spreken. Veel kinderen kiezen ook voor Nederlands uit interesse voor hun roots en omdat ze zo in contact kunnen blijven met hun Nederlandse familie. Zoals de meeste Australiërs dromen ze ervan om ooit het Europese continent rond te trekken, en dan komt taal- en cultuurkennis goed van pas.” En de afstand? “Long distance learning – afstandsonderwijs – is hier heel normaal. We maken daar bij het vak Nederlands gebruik van, maar het moet nog verder ontwikkeld worden.”

Naast kinderen met Nederlandse wortels zijn er ook volwassen Australiërs die Nederlands willen leren. “Ik wil Nederlands spreken met mijn schoonzoon en kleinkinderen”, aldus Annet, een grootmoeder van pas zestig. Ze formuleert weloverwogen. Haar dochter is getrouwd met een Nederlander en woont inmiddels in ‘Holland’. Chris, een vrouw van middelbare leeftijd, heeft een Nederlandse man. Ze gaat geregeld naar ‘Europa’ om de schoonfamilie te bezoeken. “Ik herinner de eerste dag in Nederland. In de morgen ga ik tot de bakker brood te kopen. Ik praat Nederlands in de winkel! O, ik ben trots – een goede beurt.”

‘We mixen het allemaal op’

In het Nederlands van mensen die al jaren in een Engelstalig land als Australië wonen, duiken allerlei verengelste vormen op. Meestal zijn dat regelrechte vertalingen van Engelse woorden, maar ook Engelse uitdrukkingen en constructies trekken hun spoor door het Nederlands van immigranten en hun (klein)kinderen: ‘Ik herinner nog’, ‘Er is niemand aan het station’, ‘een ding dat ik niet van hou’. Een paar voorbeelden:

Large

Schoonbroer

Annet en Chris schuiven met zes groepsgenoten aan voor de wekelijkse lesavond ten huize van docente Renée Feikema, die ook de rubriek ‘Dutch for beginners’ in de Dutch Courier verzorgt. Het leslokaal, in het souterrain van een statig herenhuis, is helemaal ‘Hollands’ opgetuigd. Renée heeft de gezelligheid hoog in het vaandel. Eerst is er koffie met speculaas en bananencake. Voor Peter, de clown van de club, is Nederlands niet de eerste vreemde taal die hij leert. “Ik heb eerst Frans en Russisch gedaan, dus nu Nederlands – zo ga ik heel Europa door.” Maar hij is nog nooit in Europa geweest. Vliegangst, volgens Renée.

Peter heeft een zinnetje geleerd dat hij te pas en te onpas gebruikt: “Het spijt me dat ik dat hoor!” Het klinkt te mooi voor dit niveau. Bloedserieus is het allemaal niet, de sfeer is gemoedelijk en de les verloopt losjes. Wel doen de cursisten twee uur lang hun best om Nederlands te praten. Poedel Pelly rent rondjes om de lestafel, er worden dvd’s met recente Nederlandse films uitgewisseld, zoals Oorlogswinter en Bride Flight. Op tafel ligt Colloquial Dutch van Bruce Donaldson, maar het boek blijft deze avond gesloten.

Renée stelt vragen om het grammaticahuiswerk te oefenen: de Nederlandse aan het-constructie.

“Wat ben je aan het doen, Cathy?” “Ik ben aan het koffiedrinken en aan het cake eten.” “En Peter, wat is Pelly aan het doen?” “Pelly is aan het plasje doen.” Renée: “Toch niet in míjn lokaal?”

Gaandeweg ontstaan er steeds meer onderonsjes, afgewisseld met plenaire gesprekken. De cursisten vertellen over hun motieven om Nederlands te leren. De banden met Nederland via familie of vrienden blijken toch het belangrijkst. Zelfs voor Peter. “Mijn schoonbroer spreekt Nederlands.” Renée wijst hem terecht: “Niet schoonbroerzwager! Schoonbroer zeggen ze in Vlaanderen.” Peter, met stemverheffing: “Maar mijn schoonbroer ís Vlaams!”

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.