Je leest:

Duizenden paren ogen en oren

Duizenden paren ogen en oren

Gastcolumn door taalwetenschapper Marc van Oostendorp

Elke twee weken verschijnt op Kennislink een gastcolumn. De columnist is steeds een andere onderzoeker, die vanuit zijn of haar vakgebied schrijft over het leven in de wetenschap of de wetenschap achter het leven. Deze week Marc van Oostendorp over Meldpunt Taal: het weerstation van de taalwetenschap.

Small
Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut en bijzonder hoogleraar Fonologische Microvariatie in Leiden

Een taal is net het weer. Er kan de hele tijd van alles veranderen: nu eens komt er onverwacht een wolk uit het oosten aandrijven, dan draait de wind weer en straalt ineens de zon. Bovendien zijn de weersomstandigheden in Limburg niet per se hetzelfde als in de Randstad of in Friesland. In kaart brengen hoe het ervoor staat en voorspellen wat er gaat veranderen is een dagtaak.

Om dat allemaal in de gaten te houden, kom je als individuele onderzoeker al snel ogen en oren tekort. Daarom heeft het KNMI niet alleen een weerstation in De Bilt staan, maar zijn er meerdere weerstations die de lokale omstandigheden overal en vierentwintig uur per dag in de gaten houden.

Wie de veranderingen in de Nederlandse taal in de gaten wil houden, moet eigenlijk ook op allerlei plaatsen meetpunten proberen op te stellen. Ook de taal verandert namelijk iedere dag wel een beetje, en doet dat in Blerick net iets anders dan in It Bilt of De Bilt. Hier vindt een jongere ineens een nieuw woord voor ‘cool’, en daar wordt opeens weer een bijna vergeten zinsconstructie toch nog eens door een oud vrouwtje opgediept. Morgen neemt een grote groep mensen dat woord of die zinsconstructie weer over, en voor je het weet is het Nederlands weer net een beetje veranderd.

Om die veranderingen vast te kunnen leggen is een groot aantal taalorganisaties begonnen met een meldpunt op het internet: www.meldpunttaal.org. Het is niet overdreven om te stellen dat vrijwel alle organisaties die de Nederlandse taal in het vaandel dragen erbij betrokken zijn: de onderzoeksinstituten INL en Meertens Instituut, de woordenboekenuitgever Van Dale Uitgevers bv, het Genootschap Onze Taal en de overheidsinstelling Nederlandse Taalunie zijn slechts enkele voorbeelden.

Allemaal zijn ze geïnteresseerd in die veranderingen die zich de hele tijd voordoen. Het blijkt bovendien dat veel mensen in Nederland en België inderdaad voortdurend van alles opvalt aan hun taal: binnen twee weken zijn er al bijna tweeduizend meldingen binnengekomen. De organisaties die de Nederlandse taal proberen vast te leggen hebben er zo ineens duizenden paren ogen en oren bij.

Medium
Marc van Oostendorp: “Als je taal onderzoekt, onderzoek je het leven van alledag.”

Dat gaat soms om zaken die eigenlijk al jarenlang rondspoken. Zo ergeren sommige gymnasiasten zich al jarenlang aan het feit dat hun taalgenoten de klemtoon in dementie op de laatste lettergreep leggen en die kwestie is dan ook al een paar keer gemeld.

Daarnaast zijn er ook kakelverse meldingen, over dingen waarover wij van het meldpunt in ieder geval nog nooit hadden gehoord. Een lerares Frans meldt bijvoorbeeld dat haar leerlingen het verschil tussen ‘zal’ en ‘zou’ niet meer kennen. “Als ik rijk was, zal ik gaan reizen”, zeggen zij bijvoorbeeld, terwijl oudere generaties daar altijd ‘zou’ zouden (zullen) zeggen. Het komt misschien doordat jongeren de ‘l’ aan het eind van een woord steeds vaker als een w-achtige klank uitspreken: ‘zaw’ en ‘zou’ klinkt al heel erg hetzelfde. Maar we hebben nog meer meldingen nodig om deze zaak verder uit te zoeken.

Als je taal onderzoekt, onderzoek je het leven van iedere dag. Alle levende talen veranderen voortdurend, en voor zover we terug kunnen kijken, hebben ze dat altijd gedaan. Hoe dat precies in zijn werk gaat, kunnen we inmiddels veel nauwkeuriger in kaart brengen – met hulp van duizenden vrijwilligers en het Meldpunt Taal.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (gastcolumnist).
© Kennislink (gastcolumnist), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE