Je leest:

Duizend-en-één occidentalismen: beeldvorming over het Westen in Egypte

Duizend-en-één occidentalismen: beeldvorming over het Westen in Egypte

Auteur: | 1 februari 2007

Er is groeiende aandacht voor de manier waarop het Westen wordt gezien in de Arabische wereld. Onderzoek van arabist Woltering laat zien dat er in Egypte verschillende visies bestaan en dat die visies op het Westen gekleurd zijn door verschillende ideologische overtuigingen.

Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is er veel onderzoek gedaan naar de manier waarop in het Westen wordt gekeken naar de rest van de wereld. In het bijzonder de beeldvorming over de Arabische en islamitische ‘Orient’ is veelvuldig bestudeerd en bekritiseerd. Een beeld dat in het Westen bestaat van de Arabische wereld is bijvoorbeeld dat Arabieren vooral gewelddadige en irrationele bloeddorstelingen zouden zijn. Een ander beeld is dat van de Arabische wereld uit de duizend-en-één-nacht sprookjes: weelderige paleizen, exotische verhalen en mysterieuze harems. Tot vrij recent werd er nauwelijks onderzoek gedaan naar het omgekeerde van deze relatie: de wijze waarop het Westen wordt gezien in Arabische, islamitische of andere ‘niet-Westerse’ samenlevingen. De manieren waarop het Westen wordt voorgesteld in niet-Westerse samenlevingen worden occidentalismen genoemd. In Egypte bestaan hele verschillende occidentalismen.

‘De cowboy stuurt nieuwe troepen om het Wilde Oosten (Irak) te controleren’. Cartoon: Baha Boukhari, Al-Ayyam, 1/13/06

1798: een belangrijk jaar

Occidentalisme heeft een lange geschiedenis in de Arabische wereld. Een standaard jaartal om mee te beginnen is 1798: het jaar waarin de Fransen onder leiding van Napoleon Egypte binnenvallen. We moeten niet denken dat de Fransen of andere Europeanen tot dat moment volslagen onbekend waren in Egypte, maar 1798 was wel het jaar waarin de Egyptische samenleving drastisch zou gaan veranderen onder invloed van Europa.

Enige tijd nadat een coalitie van Engelse en Ottomaanse troepen het Franse leger uit Egypte verjaagt, komt in 1805 Muhammad Ali aan de macht. Muhammad Ali werd aangesteld als gouverneur voor de Ottomanen, maar hij zou Egypte als een onafhankelijk vorst besturen. Onder zijn gezag (en dat van zijn opvolgers) werd Egypte op allerlei gebieden gemoderniseerd, waarbij Ali zich liet inspireren door Europese voorbeelden. Ali stuurde Egyptische studenten naar Europese universiteiten om daar te ontdekken waar de kracht van Europa schuilt. Vanaf deze periode wordt het Westen (eigenlijk: Europa, want Amerika telt in deze tijd nog niet echt mee) steeds meer gezien als een bron van kracht, kennis en vooruitgang.

Het schilderij ‘De slangenbezweerder’ van de Franse kunstenaar Jean-Léon Gérôme (1870). De Arabische wereld wordt hierin geportretteerd als een exotische en mysterieuze wereld.

Aan het eind van de negentiende eeuw echter, wordt de beeldvorming complexer. De modernisering van Egypte kostte veel geld en dat geld werd duur geleend in Europa. Toen Egypte in financiële moeilijkheden kwam, ontstond er onrust in Egypte, èn in Europa. In 1882 vielen de Engelsen Egypte binnen, om ervoor te zorgen dat Egypte de Engelse economische en politieke belangen zou dienen. De Europese invloeden op Egypte waren vanaf dit moment gekoppeld aan de Engelse inmenging in de Egyptische politiek en economie. Daardoor werd het Westen niet langer gezien als alleen een bron van kracht, kennis en vooruitgang, maar ook als bron van imperialistische onderdrukking. Pas in 1922 zou Egypte formeel onafhankelijk worden.

In de negentiende eeuw werd Europa gezien als superieur. Was dat een objectief beeld? Voor een deel natuurlijk wel: de militaire slagkracht, de civiele techniek en de wetenschappen waren in Europa veel verder ontwikkeld dan in Egypte of waar dan ook in de wereld. Toch zit er ook een ideologische agenda in de Egyptische beeldvorming over het Westen van de negentiende eeuw. De superioriteit van Europa werd gebruikt als bewijs voor de stelling dat Europa de bron moest zijn van de Arabische renaissance. Op deze manier is een beeld nooit helemaal objectief. Mensen staan altijd onder allerlei invloeden die mede bepalen hoe iets of iemand wordt gezien en begrepen.

Grote Satan

Het occidentalisme dat vandaag de dag het meest bekend in de oren klinkt is het occidentalisme waarin het Westen wordt voorgesteld als de ‘Grote Satan’, of als ‘Vijand van de Islam’. In Egypte ontstond het beeld van het Westen als de vijand aan het einde van de negentiende eeuw. Door de Engelse invasie was Europa een gevaar voor de politieke autonomie van Egypte gebleken. Geleidelijk aan ontstond echter ook het idee dat de Westerse invloeden een gevaar vormden voor de Arabische en islamitische culturele ‘eigenheid’. Dat idee werd vooral opgepakt in kringen van de Moslimbroeders, een organisatie die in 1928 werd opgericht met het doel de samenleving vromer te maken. Een van de meest radicale denkers uit deze beweging was Sayyid Qutb (1906-1966), die een anti-Westerse retoriek gebruikte waarin hij gebruik maakte van verhalen over de kruistochten. Bij Westerlingen zou volgens Qutb ‘het kruisvaardersbloed nog door de aderen stromen’. Om het Westen af te schilderen als vijand greep Qutb dus terug op historische gebeurtenissen uit de 11e tot de 13e eeuw. Zo schetste hij een beeld van een soort ‘erfvijand’, hetgeen toch weer iets anders is dan het tot dan toe gangbare beeld van Europa als een politieke vijand. Tegen de erfvijand diende men zich volgens Qutb niet alleen politiek, maar ook cultureel te wapenen: men moest de zuivere islam volgen zonder enige beïnvloeding vanuit het Westen.

Deze lijn van Qutb wordt doorgezet door de zogenoemde ‘gematigde islamist’ Muhammad Imara (geb. 1931), een invloedrijke Egyptische intellectueel die regelmatig op de Arabische televisie verschijnt. Imara betoogt dat het Westen in essentie onderdrukkend is. Al vóór de komst van islam, schrijft Imara, werden de mensen in het Midden-Oosten onderdrukt door ‘Westerse imperialisten’, zoals Alexander de Grote, de Romeinen en de Byzantijnen. De islam bevrijdde de Midden-Oosterlingen van deze onderdrukkers en sindsdien heeft het Westen een hekel aan de islam. Volgens Imara is er een soort ‘eeuwig Westen’, dat altijd al bestond en kwaadaardig was. Het Westen is bij Imara meer dan een erfvijand, het is een oervijand. Hoewel Imara doorgaans minder radicaal is dan Sayyid Qutb was, doet hij niet voor hem onder waar het gaat om het schetsen van een Westers vijandbeeld.

Het islamitische Westen

Hoewel het beeld van een vijandig Westen waarschijnlijk het meest bekend is, is het niet het enige beeld dat van het Westen bestaat in Egypte. Al aan het eind van de negentiende eeuw ontstond het beeld van het Westen dat in essentie islamitisch is. Iemand die dit sterk verwoordde was de islamgeleerde Muhammad Abduh (1849-1905). Hij betoogde dat het Westen lange tijd een barbaarse regio was, totdat in de 11e eeuw de Kruistochten werden ondernomen. Door de contacten met moslims in het ‘Heilige Land’ leerden de barbaarse kruisvaarders de islamitische beschaving kennen. Die kennis namen ze vervolgens mee terug naar Europa en daaruit ontstond de Europese Renaissance, de Verlichting, en de vooruitgang. Eigenlijk is de superioriteit van Europa dus een produkt van de islamitische beschaving, betoogde Abduh. Op deze manier maakte Abduh het voor moslims niet alleen dragelijk en begrijpelijk dat Europa de islamitische wereld voorbij was gestreefd, hij maakte het ook aannemelijk dat moslims vrijelijk elementen uit de Europese cultuur konden overnemen. Dit idee, dat allerlei aspecten van de Westerse beschaving eigenlijk niet zo vreemd zijn aan de islam, komen we nog steeds regelmatig tegen in de manier waarop in Egypte over het Westen of over ‘Westerse waarden’ wordt geschreven.

Foto van Muhammad Abduh (1849-1905). Hij maakte aannemelijk dat moslims vrijelijk elementen uit de Europese cultuur konden overnemen.

Het ideale Westen

Het beeld van de Grote Satan en het beeld van het islamitische Westen passen niet zo goed bij de gangbare Westerse zelfbeelden. In het Westen zelf is het gebruikelijk om de Westerse beschaving te associëren met aan de Verlichting gekoppelde idealen als vrijheid en democratie. Dat positieve beeld is in Egypte en elders in de Arabische wereld weliswaar minder sterk aanwezig, maar het bestaat wel. De liberale intellectueel Rida Hilal (verdwenen op 11 augustus 2003) bijvoorbeeld, beklaagt zich weliswaar over de Amerikanisering van de Egyptische samenleving, maar niet omdat hij anti-Amerikaans of anti-Westers per se is. De Arabische wereld, zegt hij, neemt momenteel slechts de banaliteiten en de uiterlijke kenmerken van de Amerikaanse beschaving over, en laat de ware rijkdom van de Westerse beschaving liggen. Juist de immateriële Westerse waarden zoals democratie, vrijheid en kritisch denken moeten worden overgenomen, bepleit Hilal.

‘Arabieren vermoorden elkaar in Irak, Palestina, Libanon en Somalië.’ De Amerikaan zegt tegen Israël: ‘Nu kun je rustig slapen.’ Cartoon: Hamed Najeeb, Alittihad, 1/28/06.

Dit wil niet zeggen dat Hilal een grote fan is van alles wat maar Westers is. Hij bekritiseert de Amerikaanse politiek ten aanzien van het Midden-Oosten in het algemeen en de steun aan Israël in het bijzonder. Maar hij ziet de oplossing van deze problematiek juist in de ware aard van de Westerse idealen: het enige dat volgens Hilal nodig is om de crisis in het Midden-Oosten te bezweren, is ‘dat Amerika recht doet aan de Amerikaanse waarden, in het bijzonder die van de democratie.’ Hier zien we het occidentalisme van het ‘ideale Westen’, het Westen dat in essentie goed is, maar dat er maar niet in slaagt naar zijn eigen principes te leven.

Ideologie en werkelijkheid: ingrediënten voor een beeld

De verschillende occidentalismen of beeldvormingen over het Westen geven aan dat mensen zich nogal wat vrijheid permitteren bij het vormen van beelden. Het gevolg is dat er allerlei verschillende beelden naast elkaar ontstaan. Die beelden hebben altijd een bepaalde functie. Ze passen in een bepaalde ideologie of politiek programma en zijn daarmee nooit helemaal objectief. Dat is ook de algemene conclusie van allerlei eerdere onderzoeken die gedaan zijn naar beeldvorming, zoals Westerse beeldvorming over de islam. Dit betekent echter niet dat de werkelijkheid er niet toe doet. Daarvoor verwijzen de beeldvormers te vaak naar concrete gebeurtenissen, zoals de Europese koloniale bezettingen, de Westerse steun aan Israël of de Amerikaanse invasies van Irak. Het zijn vervolgens de idealen van de beeldvormers die bepalen hoe die gebeurtenissen worden geduid, en gebruikt in hun beeldvormingen over het Westen.

Literatuur:

R. Woltering ‘They hate us because we’re free’ (Engels)

Robbert Woltering is als onderzoeker verbonden aan het International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM) en is redacteur van Zemzem, tijdschrift over het Midden-Oosten, Noord-Afrika en islam.

Dit artikel is een publicatie van International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM).
© International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 februari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.