Je leest:

Dromen van Spinozapremiewinnaars

Dromen van Spinozapremiewinnaars

Auteur: | 12 september 2011

Afgelopen vrijdag ontvingen de Spinozapremiewinnaars van 2011 hun prijs: een beeldje uit handen van staatssecretaris Halbe Zijlstra en een bedrag van 2,5 miljoen euro op de bankrekening. Tijdens de uitreiking vertelden Heino Falcke, Patti Valkenburg en Erik Verlinde wat zij met dat geld gaan doen.

Je zou verwachten dat de winnaars van de Spinozapremie (ook wel de ‘Nederlandse Nobelprijs’ genoemd) hun presentatie voor een zaal vol wetenschappelijke en politieke hotemetoten zouden aangrijpen om zich eens goed te profileren. Een ingewikkeld praatje vol onbegrijpelijke vaktermen; een biografische reis langs alle hoogtepunten uit de eigen carrière; flinke borstklopperij.

Maar niks daarvan. Niet de carrière en de successen stonden centraal, maar de dromen, de magie en de fascinatie. Falcke, Valkenburg en Verlinde praatten – ieder op eigen wijze – over de liefde voor hun vak en wat hen drijft om steeds maar weer méér te willen weten.

Heino Falcke (droomt van zwarte gaten), Patti Valkenburg (zoekt naar de magie van media-effecten) en Erik Verlinde (gefascineerd door de sleutel van het heelal) en NWO-voorzitter Jos Engelen tijdens de bekendmaking van de NWO-Spinozapremies 2011.
NWO/Arie Wapenaar

Falcke: zwarte gaten zien

Heino Falcke, hoogleraar Radioastronomie en Astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is weliswaar Duits maar spreekt vloeiend Nederlands. Met een zachtaardig Duits accent vertelt Falcke tijdens de uitreiking over de geschiedenis van het heelal en de ontdekking van zwarte gaten.

Met geslaagde grappen (“Óf de aarde heeft zo’n slechte reputatie in ons heelal dat iedereen van ons weg wil, óf het heelal dijt uit”) en dito vergelijkingen (“Om de massa van een zwart gat te krijgen, zou je de aarde moeten samenballen tot 2 cm”) houdt hij zijn toehoorders bij de les. Zelfs wie niet helemaal snapt hoe je iets kan zien waar zelfs het licht niet aan ontsnapt, begrijpt dat Falcke daar nou juist van droomt.

Heino Falcke.

De supergevoelige “radiotelescopen” die Falcke wil gaan ontwikkelen met het geld van de Spinozapremie, moeten hem gaan helpen bij het verwezenlijken van zijn droom. "Op het moment kunnen we omvang en grootte van een zwart gat berekenen.

Maar er is nog geen plaatje van zo’n zwart gat gemaakt. Dat moet kunnen, als we de gevoeligheid van onze telescopen maar gaan verbeteren. De resolutie moet omhoog, en daarnaast moeten we de beste telescopen op aarde gaan samenschakelen."

Dat Falcke wil investeren in radiotelescopen, verbaast niemand. Hij is namelijk een van de initiatiefnemers van LOFAR, ’s werelds grootste radiotelescoop. Deze radiotelescoop – gebouwd op een Drentse terp – is opgebouwd uit duizenden kleine antennes die via een glasvezelnetwerk gekoppeld zijn aan een supercomputer. “De eerste metingen komen nu binnen. Het is ontzettend spannend: één waarneming levert informatie op over honderden tot duizenden radiobronnen. We kunnen nu echt tot de rand van het heelal kijken.”

Uiteindelijk wil Falcke graag een radiotelescoop op de maan zetten. Daar worden de radiosignalen uit de kosmos namelijk niet gestoord door aardse dingen zoals telefoons en auto’s. “Dat zou toch fantastisch zijn: dat wat ooit op Drentse terpen begonnen is, zijn weg naar de maan zou vinden,” mijmert Falcke.

Valkenburg: magie van media-effecten

Voor Patti Valkenburg is 2011 een topjaar. De hoogleraar Jeugd en Media van de Universiteit van Amsterdam kreeg een grote Europese subsidie, werd lid van de KNAW, ontving de Dr. Hendrik Muller Prijs en mocht als kers op de taart ook nog eens de Spinozaprijs komen ophalen. Valkenburg begon haar presentatie dan ook met een filmpje – hoe kan het ook anders bij een mediawetenschapper – dat verbeeldt hoe zij zich de laatste tijd voelt.

Patti Valkenburg.

Na de emotie is het uiteraard tijd voor de ratio. Want Valkenburg en haar onderzoekers van het Center of research on Children, Adolescents and the Media doen al jarenlang fundamenteel, kwantitatief onderzoek naar de effecten van televisie, internet, sociale media en reclame op de ontwikkeling van kinderen en tieners.

De resultaten zijn soms verrassend en soms voor de hand liggend, maar al met al blijken media-effecten niet heel groot. Dat verbaast ook Valkenburg keer op keer. “Hoe kan het toch,” verzucht ze, “dat 100% van de 2-jarigen moeiteloos het logo van MacDonald’s herkent, maar dat, als we het effect van reclame op het gedrag van kinderen meten, dit nauwelijks iets oplevert?”

Hier doet de magie haar intrede. “Het fascineert me mateloos. Elke dag zie ik om me heen hoe de media onze kinderen beïnvloeden, maar als we dit proberen te meten, blijken de effecten klein te zijn. Ik noem dit de magie van media-effecten. Er kunnen twee dingen aan de hand zijn: we hebben de juiste meetmethodes nog niet gevonden, of we hebben de juiste theorieën nog niet geformuleerd.”

Met hulp van de Spinozapremie wil Valkenburg dit mysterie op gaan helderen. Ze gaat beginnen met een grootschalig, langlopend onderzoek onder 900 gezinnen, die zullen worden geïnterviewd en geënquêteerd. Ook zullen de gezinnen mediadagboeken gaan bijhouden. Met het prijzengeld kan Valkenburg extra technische hoogstandjes aanschaffen: apparaten waarmee de oogbewegingen, hartslag en bloeddruk van kinderen kunnen worden gemeten terwijl ze thuis zitten te gamen, te internetten of televisie zitten te kijken. “Ik ben ervan overtuigd dat dit onderzoek – ik noem het mijn levenswerk – nieuwe inzichten en een beter begrip zal opleveren.”

Valkenburg: “Academici zijn niet zo goed in het uiten van hun emoties. Daarom wil ik graag de reactie van iemand laten zien die gespecialiseerd is in het uiten van gevoelens, om aan jullie te tonen hoe gelukkig ik met deze Spinozapremie ben.”

Verlinde: zwaartekracht verklaren

Erik Verlinde zegt het niet, maar zijn glinsterende ogen spreken boekdelen: eigenlijk wil hij Isaac Newton naar de kroon steken. Want waar Newton de zwaartekracht slechts kon beschrijven, denkt Verlinde een verklaring voor die zwaartekracht te hebben gevonden. Volgens de Amsterdamse theoretisch natuurkundige is de zwaartekracht namelijk geen fundamentele kracht, maar een verschijnsel dat opduikt als gevolg van de interacties tussen deeltjes. Een revolutionair idee, dat niet alleen kwantumnatuurkunde en snaartheorie dichter bij elkaar brengt, maar ook nog eens ons denken over de natuur op zijn kop zou kunnen zetten.

Erik Verlinde.

Verlinde’s nieuwe zwaartekrachttheorie doet uiteraard veel stof opwaaien. Na het verschijnen van zijn artikel in 2010, wordt er onder natuurkundigen druk gerekend, gespeculeerd en gediscussieerd.

“Zelf weet ik overigens zeker dat de theorie juist is, ik heb er geen enkele twijfels over,” zei Verlinde tijdens de uitreiking. “Het is een hele intuïtieve theorie, die eigenlijk makkelijk te begrijpen is. Je ziet nu ook dat wetenschappers buiten de gemeenschap van zwaartekrachtexperts de theorie makkelijker accepteren dan daarbinnen. Dat is in het verleden ook vaak zo gegaan met nieuwe ideeën.”

Met het geld van de Spinozaprijs wil Verlinde dan ook gerenommeerde, ervaren én moedige wetenschappers aantrekken, die niet bang zijn om samen met hem tegen de stroom in te roeien. Tegelijkertijd wil hij een deel van het geld besteden aan wetenschapspopularisering. “Toen ik veertien was, zag ik een avondvullend natuurkundeprogramma op televisie. Stephen Hawking en Gerard ’t Hooft vertelden daarin over elementaire deeltjes en zwaartekracht. Dat vond ik zo fascinerend. Het is die fascinatie die mij nu, 35 jaar later, nog steeds drijft. Ik wil graag aan de veertienjarigen van nu laten zien hoe spannend de natuurkunde op dit moment is. Er zijn nu ontwikkelingen gaande die net zo revolutionair zijn als de relativiteitstheorie en kwantummechanica ooit waren.”

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 september 2011
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.