Je leest:

Door het lint

Door het lint

Auteurs: en | 1 september 2012

Conflicten maken onderdeel uit van het dagelijks sociale leven en agressief gedrag maakt onderdeel uit van ons normale sociale gedragsrepertoire. Het is daarbij wel belangrijk dat de conflicten beheersbaar blijven, ook als er agressief gedrag aan te pas moet komen om de situatie op te lossen.

Laten we even kijken naar het volgende voorbeeld: twee kinderen maken even vaak ruzie met andere kinderen, maar één van de twee heeft niet het vermogen om het na afloop weer goed te maken. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer zo’n kind niet de verzoenende signalen oppikt die de ander uitzendt. De omstanders of ouders van zo’n kind zullen de agressie van dat slecht verzoenende kind waarschijnlijk als ernstig en abnormaal kwalificeren. Maar is er in dit geval wel sprake van abnormale agressie?

Uiteindelijk lijkt dit kind niet meer conflicten te hebben, maar zijn de conflicten van zo’n kind langer en escaleren ze sneller, waarbij ook fysieke agressie wordt gebruikt. Behandelingen die zich richten op het verminderen van het aantal conflicten lijken in dit geval niet direct nuttig. Dit kind zou mogelijk meer baat hebben bij het leren beheersen van agressie en herkennen van verzoenende signalen. Dit simpele voorbeeld laat zien dat de gevolgen van agressie nogal eens het beeld vertroebelen van wat nu écht de onderliggende oorzaken zijn.

Beveiligd systeem

Hoewel agressief gedrag dus onderdeel uitmaakt van het sociale gedragsrepertoire, kan het ook onbeheersbaar worden. Ergens in de systemen die we in eerdere hoofdstukken hebben besproken is een fout geslopen en je bent niet meer in staat conflicten op te lossen en je agressieve gedrag in goede banen te leiden. In medische termen wordt dan gesproken van pathologie.

De diversiteit aan mogelijke manieren waarop een tegen overmatige agressie beveiligd lichaam toch kan ontsporen, kun je begrijpen door te denken aan een spoorwegovergang zonder slagbomen. Als het veilig is knippert een wit licht, als er een trein aankomt knippert een rood licht. Als de stroom uitvalt knippert niets meer, en weet je dus dat extra aandacht geboden is. Niet meteen heel gevaarlijk – je ziet immers dat er wat aan de hand is met de lichten – maar desalniettemin toch al een stuk gevaarlijker dan wanneer alles correct werkt.

Net als bij de beveiliging van een overweg, kan in de beveiliging van een brein van alles misgaan.
iStockphoto

In de normale situatie zal zo’n dertig seconden voor de trein arriveert het witte licht uitgaan en het rode beginnen te knipperen. Die timing is cruciaal. Wanneer je, zeg, drie seconden voor de trein komt pas begint met rood te knipperen, dan kun je er donder op zeggen dat er ongelukken gebeuren. Maar ook als je drie minuten voor de trein komt al begint met knipperen gaat het mis. Als er na twee minuten nog steeds geen trein is, zullen de wachtenden ongeduldig worden en ontstaat twijfel of het apparaat wel goed werkt en of er überhaupt wel een trein aankomt. En zo zijn er nog diverse problemen te bedenken, van een licht dat heel zwakjes knippert, of juist zo sterk werkt dat het van het ene op het andere moment doorbrandt.

Tot zo ver de problemen aan de kant van de verzender van een signaal. Ook bij de ontvanger van de signalen kan van alles misgaan. Elk onvermogen om de signalen correct te interpreteren kan leiden tot ongelukken. Dat ‘onvermogen’ kan komen omdat de zon toevallig te laag staat en je het knipperlicht niet ziet. Of misschien danst er net een vliegje in je oog. Of misschien zijn zender en ontvanger wel in orde, maar hangt er dichte mist tussen…

Met betrekking tot agressie is het niet anders; er zijn veel mogelijke oorzaken die kunnen leiden tot een agressieve ontsporing. Zowel in de genen, als in de hersenen, als in het hormoonsysteem. De onderlinge interacties tussen die systemen maken het er ook niet makkelijker op. Overal kan ‘iets’ slecht functioneren of kapot zijn, wat uiteindelijk leidt tot een agressieve ontsporing.

Jeugdtrauma en type agressie

Een belangrijk onderdeel van opgroeien is het leren omgaan met conflictsituaties en het leren beheersen van agressief gedrag. Verstoorde sociale relaties in de jeugd, zoals je die bijvoorbeeld bij een verwaarloosd kind kunt zien, leiden vaak tot ziekelijke agressie later in het leven. Bij proefdieren kun je die situatie nabootsen. Je kunt ratten of muizen bijvoorbeeld in eenzaamheid huisvesten. Zeker wanneer je dat doet direct na het spenen (d.w.z. het weghalen van de moeder – en met name de moedermelk), leidt dit bij ratten niet alleen tot meer agressie, maar ook tot abnormale aanvalspatronen en andere tekortkomingen in sociale communicatie. Onderzoek van de Hongaarse neurobioloog Jozsef Haller laat zien dat deze dieren naast meer offensieve agressie, ook abnormaal veel defensief gedrag vertonen. Agressie die wordt veroorzaakt door onthouding van sociale contacten ziet er niet alleen anders uit, er blijken ook totaal andere hersengebieden bij betrokken dan bij andere vormen van agressie. Voor een eventuele therapie is het dan ook belangrijk uit te zoeken met welke type agressie je eigenlijk te maken hebt.

Sociale relaties en de moeder-kindband zijn extreem belangrijk voor ontwikkeling van gezond agressief gedrag.

Schutterstock

De geest ontspoord…

Het is mogelijk om met behulp van een elektrode en een elektrische stimulus op de juiste plaats in de hersenen een rat tot de aanval over te laten gaan. Bij mensen is dat ongetwijfeld niet anders, al moet je in de grotere hersenen misschien wat langer zoeken voor je het juiste plekje gevonden hebt. Maar de notie dat je de geest op een mechanische manier kunt laten ontsporen zonder dat je dat met je bewustzijn kunt tegengaan, is onbetwist. De machine waarin deze geest huist, is echter groot en buitengewoon complex. Er zijn zo veel manieren waarop het mis kan gaan dat het schier onmogelijk is daar een overzicht van te geven. We kunnen slechts in grote lijnen algemene probleemgebieden aanduiden, maar op individueel niveau kan de bedrading dusdanig verschillen dat je eigenlijk zou moeten besluiten dat elk lichaam verschillend is.

Ulrike Meinhof was kopvrouw van de uiterst gewelddadige Baader-Meinhof-groep, die in de jaren zeventig als de Rote Armee Fraktion veel slachtoffers maakte in West-Duitsland met links-activistisch geweld. Van haar gedrag is wel verondersteld dat het mede verklaard kon worden door een opgezwollen bloedvat dat bepaalde hersengebieden zou hebben beschadigd. De waarheid hiervan is betwistbaar, maar daar gaat het eigenlijk niet om. Theoretisch is het mogelijk dat een dergelijk defect ingrijpende gevolgen kan hebben op het gedrag van een persoon. En zou je zoiets constateren, dan moet je jezelf de vraag stellen of deze persoon verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn of haar daden. In dat geval kan het zijn dat de daden je, in een beschaafde wereld, niet worden aangerekend, omdat je ontoerekeningsvatbaar bent. Straf is niet op zijn plaats. Eerder is behandeling nodig om ervoor te zorgen dat je agressieve gedrag weer beheersbaar wordt en conflicten niet langer uit de hand lopen.

Was Ulrike Meinhof ziek of ‘gewoon’ crimineel?
Hollandse Hoogte

Pathologisch geweld is per definitie zinloos. Maar niet al het zinloze geweld heeft ook een medische oorzaak, al vindt de samenleving de daders van zinloos geweld al gauw ‘gestoord’. Je kunt de beste redenen hebben om een brood te stelen, ondanks dat het als agressief wordt ervaren wanneer je iets van iemand afpakt. Waar medici bepaald agressief gedrag pathologisch noemen, kunnen gedragsbiologen daar nog een heel ander idee over hebben. Misschien is het ‘gestoorde gedrag’ heel goed te verklaren in termen van ecologische omstandigheden waarbinnen dat gedrag nog functioneel kan zijn. Wanneer iemand in groepsverband de bestuurskamer van een voetbalclub kort en klein slaat, zou het best kunnen zijn dat de fysieke pijn afgewezen te worden door de groep voor dat individu zo groot is dat de angst daarvoor genoeg is om dan toch maar mee te doen met het, in zijn ogen mindere kwaad, van het molesteren van een bestuurskamer of zelfs een bestuurslid.

Als een groep door het lint gaat

Zet een brave huisvader, fan van Ajax, op de tribune van de F-side en voor je het weet gaat-ie als een willoos wezen net zo hard tekeer tegen de ME als de rest. ‘Lange tijd was dat inderdaad het idee over groepsgedrag,’ zegt Otto Adang, onderzoeker aan de Politieacademie in Apeldoorn. ‘Een groep zou zijn ’geheel eigen dynamiek kennen’, waardoor agressie en geweld al gauw onbeheersbaar leken. Maar als je goed naar groepen voetbalsupporters of demonstranten kijkt, dan zie je iets heel anders.’ Adang is van oorsprong gedragsbioloog, gewend om groepen apen te bestuderen. ‘Tegenwoordig leer ik politiemensen kijken naar groepen mensen en ook naar het gedrag van collega’s, en de gevolgen van het handelen van die collega’s op de groep supporters of demonstranten. Wat we daarbij zien is dat mensen nog steeds, bewust of onbewust, heel individuele afwegingen maken. Wat zijn de risico’s van geweld? Wat is mijn kans om gepakt te worden? Kan ik die fan van die andere club, of die “juut” terugpakken voor dat akkefietje van laatst? Dat zijn allemaal individuele afwegingen. Bovendien is er maar een beperkt aantal individuen dat zich uiteindelijk te buiten gaat aan geweld, wat nog maar eens onderstreept dat de individuen binnen de groep blijkbaar keuzes maken.’

Adang: ‘Ook agressie in een groep is een individuele keus.’

Bram van de Biezen / B en U

Adang benadrukt dat er wel degelijk ook zoiets bestaat als sociale druk vanuit de groep. ‘De mens is immers een sociaal wezen. Je identificeert je met de groep en dus ook met de normen van de groep; normen die zelfs ter plekke kunnen veranderen. Maar dat geldt in feite ook voor iemand alleen. Die gedraagt zich ook zoals hij of zij, bewust of onbewust, denkt dat de groep verwacht. Alleen is die groep op dat moment niet per se zichtbaar.’

Het benaderen van een groep hooligans of demonstranten als een verzameling individuen, in plaats van als een homogene groep heeft belangrijke consequenties voor het werk van de politie, zegt Adang. ‘Je ziet tegenwoordig al minder vaak dat een peloton ME-ers wordt ingezet tegen mensenmassa’s. Het blijkt veel slimmer om de communicatie aan te gaan met een groep. Je wilt duidelijkheid creëren, misverstanden voorkomen en een verstandhouding opbouwen. Je wilt met haast chirurgische precisie de raddraaiers eruit pikken. Bovendien probeert de politie steeds vaker ’self-policing’ te stimuleren. Het blijkt veel beter te werken als een aantal leiders binnen de groep zelf de orde binnen een demonstratie bewaart.’

Psychopaten

Een goed voorbeeld van het feit dat de grens tussen abnormaal en normaal lastig te vinden is, is het onderzoek naar psychopathie. Het hoeft niemand te verbazen dat juist onder delinquenten veel onderzoek is gedaan naar het vóórkomen van psychopathie. In 1991 stelde Robert Hare, hoogleraar psychologie aan de universiteit van British Columbia, Canada, vast dat maar liefst 25% van de mannelijke gedetineerden kon worden gekarakteriseerd als behept met psychopathische kenmerken, zoals gebrek aan empathie, narcisme en manipulerend gedrag. Bij vrouwelijke gedetineerden lag dat percentage volgens Hare op ongeveer 16%. Hare stelde die ‘diagnose’ op basis van vragenlijsten. Maar als hij dezelfde vragenlijsten voorlegde aan gemiddelde studenten vond hij 5% tot maar liefst 12% met psychopathische kenmerken onder de mannelijke studenten en ongeveer 0,5% onder vrouwelijke studenten.

Niet alle psychopaten zijn meteen ‘Hannibals’.
Imageselect

Als je bij een psychopaat het beeld hebt van Hannibal Lecter uit de thriller Silence of the Lambs, dan is 1 op iedere 200 vrouwen een schokkend hoog percentage. Om van 1 op de 10 mannen nog maar te zwijgen. Dat beeld behoeft – gelukkig – dan ook enige bijstelling. Mensen met psychopathische trekken kunnen het heel goed doen in de maatschappij. Daar zijn veel voorbeelden van. Onder de captains of industry is het percentage mensen met een flink aantal psychopathische trekjes waarschijnlijk zelfs wat hoger dan onder de gemiddelde bevolking. Sterker nog, een psychopathisch kenmerk als ‘gebrek aan invoelingsvermogen voor derden’ kan heel handig zijn als je in de sanering zit van een groot bedrijf en je moet veel mensen ontslaan. Ook onbevreesdheid is een nuttige karaktertrek wanneer je belangrijke voordrachten moet houden. Narcisme en egoïsme zijn ook van die trekjes die bij leidinggevenden over het algemeen niet in de weg zitten. Maar al met al lijkt het er toch op dat psychopaten de extremen zijn van wat we een normale verdeling noemen. De meeste mensen bezitten wel één of twee ‘psychopathische’ trekken. Pas als je er een heleboel bezit, kan het zijn dat je abnormaal agressief gedrag vertoont.

Zinvolle kindermoord

In 1977 beschreef de Amerikaanse antropologe Phyllis Dolhinow van de Berkeley Universiteit in Californie een groep langoeren in India. Die apen vertoonden in haar ogen pathologisch gedrag. Volwassen mannetjes vermoorden jonkies en dat kon in haar ogen evolutionair nooit zinvol zijn. Kort daarna beschreef primatologe Sarah Blaffer-Hrdy van de Davis Universiteit in Californie een theorie die dit ogenschijnlijk wrede gedrag wel degelijk evolutionair zinvol maakte. Wanneer een groep apen een nieuwe leider krijgt, wil die leider zo snel mogelijk zijn genen verspreiden onder de vrouwtjes. Daarmee kan hij sneller beginnen wanneer hij de nog zogende jongen om zeep brengt. De moeders worden dan weer eerder vruchtbaar, om vervolgens zijn kinderen groot te brengen, in plaats van die van de vorige leider. Als hij braaf zou gaan zitten wachten tot de moeders klaar zijn met het opvoeden van het kroost van zijn voorganger, zou het veel te lang kunnen duren alvorens hij de genetische vruchten van zijn eigen inspanning om de groep over te nemen kan plukken.

Inmiddels is duidelijk dat dit soort ‘infanticide’ niet alleen bij veel apensoorten voorkomt, maar vrij algemeen is in vergelijkbare sociale systemen. Ook leeuwen doen het. Zelfs mensenkinderen lopen een groter risico vermoord te worden door stiefouders dan door hun biologische ouders, een gegeven dat helaas geen grimmig sprookje is.

Moord op stiefkinderen is helaas geen sprookje.

Imageselect

Pathologische agressie uitbannen?

Het is een illusie dat pathologische agressie zou kunnen worden uitgebannen, juist omdat het een extreem is van een normale verdeling. Individuele variatie en variatie in een populatie zullen altijd bestaan en extremen zijn daar onlosmakelijk mee verbonden. Het feit dat agressie een normaal en onmisbaar onderdeel is van ons gedrag, maakt automatisch ook dat er altijd ontsporingen zullen kunnen plaatsvinden. Dat betekent natuurlijk niet dat we ons daarbij moeten neerleggen. Evenzogoed als we kanker bestrijden, kunnen we ook pathologische agressie bestrijden. Er is wel degelijk winst te boeken bij het voorkómen van ontsporingen door bijvoorbeeld risicogroepen tijdig in kaart te brengen en een omgeving te creëren waarin deze mensen niet tot hun extreme daden komen.

Onderzoek van psycholoog Richard Tremblay van de universiteit van Montreal laat zien dat het in de ontwikkeling van kinderen van belang dat zij hun conflicten en agressieve gedrag beheersbaar leren houden. Het leren omgaan met ‘ontremmende middelen’ als drugs en drank, je eerste impulsen leren beheersen, maar ook empathie voor een ander kunnen opbrengen en de prosociale signalen van anderen leren herkennen, het hoort er allemaal bij. Als er echt sprake is van flinke ontsporingen ten gevolge van defecten in het systeem, is het zaak uit te vinden waar het defect zit en zorgen dat het individu zijn agressie weer beheersbaar kan houden.

Als laatste is het van belang dat we ons realiseren dat agressie geen geïsoleerd gedrag is. Het wordt steeds duidelijker dat conflicten moeten worden bestudeerd in de brede sociale context waaruit ze voortkomen, in plaats van dat men zich alleen concentreert op de agressors, die voor het gemak vaak ook meteen maar als ‘schuldigen’ worden aangeduid.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.