Je leest:

Doof

Doof

Auteur:

Doofheid wordt door velen als alleen maar een handicap gezien. Maar Doven hebben ook – doordat ze niet kunnen horen – een geheel eigen cultuur ontwikkeld, met een eigen taal en eigen onderwijs.

Verschil tussen ‘doof’ en ‘Doof’

doof

Met ‘doof’ bedoelt men het ‘niet kunnen horen’: een audiologische definitie. Volgens medische begrippen is men doof bij een gehoorverlies van meer dan 100 decibel (dB), al verschilt deze definitie per land. Zo wordt men in Canada en de Verenigde Staten al doof genoemd bij een verlies van 80 dB. Het gehoorverlies wordt bepaald door het afnemen van audiologische testen en het maken van een audiogram.

Er zijn verschillende vormen en oorzaken van doofheid. Zo kan men doof geboren worden door een erfelijke eigenschap, men is dan prelinguaal doof. Dat wil zeggen, doof voordat de ontwikkeling van gesproken taal op gang is gekomen. Maar men kan ook daarna doof worden, door een ongeluk of een virus. Dit wordt postlinguaal doof genoemd. Personen die op latere leeftijd doof geworden zijn, beschouwen zich in tegenstelling tot Doven als gehandicapt. Zij ervaren een gemis en ondergaan een rouwproces.

Zij die Doof met een hoofdletter schrijven geven hiermee aan dat zij een minderheidsgroepering vormen die zijn eigen taal, namelijk: gebarentaal, en cultuur kent. Het meisje op de foto zegt in gebarentaal:‘I love you’.

Doof

Doofheid wordt door een aanzienlijk deel van de dovengemeenschap opgevat als een eigenschap, een variatie zoals huidskleur. Het gaat hier vooral om Doven die doof geboren zijn of al jong doof geworden zijn. Zij zijn met andere woorden: ‘gewoon doof’. Zij die Doof met een hoofdletter schrijven geven hiermee aan dat zij een minderheidsgroepering vormen die zijn eigen taal, namelijk: gebarentaal, en cultuur kent. Doof zijn wordt door deze groep niet als een gemis of een handicap beleefd.

Ook horende personen uit dove families kunnen zich als leden van de Dovengemeenschap beschouwen. Dit zijn veelal horende kinderen van Dove ouders. Zij beleven van jongsaf aan de wereld op nagenoeg dezelfde wijze als hun ouders en worden ingeleid in de cultuur en tradities van de dovengemeenschap. Hoorstatus is dan ook niet het primaire kenmerk van de leden van deze gemeenschap. Men kan hen ook definiëren als gebarentaalgebruikers.

Zie ook:

Maatschappij

Hoe staan Doven in de maatschappij? Of doofheid nu als cultuur of als handicap beschouwd wordt, het feit blijft dat men één zintuig niet of aanzienlijk minder kan gebruiken: het gehoor. In deze maatschappij die gebaseerd is op auditieve communicatie en vele auditieve bronnen en signalen kent, hebben Doven een achterstandspositie met alle gevolgen van dien.

In een poging om die achterstand op te heffen zijn er veel nationale en internationale belangenorganisaties van Doven opgericht, elk met een eigen identiteit en doelstelling. Zo kennen wij in Nederland Dovenschap, de belangenorganisatie van Doven die gebarentaal als hun natuurlijke taal zien.

Een recente activiteit van Dovenschap is het onderzoeken van de kwaliteit van tolken gebarentaal. Dit onderzoek werd uitgevoerd door het onderzoeksbureau Verwey-Jonker. Daarnaast bestaat de groep SAVON, een groep doven die vinden dat gesproken taal hun moedertaal is.

Waar de eerste groep pleit voor erkenning van gebarentaal en meer tolken, daar pleit de tweede groep voor meer ondertiteling en hulpmiddelen. Net als allerlei andere groeperingen binnen de maatschappij kent dus ook de dovengemeenschap verscheidenheid. Op internationaal niveau hebben Dove gebarentaalgebruikers zich verenigd in de European Union of the Deaf (EUD) en de World Federation of the Deaf (WFD).

Doof zijn heeft als nadeel dat het hier om een onzichtbare handicap gaat, het is de persoon niet af te zien. Een ander nadeel zijn de associaties die het woord `doof` oproepen bij het algemene publiek. Een term die trouwens geheel uit den boze is, is ‘doofstom’ (in het Engels: ‘deaf and dumb’).

In het dagelijks leven, thuis, op school of op het werk, maken Doven gebruik van allerlei hulpmiddelen en voorzieningen zoals hoorapparatuur, teksttelefoons, lichtapparatuur en trilapparatuur. Het spreekt voor zich dat voorzieningen en tolken niet altijd voorhanden zijn. In het contact met horenden ervaren doven dan hun handicap. Zij worden dan afhankelijk van de bereidheid tot communiceren van horenden. Doof zijn heeft als nadeel dat het hier om een onzichtbare handicap gaat, het is de persoon niet af te zien. Een ander nadeel zijn de associaties die het woord `doof` oproepen bij het algemene publiek. Een term die trouwens geheel uit den boze is, is ‘doofstom’.

Zowel de Europese Unie als de Nederlandse regering hebben verschillende projecten ontwikkeld met als doel de integratie van gehandicapten te bevorderen en de beeldvorming over gehandicapten bij te stellen. De uiteindelijke wens is om de maatschappelijke ongelijkheid van gehandicapten, waaronder doven, tegen te gaan. Een goede wetgeving en een maatschappelijk bewustzijn zijn nodig om doven/Doven als gelijkwaardige burgers te laten functioneren.

Onderwijs

Het gebruik van gebarentaal is niet vanzelfsprekend. Door de eeuwen heen is er een methodenstrijd gevoerd over het gebruik van gebaren of spraak in het onderwijs van, en de communicatie met Doven.

De geschiedenis van de Dovengemeenschap is nauw verbonden met de geschiedenis van het Dovenonderwijs waar men een afwisseling van orale en manuele perioden kent. De manuele perioden kenmerken zich door een veelheid van dove docenten en leiders en een levendige, actieve dovengemeenschap. In de orale perioden lijken Doven geruisloos op te gaan in de maatschappij.

Op het Congres van Milaan in 1880, een bijeenkomst van leidende figuren uit het dovenonderwijs, besloot een meerderheid dat Doven alleen volgens de orale methode onderwezen mochten worden. Rond 1970 veranderde dit, voornamelijk door de wetenschappelijke vaststelling dat gebarentalen volledige talen zijn met een eigen grammatica, semantiek en syntaxis. In Nederland hebben de dovenscholen in 1995 een convenant met de overheid getekend waarbij zij verklaren dat zij tweetalig onderwijs zullen bieden, namelijk in het Nederlands, en de Nederlandse Gebarentaal.

Het handalfabet (vingerspelling) volgens de Nederlandse Gebarentaal (NGT). Bron: dovenschap.nl

Onderdeel van dit convenant is tevens de standaardisatie van de vijf gebarentalen in Nederland tot één Nederlandse Gebarentaal zodat er een eenduidige taal in het gehele dovenonderwijs gebruikt wordt. Over de vorm en de inhoud van het dovenonderwijs zijn er nog steeds meningsverschillen. Zo geven de scholen een verschillende uitleg aan het begrip tweetaligheid. En de Dovengemeenschap zelf is niet echt gelukkig met de standaardisatie van de gebarentalen. Klik op de link ‘gebarentalen’ om over deze kwestie nadere uitleg te vinden.

Ook Dove kinderen moeten natuurlijk meer leren dan alleen maar taal. Maar wat, en hoe, leren zij in het dovenonderwijs in Nederland? Deze vraag is de basis van een werkstuk voor de cursus Pedagogisch Onderwijs (faculteit Pedagogiek, Universiteit van Utrecht). Corrie Tijsseling voerde gesprekken met onderwijscoördinatoren op drie dovenscholen. Daaruit bleek dat er overeenkomsten, maar ook aanzienlijke verschillen zijn tussen de scholen. Er zijn onder andere verschillen in de opvattingen over Doven en verschillen in de keuze voor een communicatiemethode.

Dit dossier is eerder verschenen in op de internetsite Pedagogiek.net

Doofheid in het nieuws:

Dit artikel is een publicatie van Pedagogiek.net.
© Pedagogiek.net, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 maart 2006

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE