Je leest:

Doodziek van die lui van hiernaast

Doodziek van die lui van hiernaast

Auteur: | 1 april 2008

Van alle ‘omgevingsgebonden’ stressfactoren in de grote stad is chronische onenigheid met de buren het meest fnuikend voor de gezondheid. Ook gevoelens van onveiligheid en de aanwezigheid van druggebruikers en hangjongeren ondermijnen die gezondheid, leert recent epidemiologisch AMC-onderzoek. In Amsterdam behoren de Burgwallen-Oude Zijde, Transvaalbuurt en Indische Buurt (West en Oost) tot de risicogebieden.

Stedelingen, zoals bekend, zijn door de bank genomen minder gezond dan plattelandsbewoners. Minder bekend is dat ook buurten binnen één stad opvallende verschillen in gezondheid kunnen vertonen. De geleerden zijn het er nog niet over eens hoe dat komt, maar grofweg staan er twee ideologische kampen tegenover elkaar. Volgens het marxistisch getinte ‘materialistische’ perspectief zijn minder gezonde buurten in wezen de dupe van geldgebrek en ontoereikende materiële voorzieningen. Maak je zo’n buurt gemiddeld rijker en de inkomensverschillen kleiner, dan staat niets een betere gezondheid meer in de weg.

Aanhangers van de andere richting, het psychosociale perspectief, beschouwen die verklaring als op z’n minst onvolledig. Voor hen is een slechtere gezondheid niet alleen het resultaat van materiële achterstanden, maar ook van uiteenlopende stressoren in de buurt zoals rommel op straat, burenhinder en rondhangende jongeren. ‘Dat lijkt nogal voor de hand liggend’, zegt sociaal geneeskundig onderzoeker Charles Agyemang, ‘maar er zijn nog maar heel weinig studies naar gedaan, terwijl de invloed van met name economische ongelijkheid in allerlei onderzoek is aangetoond. Vandaar dat de wetenschappelijke controverse kan blijven voortduren.’ Bijkomende complicatie is dat positieve uitkomsten van ‘psychosociale’ studies de non-believerszelden kunnen overtuigen. ‘De gebruikelijke kritiek is dat zulke uitkomsten voortkomen uit de manier van meten’, verklaart AMC-hoogleraar Sociale Geneeskunde Karien Stronks. ‘Eerst wordt buurtbewoners gevraagd of ze hinder ondervinden van stressoren en vervolgens of ze ongezond zijn, stellen de critici. Dat zegt dus niks. Bewoners die op beide vragen “ja” zeggen zijn natuurlijk types die sowieso geneigd zijn tot klagen. Met andere woorden: je meet geen verband, je meet persoonlijkheid.’

Rotzooi op straat

eigen onderzoek pakten Agyemang, Stronks en consorten het anders aan. Ze baseerden zich op een grote verzameling gegevens uit eerder door de GGD Amsterdam gehouden onderzoek. Steekproefsgewijs had de GGD zo’n kleine drieduizend bewoners van vijfenzeventig Amsterdamse buurten gevraagd een inschatting te maken van hun eigen gezondheidstoestand; een aangetoond betrouwbare maat voor de objectief meetbare gezondheid. Die gegevens werden door de AMC’ers gekoppeld aan data over de impact van stressoren in dezelfde buurten. Om nauwkeuriger te zijn: aan de percentages bewoners die in het tweejaarlijks bevolkingsonderzoek ‘Monitor Leefbaarheid & Veiligheid’ hadden aangegeven hinder te ondervinden van uiteenlopende irritatiebronnen, zoals aan den lijve ervaren misdaad, tekort aan groen, de aanwezigheid van drugverslaafden, rotzooi op straat en geluidsoverlast. Op die manier wisten ze de bedenking tegen eerdere studies keurig te omzeilen: de groep van gezondheidsrespondenten viel immers niet samen met die van stressor-ondervraagden.

het GGD-onderzoek repte zeventien procent van de Amsterdammers van een matige tot slechte gezondheid. Gegeven de bevolkingssamenstelling zo’n beetje het te verwachten percentage, maar volgens Agyemang ‘wel flink wat hoger dan in de meeste andere Nederlandse steden. Dat zal te maken hebben met kenmerken als het grote aantal laaggeschoolden en burgers in lagere inkomensgroepen.’ Om vertekening door zulke ‘materialistische’ en individuele factoren te voorkomen, corrigeerden de AMC’ers hun eigen onderzoeksuitkomsten voor sekse, leeftijd en sociaaleconomische status. Ook de invloed van etnische achtergrond werd zorgvuldig uitgezeefd. Agyemang: ‘Juist in buurten met veel stressoren wonen relatief veel etnische minderheidsgroepen, en uit ander onderzoek is bekend dat die gemiddeld ongezonder zijn dan de allochtone blanke populatie.’

Aldus ontstond een vrij zuiver beeld van de invloed die ‘buurtgebonden’ psychosociale stressoren hebben, en die invloed is onmiskenbaar. Een duidelijk verhoogd risico op naar eigen gevoel matige tot slechte gezondheid werd gemeten in buurten met bovengemiddeld veel hinder van buren, drugsmisbruik, rommel op straat, hangjongeren, werkloosheid, gebrekkige groenvoorzieningen en gevoelens van onveiligheid. Tot de voornaamste Amsterdamse risicobuurten behoren in psychosociaal opzicht de Burgwallen-Oude Zijde, Transvaalbuurt, Indische Buurt West en Oost, De Kommert en een viertal buurten in de Bijlmer, waaronder Bijlmer-Centrum. Psychosociaal gunstig wonen is het met name in Buitenveldert Oost en West, Apollobuurt, Betondorp, Stadionbuurt en Museumkwartier.

Keeping Up Appearances

Van alle beoordeelde stressoren bleek burenhinder het sterkst geassocieerd met een gebrekkige gezondheid. ‘Burenhinder in de zin van een slechte relatie, niet met je buren kunnen opschieten’, verduidelijkt Agyemang. ‘Omgevingslawaai, inclusief herrie van de buren, hebben we als een aparte stressor gemeten en over het geheel genomen is de invloed daarvan niet zo groot. Wat onverlet laat dat onmin met de buren heel goed mede aan burengerucht te wijten kan zijn.’ Voor de onderzoekers was die grote invloed van burenhinder enigszins verrassend. Stronks: ‘Ik had verwacht dat bijvoorbeeld drugsmisbruik of rondhangende jongeren het hoogst zouden scoren, omdat je daar geen enkele controle over hebt.’ Agyemang: ‘Maar een zekere logica zit er ook wel weer in. Misschien een gek voorbeeld, maar kent u die Engelse comedy Keeping Up Appearances? De buren van de hoofdfiguur, mevrouw Hyacinth Bouquet, hebben zo de pest aan Hyacinth dat hun leven er totaal door wordt beheerst. Ze zijn als de dood om haar tegen het lijf te lopen. Je zou kunnen zeggen dat de impact van burenhinder de keerzijde vormt van het enorme belang dat wij mensen als groepsdieren hebben bij sociale cohesie en onderling vertrouwen.’

Dat de AMC-studie het psychosociale perspectief een fikse steun in de rug geeft, zal duidelijk zijn. Tegelijk wordt de wijsheid van de wijkgerichte aanpak die minister Ella Vogelaar voorstaat er nog eens door onderstreept. En welzeker, menen de onderzoekers, ook burenhinder kan bij zo’n aanpak gebaat zijn. Agyemang: ‘Burenhinder is gerelateerd aan allerlei omgevingsfactoren. Als je voorziet in aantrekkelijke activiteiten voor mensen die anders misschien thuis zitten of op straat hangen, zoals minister Vogelaar beoogt, werk je ook aan betere verhoudingen tussen buren.’ Wat niet wil zeggen dat de Amsterdamse bevindingen naadloos op de andere grote steden van toepassing zijn, waarschuwt Stronks, want elke stadsbuurt heeft zijn eigen kenmerken. De wisselende invloed van groenvoorzieningen moge in dat verband te denken geven. Stronks: ‘In een groene buurt zijn mensen eerder geneigd wandelingetjes of fietstochtjes te maken en de auto te laten staan, zou je zeggen, en heel vaak gaat dat ook op. Maar VU-onderzoek heeft vorig jaar uitgewezen dat in sommige ruime, groene buurten juist extra veel auto wordt gereden, kennelijk vanwege de overvloedige parkeerruimte en de geringe kans op opstoppingen.’

Waarmee les één van elke wijkgerichte aanpak luidt: kijk goed naar de situatie ter plekke, en verlaat u niet te veel op mooie onderzoeken.

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 april 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.