Je leest:

“Doemdenken over vergrijzing onterecht”

“Doemdenken over vergrijzing onterecht”

Auteur: | 15 mei 2008

“Er is een omslag in ons denken nodig om de vergrijzing goed het hoofd te kunnen bieden.” Hoogleraar ouderenpsychiatrie prof.dr. Roos van der Mast van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) geeft tegengas aan wat zij het ‘verzuurde’ maatschappelijke debat over ouderen noemt. In haar oratie op 16 mei bestrijdt zij het pessimistische beeld van de oudere mens als afgeschreven kostenpost.

Doemdenken

Een ramp voor de samenleving. Zo wordt de vergrijzing volgens Van der Mast vaak afgeschilderd. Een blik op de cijfers doet vermoeden waarom: in 2007 telde Nederland 2,5 miljoen ouderen (14,5% van de totale bevolking), in 2010 zijn het er al 3 miljoen (20%). Met het stijgen van de jaren zijn steeds minder mensen gezond, leren bovendien de statistieken. Dreigen daarmee niet onbeheersbare zorgkosten en overbevolkte verpleeghuizen? Doemdenken, vindt Van der Mast. “Ten onrechte wordt verondersteld dat lichamelijke en psychische ziekten vanzelfsprekend bij veroudering horen”, stelt de hoogleraar.

Ongezondheid bij ouderen wordt vooral veroorzaakt door chronische gewrichtsaandoeningen, psychische stoornissen, hart- en vaatziekten, longziekten en suikerziekte. Van al deze chronische ziekten geven de psychische de grootste kans op een verslechterde kwaliteit van leven. “In hoeverre we onszelf als gezond ervaren blijkt het meest te worden beïnvloed door psychische problemen, en wel nadelig. Met het terugdringen van psychische klachten en psychiatrische stoornissen kan dus veel gewonnen worden”, stelt Van der Mast.

Prof.dr. Roos van der Mast: “Gezond ouder worden kan.”

Kwetsbaar

De hoogleraar ziet hierin een belangrijke rol weggelegd voor de ouderenpsychiatrie. “Kennis over verouderingsprocessen en hun relatie met lichamelijke en psychische ziekten maakt het mogelijk om specifieke behandelingen voor ouderen te ontwikkelen”, zegt Van der Mast. Ze beschouwt de ouderenpsychiatrie als een vak apart. “Oudere patiënten onderscheiden zich in belangrijke opzichten van hun jongere lotgenoten. Veroudering gaat gepaard met veel verliezen; ouderen zien en horen slechter, worden vergeetachtiger en kunnen, als zij stoppen met werken, inboeten aan sociale en maatschappelijke betekenis. Dat maakt hen kwetsbaar.” Van der Mast bestudeert daarom niet alleen psychiatrische stoornissen die op latere leeftijd verhevigen, maar ook stoornissen die zich pas op iemands oude dag voor het eerst manifesteren.

Een bekend voorbeeld van een stoornis die soms pas laat ontstaat, is depressie. Uit een onderzoek onder 599 inwoners van Leiden (de Leiden 85-Plus Studie) bleek op 85-jarige leeftijd 20% van de ouderen last te hebben van depressieve symptomen. Van der Mast waarschuwt voor onverschilligheid. “Ouderen en hun omgeving denken nogal eens dat depressieve verschijnselen erbij horen als je oud wordt. Daarom wordt de stoornis vaak niet opgemerkt en onvoldoende behandeld. De gevolgen van depressie zijn echter juist op oudere leeftijd desastreus. Depressieve ouderen zorgen slechter voor zichzelf, zijn lichamelijk minder gezond en gaan sneller dood.’ Het belang van adequate diagnosticering en behandeling is dus groot. ’Een geslaagde antidepressieve behandeling verbetert op alle fronten iemands kwaliteit van leven.”

Het terugdringen van psychische klachten kan de kwaliteit van leven van ouderen aanzienlijk vergroten.

Verschillen ouderen met een laat-ontstane depressie van depressieve jongere volwassenen? Van der Mast is betrokken bij een landelijke studie die antwoord op deze vraag moet geven. In de Netherlands Study of Depression in Old Age (NESDO) en de Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA) wordt bij respectievelijk ouderen en jongere volwassenen gekeken naar de verschijningsvormen van depressie en naar de factoren die iemand kwetsbaar maken voor de ziekte. Van der Mast: “Uniek aan deze studies is dat ze voor het eerst een systematische vergelijking mogelijk maken tussen beide leeftijdsgroepen, omdat gebruik gemaakt is van dezelfde meetinstrumenten.”

Hersenaftakeling

Van der Mast kijkt in haar onderzoek niet alleen naar psychologische factoren. Ook biologische factoren hebben haar aandacht. “Opvallend aan psychische ouderdomsziekten is dat ze nauw verweven zijn met de achteruitgang van de hersenen en andere lichamelijke regelsystemen”, zegt ze. “Bij veroudering treden vaak dezelfde neuropsychiatrische symptomen op als bij ziekten waarbij de hersenen versneld aftakelen, zoals de ziekte van Parkinson en Alzheimerdementie. Kennis over die ziekten kan ons dus helpen om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van psychiatrische symptomen bij ouderen.”

Ziekten waarbij de hersenen versneld aftakelen, zoals de ziekte van Parkinson en Alzheimerdementie, kunnen ons meer leren over het ontstaan van psychiatrische symptomen bij ouderen.

“Uiteindelijk ben ik vooral geïnteresseerd in de vraag hoe ouderen met psychische problemen zo goed mogelijk geholpen kunnen worden”, zegt Van der Mast. Ze werkt mee aan een studie van de afdeling Public Health en eerstelijnsgeneeskunde, waarin de effectiviteit van de cursus In de put, uit de put bij depressieve patiënten van 75 jaar en ouder wordt onderzocht. Deelnemers aan de cursus hebben vaak een dierbare verloren. In kleine groepjes van lotgenoten leren de patiënten hoe ze zelfstandig kunnen functioneren, zonder zich sociaal te isoleren. Door na afloop de cursisten te vergelijken met patiënten die de cursus (nog) niet hebben gevolgd, kan worden vastgesteld wat de effectiviteit ervan is.

De hoogleraar erkent dat de zorg voor ouderen complex is. “Zeker bij ouderen gaan lichamelijke ziekten en neuropsychiatrische stoornissen heel vaak samen”, zegt ze. “Samenhangende zorg is dus een absolute noodzaak. De huidige zorg is vaak nog te versnipperd. Oudere patiënten krijgen binnen hetzelfde ziekenhuis soms wel vijf tot zes specialisten aan hun bed. Die zijn niet altijd goed op de hoogte van het doen en laten van hun behandelende collega’s, met alle risico’s van dien.” Van der Mast juicht het daarom toe dat, ook binnen het LUMC, mogelijk gewerkt gaat worden aan zorgprogramma’s die patiëntgericht in plaats van ziektegericht zijn. De huisarts kan binnen deze zorgprogramma’s een sleutelpositie innemen. “Die kan signaleren welke patiënten in meerdere opzichten kwetsbaar zijn en dus het hardst om samenhangende zorg vragen.”

Uitdaging

Van der Mast kiest in haar oratie bewust voor een positieve insteek. ‘Gezond ouder worden kan. De grote uitdaging is om het aantal jaren in goede lichamelijke en geestelijke gezondheid te vergroten. Daar kunnen mensen zelf wat aan doen, door van jongs af aan gezond te leven. Daarnaast kan de ouderenpsychiatrie betere behandelingen voor ouderen ontwikkelen, zodat hun kwaliteit van leven wordt vergroot. Ouderdom hoeft niet alleen een last te zijn voor mensen zelf of voor hun omgeving. Elke dag extra in goede gezondheid is waardevol.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.