Je leest:

Dodelijke lekkernijen

Dodelijke lekkernijen

Auteur: | 3 maart 2011

Waar de een gemakkelijk hele zakken borrelnootjes naar binnen werkt, is een enkele pinda voor de ander al levensgevaarlijk. Bij een pinda-allergie reageert je lichaam op onschuldige stoffen alsof je net een gevaarlijk gif hebt opgegeten. Hoe komt dat, en kun je er ook vanaf komen?

Borrelnootjes, chocolade, pindakaas, en allerlei producten op basis van pinda-olie. De supermarkt ligt er vol mee. Lastig boodschappen doen als je allergisch bent voor pinda’s. Pinda-allergie komt niet zoveel voor (ongeveer één procent van alle westerse mensen heeft er last van), maar een reactie op pinda verloopt vaak wel ernstig. Eet je als allergiepatiënt per ongeluk een halve pinda dan kun je last krijgen van diarree of huiduitslag, heb je opeens moeite met ademhalen of beland je in een levensgevaarlijke anafylactische shock.

Pinda’s veroorzaken bij sommige mensen een ernstige allergische reactie.
Wikimedia Commons

Die allergische reactie is de schuld van je eigen afweersysteem, dat de pinda aanziet voor een gevaarlijke indringer. De eerste keer dat je pinda’s eet, worden pinda-eiwitten in de darm door gespecialiseerde cellen opgepikt en overgebracht naar antigeen-presenterende cellen (APC’s). Die APC’s knippen de pinda-eiwitten in hele kleine stukjes en presenteren deze aan T-helpercellen.

Een binding tussen stukjes pinda-eiwit en T-helpercellen resulteert in de productie van speciale IgE-antilichamen tegen pinda. Die antilichamen blijven niet rondzweven, maar binden zich direct aan mestcellen. Komt er nu nog een keer een stukje pinda in je lichaam terecht, dan is het afweersysteem er snel bij. Pinda-eiwitten binden direct aan de mestcellen met IgE en dat stimuleert de productie van allerlei cytokinen, de stofjes die uiteindelijk jouw klachten veroorzaken.

Eerste contact met pinda’s

Lang niet iedereen krijgt een pinda-allergie, maar waarom de een wel en de ander niet? Gevoeligheid voor pinda’s ontwikkelt zich meestal al op jonge leeftijd. Het is bekend dat kinderen met bijvoorbeeld astma of eczeem, of kinderen waarbij pinda-allergie in de familie voorkomt een groter risico hebben om zelf ook gevoelig te worden voor pinda’s. Maar er zijn waarschijnlijk nog een heel aantal andere factoren die ook een rol spelen bij het ontwikkelen van pinda-allergie. Naar die bijkomende factoren wordt de laatste jaren steeds meer onderzoek gedaan.

Wanneer komt een kind voor het eerst in contact met pinda-eiwitten? Pas als hij zelf pinda’s eet, of al eerder?
Wikimedia Commons

Veel kinderen krijgen de eerste de beste keer dat zij pinda’s eten direct een allergische reactie. Dat zou betekenen dat zij eerder in hun leven al eens blootgesteld zijn aan pinda-eiwitten. Maar hoe? Doordat mama tijdens de zwangerschap regelmatig pinda’s at, denken sommige wetenschappers. Maar daarvoor is weinig bewijs. In verschillende studies werd moeders gevraagd naar hun consumptie van pinda’s tijdens de zwangerschap en tijdens het geven van borstvoeding. Bij kinderen van moeders die regelmatig pinda’s aten kwam niet meer allergie voor dan bij kinderen van moeders die pinda’s tijdens de zwangerschap lieten staan.

Contact met pindasporen via de huid – bijvoorbeeld door het smeren met crèmes op basis van pinda-olie – lijkt allergie wel in de hand te werken. Er zijn pas een paar kleine studies gedaan dus zekerheid is er nog niet, maar de eerste cijfers zijn veelzeggend. Negentig procent van de kinderen die gevoelig zijn voor pinda’s is weleens ingesmeerd met een crème op basis van pinda-olie. Bij de groep kinderen die geen last heeft van pinda-allergie is dat iets minder dan zestig procent.

Pinda in de stress

Ook de leeftijd waarop een kind voor het eerst pinda’s krijgt kan bepalend zijn voor het ontwikkelen van een allergie. Uit proefdieronderzoek is gebleken dat een vroege en regelmatige consumptie van pinda’s het ontstaan van een pinda-allergie kan voorkomen. Of dat bij mensen ook het geval is, is nog niet zeker maar aanwijzingen zijn er wel. In Engeland kregen kinderen in 1989 meestal voor het eerst pinda’s te eten op een leeftijd van ruim twaalf maanden. Toen was een half procent van de kinderen allergisch voor pinda’s. Tegenwoordig krijgen kinderen in Engeland pas tegen een leeftijd van zesendertig maanden voor het eerst pinda’s te eten en inmiddels is bijna twee procent van de Engelse kinderen allergisch.

Maar het is lastig om de leeftijd waarop een kind zijn eerste pinda’s at direct te koppelen aan het ontstaan van allergie. Er is immers wel meer veranderd tussen 1989 en 2011, bijvoorbeeld bij de productie van pinda’s. Tegenwoordig worden pinda’s geroosterd of gedroogd bij temperaturen rond 180 graden Celsius. Die extreme hitte leidt tot een stressreactie in de pinda, waardoor er uiteindelijk heel veel pinda-eiwit achterblijft. Vijftien minuten roosteren zorgt voor een eiwitconcentratie die tweeëntwintig keer zo hoog ligt als bij ongeroosterde pinda’s.

Helaas pindakaas: als je eenmaal allergisch bent voor pinda’s kom je daar niet meer vanaf. Of toch wel? Sommige kinderen kunnen over de allergie heen groeien.

Allergisch voor het leven?

Als je eenmaal allergisch bent voor pinda’s kom je daar niet meer vanaf: tien jaar geleden was dat algemeen geaccepteerd. Nu weten we dat tien tot twintig procent van de gevoelige kinderen voordat zij de basisschool leeftijd bereiken over de allergie heen gegroeid is. Hoe dat kan is nog niet goed begrepen. Het lijkt erop dat kinderen die over hun pinda-allergie heen groeien meer regulatoire T-cellen (T-cellen die ontstekingsreacties in bedwang houden) hebben dan kinderen die allergisch blijven. Die regulatoire T-cellen zorgen ervoor dat er minder IgE-antilichamen geproduceerd worden, waardoor pinda-eiwitten beter zijn te tolereren.

Voor mensen die hun pinda-allergie houden tot aan de volwassen leeftijd zit er niets anders op dan de consumptie van pinda’s helemaal te vermijden. En dat is nog niet zo makkelijk, aangezien heel veel producten pinda’s of sporen van pinda’s bevatten. Bovendien is de labeling van producten vaak niet ideaal. Fabrikanten kunnen op de verpakking vermelden: ‘kan sporen van pinda bevatten’ of ‘verwerkt in een bedrijf waar ook pinda’s verwerkt worden’. Uit onderzoek blijkt dat allergiepatiënten producten met het eerste label sneller laten liggen dan producten met het tweede label. Onterecht, want producten met het tweede label bevatten soms veel meer sporen van pinda.

Hypoallergene pinda’s

Een behandeling voor pinda-allergie is er dus nog niet, maar daar wordt wel aan gewerkt. De eerste optie is immuuntherapie: stel een allergiepatiënt bloot aan een steeds iets hogere concentratie pinda-eiwit net zolang totdat het afweersysteem de pinda’s tolereert. Die aanpak klinkt goed, maar is in de praktijk niet bruikbaar voor de behandeling van pinda-allergie. Te vaak treden er bij immuuntherapie met pinda-eiwit nog gevaarlijke bijwerkingen op.

Als de pindaplant een heleboel belangrijke eiwitten mist, kan hij niet goed groeien. Dat is een obstakel bij het kweken van hypoallergene pinda’s.
Wikimedia Commons

Hoe moet het dan wel? Bijvoorbeeld met behulp van hypoallergene pinda’s. Zulke pinda’s zijn genetisch zo sterk veranderd dat de schadelijke pinda-eiwitten niet langer kunnen binden aan IgE-antilichamen. Mensen zijn vaak allergisch voor verschillende pinda-eiwitten dus die zullen allemaal moeten worden aangepast. En daar ligt nog een probleem. De eiwitten zijn niet alleen lastig voor allergiepatiënten, ze verzorgen ook belangrijke functies voor de pindaplant zelf. Als de plant teveel nuttige eiwitten moet missen, kan hij niet groeien en zijn hypoallergene pinda’s niet te kweken.

De meest veelbelovende oplossing tegen pinda-allergie is op dit moment anti-IgE therapie. Daarbij binden IgG-antilichamen aan de IgE-antilichamen van een patiënt waardoor die IgE-antilichamen niet de mogelijkheid krijgen om aan mestcellen te binden. In een klinisch experiment verdroegen proefpersonen voor de behandeling slechts een halve pinda en daarna negen pinda’s. Een hele vooruitgang. Genezing is er nog niet, maar anti-IgE therapie kan in ieder geval voorkomen dat er een ernstige allergische reactie optreedt als je als allergiepatiënt per ongeluk een stukje pinda binnenkrijgt.

Bronnen

  • Miland Pasare e.a. Peanut allergy Pediatrics (2010)
  • Rachel Thompson e.a. Peanut sensitisation and allergy: influence of early life exposure to peanuts British Journal of Nutrition (2010)
  • A.M. Byrne e.a. How do we know when peanut and tree nut allergy have resolved, and how do we keep it resolved? Clinical and Experimental Allergy (2010)
  • Milind Pasare e.a. Peanut allergies in children – A review Clinical Pediatrics (2009)
  • Scott Sicherer e.a. Peanut allergy: Emerging concepts and approaches for an apparent epidemic Journal of Allergy and Clinical Immunology (2007)
  • Maria de Leon e.a. The peanut allergy epidemic: allergen molecular characterisation and prospects for specific therapy Expert Reviews in Molecular Medicine (2007)
  • Laurent Pons e.a. Towards immunotherapy for peanut allergy Allergy and Clinical Immunology (2005)

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 maart 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.