Je leest:

DNA-test tegen ivoorhandel

DNA-test tegen ivoorhandel

Er is een internationaal verbod op de handel in ivoor. Toch worden er jaarlijks nog steeds veel olifanten gestroopt om hun slagtanden. Er bestaat nu een nieuwe DNA-test die deze illegale praktijken flink kan gaan dwarsbomen.

De ‘Convention on International Trade in Endangered Species’ (CITES) heeft de Afrikaanse olifant in 1989 op de lijst van bedreigde diersoorten gezet. Sinds die tijd is het verboden om ivoor te verhandelen op de internationale markt. Toch worden er nog steeds veel Afrikaanse olifanten gestroopt om hun slagtanden. Het ivoor wordt vervolgens op de internationale markt verkocht en dan weet niemand meer waar het vandaan is gekomen.

Onderzoekers uit de Amerikaanse staat Washington hebben nu een DNA-test ontwikkeld, waarmee ze kunnen bepalen waar dit ivoor vandaan komt.

Er bestond al een DNA-test die onderscheid maakt tussen bloed of weefsel van olifanten afkomstig uit verschillende delen van Afrika. Dit gebeurt door van het DNA uit de cellen uit bloed of weefsels een genetische ‘fingerprint’ te maken. Door deze unieke fingerprints met elkaar te vergelijken kan men zien waar de geteste olifanten precies vandaan komen.

Afb. 1: DNA wordt opgezuiverd uit een klein stukje slagtand en in de DNA-test gebruikt om een genetische fingerprint te maken.

Omdat er in een olifantenslagtand maar weinig DNA zit, is het moeilijk om daar een goede DNA-test voor te maken. Toch is het de onderzoekers nu gelukt om de DNA-test ook voor ivoor geschikt te maken (zie figuur 2). Vanaf nu is het mogelijk om vast te stellen wat de herkomst is van een partij slagtanden, die bijvoorbeeld is onderschept tijdens een controle door de douane.

Met de test kan men nu bijvoorbeeld bepalen in welke gebieden er veel stropers actief zijn. Door in deze gebieden extra te controleren op stropersactiviteiten, kunnen er veel olifantenlevens worden gered.

Afb. 2: Gestroopte olifant

De test kan ook worden gebruikt om te bepalen wat het effect van internationale afspraken is op de ivoorhandel. Zo gaat CITES mogelijk een aantal landen in zuidelijk Afrika, die grote, niet-bedreigde olifantenpopulaties hebben, toestemming geven om ivoor te verhandelen. Maar tegenstanders zijn bang dat het toestaan van een beperkte handel de illegale ivoorhandel zal stimuleren.

Met behulp van de DNA-test kan men controleren of het ivoor dat op de internationale markt wordt verkocht allemaal uit landen afkomstig is die toestemming hebben gekregen. Men kan op deze manier bepalen of zo’n afspraak een positief of negatief werkt op de illegale ivoorhandel en het stropen van olifanten.

Bron

Conservation Biology (2003)

Meer weten over Society for Conservation Biology

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI).
© Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI), sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE