Je leest:

Discussie over neef-nichthuwelijk kan genuanceerder

Discussie over neef-nichthuwelijk kan genuanceerder

Auteur: | 18 september 2009

Gisteren kwam premier Balkenende met een nieuw voorstel. Het kabinet wil neef-nicht huwelijken gaan verbieden. Niet omdat het kabinet zulke huwelijken immoreel of slecht voor de volksgezondheid vindt, maar om immigratie te beperken en de integratie van Marokkanen en Turken te bevorderen. Met een verbod hoopt het kabinet de komst van (laag-opgeleide) buitenlandse bruiden en bruidegoms tegen te gaan. Maar is het probleem van de importbruiden wel zo groot als het kabinet ons voorspiegelt?

Medium
Het aantal Marokkaanse en Turkse importbruiden en bruidegommen is sinds 2002 flink gedaald.
looking4poetry

Lange tijd – vanaf de jaren zeventig – was gezinshereniging migratiemotief nummer één. Meer mensen kwamen naar Nederland om bij hun gezin of partner te zijn dan om te werken of te studeren. Maar aan het begin van deze eeuw, tussen 2002 en 2005, gebeurt er iets nieuws: het aantal gezinsmigranten neemt af. Steeds minder migranten stappen met iemand uit het land van herkomst in het huwelijksbootje.

Zo berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat in 2002 ruim de helft van de Marokkanen en Turken met een importpartner trouwde, terwijl dat percentage in 2007 was gedaald tot respectievelijk 15 en 20 procent. Tussen 2002 en 2005 daalde het aantal importhuwelijken sterk waarna het zich tussen 2005 en 2007 stabiliseerde. De meerderheid van de Turken en Marokkanen trouwde nog wel binnen de eigen groep. Maar de overgrote meerderheid koos voor een Marokkaan(se) of Turk(se) uit Nederland (zie grafiek).

Medium
Partnerkeuze van Marokkaanse en Turkse Nederlanders, 2007. Ongeveer 75 procent van de Marokkanen trouwt met iemand met dezelfde achtergrond. Eenvijfde daarvan haalt zijn partner uit Marokko: de rest stapt liever met een Marokkaans-Nederlandse partner in het huwelijksbootje.

Strengere immigratiewet

Een van de redenen voor deze afname is een strengere wet. In 2004 scherpte de overheid de immigratiewet aan om de instroom van importbruiden (en importbruidegommen) te beperken. De aanstaande in Nederland moest minimaal 120 procent van het minimum inkomen verdienen (in plaats van 100 procent). Daarnaast werd de minimale leeftijd van het bruidspaar verhoogd van 18 naar 21 jaar. Voordat Nederlanders hun partner over mogen laten komen moeten ze dus niet alleen rijker maar ook ouder zijn. Uit de cijfers blijkt dat de maatregelen succes hebben gehad.

Overigens treft de aangescherpte immigratiewet niet alleen Marokkaanse en Turkse geliefden. “In de parlementaire debatten over deze hervorming werd bijna alleen maar gesproken over huwelijksmigranten uit Turkije en Marokko, terwijl ongeveer veertig procent van de mensen die een partner uit het buitenland laten komen autochtoon Nederlander is,” schrijft sociologe Saskia Bonjour op Kennislink. Net als nu met het voorgestelde huwelijksverbod tussen neven en nichten, is er alleen aandacht voor de integratie van Turken en Marokkanen. De consequenties voor andere groepen blijven buiten beeld. Een verbod op neef-nicht huwelijken heeft bijvoorbeeld ook gevolgen voor de keuzes van bijvoorbeeld streng gereformeerde Nederlanders of Nederlandse Molukkers. Beide gemeenschappen zijn hechte gemeenschappen, waarin trouwen met een neef of nicht niet uitzonderlijk is – ook omdat de families heel erg groot zijn.

Veranderende normen onder Marokkaanse en Turkse jongeren

Naast statistisch bewijs voor een afname van importhuwelijken onder Turken en Marokkanen, blijkt ook uit kwalitatief onderzoek dat huwelijksnormen onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders aan het veranderen zijn. Leen Sterckx en Carolien Bouw deden bijvoorbeeld onderzoek naar de partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongeren. “Deze jongeren claimen – weliswaar voorzichtig – de ruimte die ze nodig hebben om hun eigen keuze te maken en steeds meer ouders gunnen hen ook die ruimte,” schrijft Leen Sterckx op Kennislink. “We verwachten dan ook dat de importhuwelijken in aantal geleidelijk zullen afnemen, maar ook dat ze gaandeweg van karakter zullen veranderen; het aantal gearrangeerde en gedwongen huwelijken zal wellicht verder dalen, terwijl er meer verliefde en kosmopolitische huwelijken zullen worden gesloten.”

Waarom dan nog een wet?

Waarom nu dan nóg een wet om importbruiden tegen te gaan? Daar zijn twee redenen voor te noemen. Afgelopen juni kwam minister voor Wonen, Wijken en Integratie Eberhard van der Laan (PvdA) met cijfers naar buiten waaruit blijkt dat het aantal importhuwelijken inmiddels weer stijgt. Van der Laan vertelde de Tweede Kamer dat het aantal importpartners met dertig procent is gestegen van 11.000 in 2007 naar 15.330 in 2008. Hij zei daar bij dat deze stijging vooral te verklaren is door de huwelijken van Somaliërs, Afghanen en Irakezen. Het zijn dus niet zozeer Turken en Marokkanen die hun geliefde uit het buitenland halen, maar voormalige vluchtelingen.

Waar de cijfers van Van der Laan overigens precies vandaan komen, is niet helemaal duidelijk. Ze komen in ieder geval niet van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie, ook al meldde Elsevier dit. Voor hun Migratiekaart analyseerde dit instituut de migratiestromen van de afgelopen decennia. Daarnaast evalueerde het WODC samen met de IND of de strengere wetgeving in de praktijk ook echt werkte. Beide onderzoeken komen tot de conclusie dat het aantal importhuwelijken tot 2007 daalde en dat de wet tegen importbruiden dus succesvol was. Onderzoek naar gezinshereniging in 2008 hebben zij niet gedaan.

Large
jikamajoja, flickr

Noodkreet van Amsterdamse wethouder

Misschien kan de tweede verklaring beter verklaren waarom het huidige kabinet nu met dit voorstel komt. Het betreft de oproep van Lodewijk Asscher, wethouder jeugdzorg, onderwijs en financiën in Amsterdam. In april dit jaar sprak hij zich tijdens de Amsterdam-lezing en in de Volkskrant uit tegen neef-nichthuwelijken. Over zijn ervaringen in Amsterdam schrijft hij het volgende:

“Veel problemen rondom zwakbegaafde jongens worden opgelost met importbruiden. Ze worden als mantelzorgster/echtgenote naar Nederland gehaald. Mantelzorgers zijn ontheven van inburgerplichten. Hoe is het mogelijk dat we dit toelaten? Deze vrouwen krijgen levenslange vonnissen met dergelijke huwelijken, waaruit ook vaak weer zwakbegaafde kinderen worden geboren.”

Het beeld dat Asscher van de integratiepraktijk schetst is natuurlijk bijzonder schrijnend. Dat de politiek nu een wetsvoorstel indient om dit soort situaties te voorkomen, is dan ook niet verwonderlijk. Met een verbod van neef-nichthuwelijken geeft het kabinet een signaal af. Bovendien laten de regerende partijen daarmee zien dat zij, geheel in lijn met de tijdsgeest, een streng immigratiebeleid hoog op hun prioriteitenlijst hebben staan. Maar migratiestromen en integratieprocessen zijn complex. Net als de wereld van de liefde trouwens. Als het kabinet daar ook maar oog voor blijft houden.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 september 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.