Je leest:

Discovery vertrekt op 4 juli

Discovery vertrekt op 4 juli

Auteur: | 3 juli 2006

Op 4 juli gaat het lanceervenster voor het ruimteveer Discovery open. Die vertrekt dan voor de twaalfdaagse STS-121 missie naar het internationale ruimtestation ISS. Technici wilden liever verder sleutelen aan het problematische isolatieschuim, maar NASA’s managers denken dat Discovery veilig genoeg is. In geval van nood kan de bemanning in het ISS op een reddingsvlucht wachten.

Laatste shuttle-nieuws

3 juli – update 1

Het ruimteveer Discovery kon door dreigend onweer rond de lanceerbasis in Florida niet vertrekken op de geplande lanceerdatum van 1 juli. Ook op 2 juli gooide het slechte weer roet in het eten en werd de lancering afgelast. NASA mikt nu op een lancering op 4 juli, Onafhankelijkheidsdag. Het uitstel kost NASA, onder andere door de noodzaak brandstofvoorraden aan te vullen, een miljoen dollar. Discovery’s missie is een twaalfdaags bezoek aan het internationale ruimtestation ISS.

3 juli – update 2

NASA-personeel heeft een barst gevonden in de laag isolatieschuim op Discovery’s externe brandstoftank. Schuim dat tijdens de lancering loskomt van de tank kan fatale schade aan de shuttle veroorzaken. Waarschijnlijk is de barst in de schuimlaag ontstaan door extreme temperatuurverschillen tussen brandstof en de buitenkant van de tank. Volgens NASA valt de schade binnen de acceptabele limiet en kan de lancering gewoon doorgaan.

AstroLab

STS-121, ook bekend als de AstroLab-missie, is de tweede shuttlevlucht sinds het fatale ongeluk van zusterschip Columbia in 2003. Discovery brengt in juli de Duitse astronaut Thomas Reiter en een vrachtruim vol voorraden naar het ISS, maar voor NASA is het belangrijkste onderdeel van de vlucht de lancering zelf. Dan wordt duidelijk of er nog steeds isolatieschuim van de grote brandstoftank valt; zulk schuim kan door de kracht van met de geluidsnelheid langsrazende lucht de tere hittewerende tegels van de shuttle beschadigen. In 2003 sloeg zo’n schuimbrok van driekwart kilo zwaar een fataal gat in de linkervleugel van het ruimteveer Columbia. Daardoor verongelukte Columbia met haar zeven bemanningsleden tijdens de terugkeer naar aarde.

Discovery op het lanceerplatform van het Kennedy Space Center in Florida. De shuttle kan vanaf 1 juli naar het internationale ruimtestation vertrekken. bron: NASA / KSC. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Nieuwe manieren om het isolatieschuim aan te brengen moesten een herhaling van de Columbiaramp voorkomen, maar tijdens Discovery’s vorige vlucht in 2005 kwam wéér schuim los van het aansluitpunt tussen shuttle en brandstoftank. Daar moet het materiaal door de vele lastige hoekjes met de hand worden opgebracht. De schuimlaag is daardoor minder sterk dan op andere delen van de brandstoftank en kan door het geschok van de lancering loskomen. Gelukkig miste het loslatende schuimbrok de shuttlevleugels, maar alle geplande lanceringen werden geschrapt tot NASA het schuimgevaar onder controle had. Er is 16 kilo minder isolatiemateriaal op de verbinding tussen tank en shuttle gespoten en de voorkant van de vleugels werd bedekt met iets sterkere hittewerende tegels.

De afgeworpen externe brandstoftank van Discovery, gefotografeerd door bemanningsleden. Er zijn duidelijk beschadigingen zichtbaar door de inslag van losgeschokt isolatieschuim. bron: NASA

Onder protest

Discovery’s brandstoftank heeft een minder brokkelige isolatielaag en de bemanning kan in de ruimte kleine beschadigingen aan het hitteschild repareren – kunnen de shuttles nu weer regelmatig bouwmateriaal naar het half complete ISS vervoeren? NASA’s management denkt van wel en gaf de ingeplande lancering van 1 juli het groene licht. Ook de technische staf ging tijdens een tweedaags veiligheidsoverleg akkoord met de vlucht – onder protest. NASA’s hoofdingenieur Chris Scolese en de vice-directeur van de afdeling Missieveiligheid, Bryan O’Conner, vinden volgens het persbureau Reuters dat de shuttle aan de grond moet blijven totdat het schuimprobleem van de verbindingsbalken is opgelost.

“Een intensieve en geanimeerde discussie”, zegt een lakonieke NASA-topman Michael Griffin over het tweedaagse overleg. “Er waren allerlei verschillende standpunten over wel of niet lanceren – het was geen unanieme beslissing. Ik kan natuurlijk niet alle adviezen opvolgen, zeker niet als mijn stafleden het niet met elkaar eens zijn”.

Uiteindelijk heeft NASA ervoor gekozen met de aankomende Discoverylancering een klein risico te nemen om zo problemen op lange termijn te voorkomen. Een interessante beslissing, want het Columbia Accident Investigation Board, ingesteld na de shuttleramp van 2003, had juist kritiek op managers die waarschuwingen van NASA’s technici negeerden.

Foto van het internationale ruimtestation ISS, genomen door de Discovery-bemanning tijdens de vlucht van 2005. bron: NASA Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Doorpezen voor het pensioen

De space shuttles, die vanaf 1981 het werkpaard van de Amerikaanse ruimtevaart zijn, gaan in 2010 met pensioen en vóór die tijd wil NASA het ruimtestation ISS hebben afgebouwd. De shuttles zijn de enige ruimteschepen met genoeg vrachtruimte om grote modules als het Europese laboratorium Columbus in de ruimte te brengen. Als NASA nóg langer de tijd neemt voor het verbeteren van de shuttles, moet de organisatie de overgebleven ISS-vluchten vlak na elkaar uitvoeren om de vloot in 2010 te kunnen pensioneren.

Haasten om het ISS af te krijgen is volgens Griffin’s adviseurs gevaarlijker dan een paar loskomende brokken isolatieschuim. Die zullen er zeker zijn, denkt NASA’s adjunct van de afdeling ruimteactiviteiten, Bill Gerstenmaier. “Discovery zit niet in dezelfde situatie als Columbia”, stelt Griffin; de bemanning van Columbia had inderdaad geen reparatieset bij zich en ook geen camera’s om de kwetsbare buik van de shuttle in de gaten te houden. Gerstenmaier is het met hem eens: “we hebben niet het idee dat we de bemanning in gevaar brengen”. Commandant Steven Lindsay kon daarmee leven: “de bemanning is er klaar voor”, liet hij weten tijdens een persbijeenkomst. Prettig natuurlijk, want het zijn die zes NASA-astronauten en één ESA-astronaut van Duitse afkomst die in juli met de Discovery gelanceerd worden.

Astronaut Steven Lindsey is de commandant van de Discovery tijdens ruimtevlucht STS-121. bron: NASA / Kim Shiflett

Duitse astronaut blijft half jaar in ISS

Thomas Reiter blijft een half jaar in het ISS, veel langer dan eerdere ESA-astronauten als de Belg Frank De Winne en de Nederlander André Kuipers. Die reisden allebei met een nieuwe bemanning naar het ISS, bleven daar tien dagen en kwamen met de afgeloste oude bemanning terug naar de aarde. Hij zal wetenschappelijk onderzoek doen en een aantal ESA-instrumenten installeren, zoals de Minus-Eighty degree Laboratory Freezer (MELFI), een vriezer om biologische experimenten voor langere tijd in te bewaren. Reiter verbleef al eerder een half jaar in de ruimte tijdens de EuroMir-vlucht naar het Russische ruimtestation MIR in 1995.

Berichtgeving Discovery-vlucht 2005

Berichtgeving Columbia-ramp 2003

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 juli 2006
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.