Je leest:

Dialectafstand gebaseerd op zinnen

Dialectafstand gebaseerd op zinnen

Auteur:

In het proefschrift van Marco René Spruit wordt de syntactische variatie van het Nederlands, dat wil zeggen de variatie die er bestaat op het zinsniveau, in kaart gebracht. Deze methode geeft een nieuw beeld van de verscheidenheid in Nederlandse dialecten.

Wanneer je het proefschrift van Marco René Spruit, dat hij vorige week verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam, openslaat, springen de mooi gekleurde dialectkaarten gelijk in het oog. Die kaarten staan geheel in de traditie van het Meertens Instituut, waar Spruit de afgelopen jaren onderzoek deed. Het instituut, dat nationale bekendheid kreeg door de boeken van Voskuil, kent een lange traditie van verzamelen en onderzoeken van lokale dialecten en volksgebruiken. Terwijl de dialectologen uit de begintijd zich nog voornamelijk bezighielden met het in kaart brengen van dialectwoorden, is de nieuwste lichting taalkundigen vooral geïnteresseerd in andere aspecten van taalvariatie. Zo is er de afgelopen jaren grootschalig onderzoek gedaan naar de syntactische variatie van Nederlandse en Vlaamse dialecten, oftewel de taalkundige verschillen op zinsniveau.

Marco René Spruit promoveerde op 26 maart 2008 op een kwantitatief onderzoek naar zinsvariatie in Nederlandse dialecten. Hij is nu werkzaam aan de Universiteit Utrecht als universitair docent/onderzoeker Informatiekunde.

Zoek de verschillen

In het vakgebied syntactische variatie onderzoekt men taalkundige verschillen op zinsniveau, waarbij de betekenis van de zinnen gelijk blijft. Vergelijk bijvoorbeeld de volgende zinnen uit het proefschrift van Spruit:

(a) Het lijkt wel of er iemand in de tuin staan ( Standaard Nederlands) (b) Het lijkt wel dat er iemand in de tuin staat. © Het lijkt wel of dat er iemand in de tuin staat. (d) Het lijkt wel of er staat iemand in de tuin.

Bovenstaande zinnen komen allevier voor in het Nederlandse taalgebied. Hoewel ze er verschillend uitzien, betekenen ze allemaal hetzelfde. Ze verschillen alleen op het zinsniveau: het gebruik van de functiewoorden of de woordvolgorde varieert. Zo gebruikt de standaard Nederlandse zin in (a) het voegwoord of om de bijzin te introduceren, terwijl de spreektaalvariant in (b) het voegwoord dat kiest. Voorbeeld © komt voor in dialecten die twee voegwoorden combineren om hetzelfde uit te drukken. In voorbeeldzin (d) verandert er ook iets in de woordvolgorde: het werkwoord staat bevindt zich namelijk op een andere positie dan in de voorafgaande voorbeelden.

Onbewust van variatie

In de Syntactische atlas van de Nederlandse dialecten (afgekort: SAND) is een schat aan dergelijke zinsbouwvariatie vastgelegd. De atlas beschrijft de zinsbouwvariatie van 267 Nederlandse dialecten in Nederland, België en een stukje van Frankrijk. Het materiaal voor deze atlas is tussen 2000 en 2005 verzameld vanuit het Meertens Instituut. Daarvoor trok een groep taalkundigen door stad en land om dialectsprekers aan de tand te voelen over de voorkeuren in zinsopbouw in hun dialect. Voor de dialectsprekers was deze reflectie niet altijd even gemakkelijk. Wanneer je een willekeurige dialectspreker vraagt om verschillen te noemen tussen zijn dialect en het standaard Nederlands, zal deze in eerste instantie met afwijkende dialectwoorden op de proppen komen, of de verschillen in uitspraak benoemen. Van de verschillen op zinsniveau is hij zich over het algemeen minder bewust.

Een dialectkaart uit het proefschrift van Spruit, gebaseerd op syntactische dialectafstanden.

Rekensommetje

Toch werd, o.a. door een goed doordachte methodologie waarbij de informanten verschillende zinnen in hun eigen dialect voorgeschoteld kregen, een grote variatie in zinsbouw aangetroffen. Promovendus Spruit maakte van deze data gebruik om dialectafstanden te berekenen. De methode van Spruit lijkt op een eenvoudige rekensom. Door het aantal syntactische verschillen tussen twee dialecten bij elkaar op te tellen kom je tot een getal dat de mate van dialectafstand uitdrukt. Toch is deze optelsom niet zo eenvoudig wanneer je bedenkt dat in de syntactische atlas wel 507 zinskenmerken beschreven staan waarop Nederlandse dialecten van elkaar kunnen verschillen. Een voorbeeld van zinsvariatie vind je in onderstaande tabel.

Deze vormen van het wederkerend voornaamwoorden tref je allemaal aan in het Nederlandse taalgebied. Zowel in Lunteren als in Veldhoven komt de vorm zich voor, daarin wijken de dialecten niet af. In Lunteren spreken ze ook van zijn eigen, terwijl dit in Veldhoven niet voorkomt. Hier hebben we dus een dialectafstand van 1.

De methode van Spruit levert mooie dialectkaarten op. Deze kaarten kunnen vergeleken worden met kaarten die gemaakt zijn aan de hand van anderssoortige dialectvariatie, zoals variatie op het woord- of het klankniveau. Maar bovenal laten de kaarten zien dat de zinsvariatie in het Nederlands enorm is!

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 april 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE