Je leest:

Depressieve of angstige hartpatiënt herstelt slechter

Depressieve of angstige hartpatiënt herstelt slechter

Auteur: | 12 april 2007

Een hartpatiënt die kampt met angst of depressieve klachten, herstelt minder goed dan iemand die wel lekker in zijn vel zit na een hartinfarct. De invloed is zelfs zo groot, dat de eerste patiënt een bijna drie keer grotere kans heeft om dood te gaan aan complicaties of een nieuwe hartinfarct.

Bij een hartinfarct krijgt niet alleen het lichaam, maar ook de geest een forse klap. In de nazorg van hartpatiënten dient naast depressie, ook met angst en persoonlijkheid rekening gehouden te worden, aldus Liesje Martens. Het managen van de lichamelijke en geestelijke gezondheid bij hartpatiënten is zowel een klinische als een interdisciplinaire uitdaging, waarbij het combineren van de medische en psychologische expertise van cruciaal belang is. Liesje Martens promoveert op vrijdag 11 mei 2007 aan de Universiteit van Tilburg.

Depressie en hart- en vaatziekten zijn de meest voorkomende ziektebeelden in de westerse wereld. Bijna 50 procent van de hartinfarctpatiënten ontwikkelt symptomen van depressie of angst, zo blijkt uit het onderzoek van Martens, waaraan bijna 500 patiënten meewerkten van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven, St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg, TweeSteden Ziekenhuis Tilburg, en het St. Annaziekenhuis te Geldrop.

Er blijkt een verband te bestaan tussen depressie, maar ook angst en persoonlijkheid, en het verdere verloop van de hartaandoening. “Patiënten die na een hartinfarct ook met symptomen van depressie of angst kampen, hebben een bijna driemaal zo groot risico op overlijden aan cardiovasculaire complicaties en nieuwe hartinfarcten dan patiënten zonder deze symptomen”.

Patiënten die na een hartinfarct angstig of depressief zijn, hebben bijna drie keer zoveel kans om dood te gaan aan complicaties of een nieuwe hartinfarct dan patiënten die wel lekker in hun vel zitten.

Depressie na een hartinfarct is anders dan een ‘gewone’ depressie

Het proefschrift van Martens toont aan dat de aard van depressie na een hartinfarct anders is dan psychiatrische depressie. “Bij een depressie zoals we die in de psychiatrie kennen, zijn typische depressieve gedachten zoals ‘het leven is de moeite niet waard’ of ‘ik ben waardeloos’ veel meer aanwezig. We vermoeden nu dat depressie na een hartinfarct niet dezelfde is als een psychiatrische depressie”.

Ze benadrukt dat meer inzicht in de kenmerken van depressie van belang is voor de ontwikkeling van effectieve depressietherapieën voor hartinfarctpatiënten. Ook blijkt dat depressieve symptomen na een hartinfarct geen tijdelijk probleem vormen. “Psychologische screening en behandeling in een vroeg stadium zijn belangrijk om te voorkomen dat de symptomen chronisch worden, en om de ongunstige invloed daarvan op de kwaliteit van leven en medische prognose te verminderen” aldus Martens.

Persoonlijkheid beïnvloedt de lichamelijke gezondheid

Uit onderzoek is gebleken dat het type-D (‘Distressed’) persoonlijkheidstype een grote rol speelt bij het ervaren van psychologische stress, en bovendien een negatieve invloed heeft op de lichamelijke gezondheid van hartpatiënten. Patiënten met een type-D persoonlijkheid ervaren vaak negatieve emoties en zijn sociaal geremd, zij uiten hun gevoelens niet. “Gezien deze bevindingen is het raadzaam om persoonlijkheidsvariabelen te betrekken in onderzoek naar de relatie tussen psychologische factoren en hart- en vaatziekten”.

Als je door je persoonlijkheid vaker negatieve emoties ervaart en sociaal geremd bent, of last hebt van depressie of angst, dan kan dat je herstel na een hartinfarct belemmeren.

Martens onderzocht tevens het effect van depressie en angst op het autonome zenuwstelsel van hartinfarctpatiënten. Met name angst bleek de hartslagvariabiliteit ongunstig te veranderen. Martens: “Hartslagvariabiliteit is de variatie in het tijdsinterval tussen opeenvolgende hartslagen. Op het moment dat deze verlaagd is, neemt de kans op complicaties sterk toe. Dit zou een verklaring kunnen zijn waarom angst na een hartinfarct de kans op overlijden vergroot.”

Meer aandacht voor de psychologie van de hartpatiënt

Martens pleit voor een geïntegreerde nazorg voor hartpatiënten. “Een belangrijke doelstelling van therapie is het verbeteren van de gezondheidstoestand van patiënten, waaronder hun kwaliteit van leven. Patiënten prefereren kwaliteit van leven vaak boven levensverlenging”. Het managen van gezondheid bij hartpatiënten is zowel een klinische als een interdisciplinaire uitdaging, waarbij het combineren van de medische en psychologische expertise van cruciaal belang is. “Adequate psychologische screening en behandeling door professionals is essentieel voor de medische prognose en kwaliteit van leven van deze grote groep patiënten” aldus Martens.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Tilburg (UvT).
© Universiteit van Tilburg (UvT), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.