Je leest:

Dennis Hesseling: “Wiskunde alleen was te saai geweest”

Dennis Hesseling: “Wiskunde alleen was te saai geweest”

Auteur: | 21 juli 2004

Hoe voelt wiskunde? Het gebeurt niet vaak dat wiskundigen praten over de emoties die hun vak bij hen oproept. Evelien Bus ging er in haar afstudeerscriptie naar op zoek. Door interviews met vakgenoten onderzocht zij de beleving van de wiskunde.

Hesseling
Dennis Hesseling: “In mijn wiskundestudie heb ik scherper leren denken en formuleren. In mijn huidige functie komt mijn wiskundige kennis goed van pas, zij het op een minder abstract niveau. Ik heb er geen spijt van dat ik wiskunde heb gestudeerd. Ik heb er ook geen spijt van dat ik na de wiskunde weer verder ben gegaan.”
Dennis Hesseling

Dennis Hesseling

“Mijn interesse voor probleemoplossen begon niet in de rekenles, maar op de schaakclub. Al op mijn zesde vond ik schaken erg leuk. Op school was ik goed in wiskunde en ik deed het graag, maar ik vond de meeste andere vakken net zo leuk. Ik heb een breed vakkenpakket gekozen, met vier talen, drie bètavakken en een gammavak. Het was moeilijk te kiezen uit het enorme aanbod van studies.

Aanvankelijk zocht ik naar een brede studie. Ik ging naar de open dag van fysische geografie in Utrecht, maar dat leek me toch te praktisch. En in Delft, waar ik bij de studie materiaalkunde keek, schrok ik van alle apparaten en meetinstrumenten. Wiskunde leek te specifiek. Maar omdat het in de zesde klas toch mijn favoriete vak was, bezocht ik een open dag. Er werd een proefcollege gegeven over limieten.

Het sprak me aan dat het niveau daarbij veel hoger was dan op de middelbare school. Bovendien zei men dat je met een studie wiskunde later alle kanten op kan. Dat was handig, want ik wist nog niet wat voor werk ik wilde gaan doen. Daarom werd het toch wiskunde.

In het eerste studiejaar was het stevig aanpoten. Het tempo en het niveau waren hoog. Je moest een niveausprong maken om het bij te kunnen benen. Dat lukte me. Ik vond het ook erg leuk. Het sprak me aan dat wiskunde axiomatisch werd opgebouwd. In mijn tweede jaar vond ik de zuivere vakken heel mooi, zoals topologie en algebra.

Nadat je in het eerste jaar geleerd had hoe je op een analytische manier stellingen bewijst – heel precies, maar ook heel tijdrovend – bewees je in de topologie dezelfde resultaten met veel minder moeite. Door abstractere definities te gebruiken vielen een heleboel dingen in een grotere structuur op hun plaats. Mooi dat je dat zo kunt opzetten.

“Ergens in mijn derde studiejaar zakte mijn motivatie in. Sommige vakken werden zo specifiek dat ik niet meer begreep waar het nu eigenlijk om ging. Bijvoorbeeld analyse c, waar we college kregen over multidimensionale ruimtes en allerlei complexe berekeningen daarin. Rond die tijd begon het nieuwe er ook af te raken. In het begin was het leuk om kennis te maken met het idee van bewijzen. Het was spannend om zelf bewijzen te leren geven. Maar op een gegeven moment wist ik het wel. Ik was niet zo gemotiveerd om steeds maar nieuwe wiskundevakken te doen.

“Ergens in mijn derde studiejaar zakte mijn motivatie in. Sommige vakken werden zo specifiek dat ik niet meer begreep waar het nu eigenlijk om ging. Bijvoorbeeld analyse c, waar we college kregen over multidimensionale ruimtes en allerlei complexe berekeningen daarin. Rond die tijd begon het nieuwe er ook af te raken. In het begin was het leuk om kennis te maken met het idee van bewijzen. Het was spannend om zelf bewijzen te leren geven. Maar op een gegeven moment wist ik het wel. Ik was niet zo gemotiveerd om steeds maar nieuwe wiskundevakken te doen.

“Ik ben toen meer bijvakken gaan volgen. Onder andere informatica, ‘debatteren over beleid’ in Leiden, politicologie in Amsterdam, internationale betrekkingen, Spaans en een paar vakken bij Nederlands. Ik heb een propaedeuse filosofie gedaan en heb als Erasmusstudent onder andere ‘geschiedenis van de wiskunde’ gevolgd aan de universiteit van Kopenhagen.

In mijn eerste jaar heb ik overigens nog natuurkunde en econometrie als bijvakken gedaan. Dat was toen niet zo succes. Bij natuurkundebijvakken werd de stof niet van onderaf opgebouwd en formules werden vaak niet bewezen. Ik kon daar niets mee, snapte niet waar het over ging. Econometrie vond ik doodsaai. Je moest eindeloos formules met elkaar combineren. Er kwam niet één mooie gedachte aan te pas. Het doel was formules af te leiden over consumentengedrag. Maar omdat de aannames te simpel waren, was de uitkomst oninteressant.

“Na een paar jaar minder gemotiveerd te zijn geweest voor wiskunde, vond ik in het vijfde studiejaar een vakgebied waarin ik me wel goed thuis voelde. Het lag op het grensvlak van de logica, de geschiedenis en de filosofie. Daarin ben ik met veel plezier afgestudeerd. Vervolgens heb ik gesolliciteerd voor een aio-plaats. Ik wist dat ik niet de rest van mijn leven wiskunde wilde blijven doen, maar ik was gegrepen door mijn afstudeeronderwerp. Bovendien wilde ik graag zelf iets aan de wetenschap toevoegen, na zes jaar van consumeren.

Ik werd aangenomen bij Henk Bos en Dirk van Dalen bij de Universiteit Utrecht. "Mijn proefschrift gaat over het grondslagendebat in de wiskunde in de jaren twintig, met name tussen L.E.J. Brouwer en David Hilbert. Hilbert verdedigde de opvatting dat de klassieke wiskunde een rechtstreekse band heeft met de wereld om ons heen. Brouwer ging uit van een wiskunde die wordt opgebouwd in de menselijke geest. Hij accepteerde dat de klassieke wiskunde niet universeel geldig is.

Als gevolg van deze discussie is de wiskundige gemeenschap tot de conclusie gekomen dat de wiskunde het best als een formeel systeem opgevat kan worden. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het kostte ook topwiskundigen een hele tijd voor ze hun oorspronkelijke idee¨en los durfden te laten. Ik vond dit een heel interessant onderwerp. Ben ook trots op het resultaat. Als ik het boek nu inkijk, denk ik: wat zit het goed in elkaar. Het geeft een goed gevoel dat het mij is gelukt zoiets te schrijven.

“Toch wilde ik niet in de wetenschap verder. Het ging me te traag. En ik wilde graag werk doen dat rechtstreeks effect heeft op de maatschappij. Ik had de smaak te pakken gekregen van politiek. Tijdens mijn promotie ben ik voorzitter geweest van de Jonge Democraten. Dat zorgde voor de nodige afwisseling. Wiskunde alleen was te saai geweest. Na mijn promotie ben ik bij McKinsey gaan werken. Daar heb ik veel nieuws geleerd. Bijvoorbeeld om samen te werken in teamverband. Het kan heel krachtig zijn om met vijf mensen aan één opdracht te werken: je komt nooit vast te zitten, je kunt elkaar aanvullen en je hebt samen een groot netwerk. Dat heb ik op de universiteit gemist.

“In mijn wiskundestudie heb ik scherper leren denken en formuleren. In mijn huidige functie komt mijn wiskundige kennis goed van pas, zij het op een minder abstract niveau. Ik stel samen met economen en econometristen modellen op om elektriciteitsen gastarieven te bepalen. De beslissingen die we nemen, hebben een directe impact op de maatschappij. Het gaat om aanzienlijke economische belangen. Ik heb er geen spijt van dat ik wiskunde heb gestudeerd. Ik heb er ook geen spijt van dat ik na de wiskunde weer verder ben gegaan.”

De aanvankelijke verleiding kan overgaan, vertellen Henk Barendregt en Dennis Hesseling. Vervelend wordt wiskunde dan niet, maar wel saai. Het nieuwe is eraf, de fascinatie is weg. Barendregt en Hesseling hebben de zuivere wiskunde toen verlaten en hebben zich toegelegd op de grondslagen van de wiskunde. Zelf ben ik na drie en een half jaar met de wiskundestudie gestopt.

Op de middelbare school en in de eerste studiejaren was ik gegrepen door de mysterieuze kant van wiskunde, maar tijdens de studie kwam ik wat dat betreft van een koude kermis thuis. Wiskunde studeren was meestal gewoon technieken onder de knie krijgen. De ‘wezensvragen’ die ik had (waar wiskunde vandaan komt, hoe ze ontwikkeld wordt, wat ze ons zegt over de wereld), werden niet gevoed. Bovendien liet mijn intuïtie me bij de hogere-jaars-vakken in de steek. Ik snapte niet meer waar ik mee bezig was.

Over Dennis Hesseling

Dennis Hesseling studeerde wiskunde in Utrecht en Kopenhagen van 1988 tot 1994. Na zijn studie werd hij AIO (Assistent in Opleiding) aan de Universiteit Utrecht, waar hij in 1999 promoveerde op een onderwerp uit de geschiedenis van de grondslagen van de wiskunde. Vervolgens werkte hij als management consultant voor McKinsey & Company in Brussel, ondermeer in de post- en banksector. Tegenwoordig is hij werkzaam als senioreconoom bij de Dienst uitvoering en toezicht Energie (DTe), waar hij zich bezighoudt met de regulering van elektriciteits- en gastarieven in Nederland. Zijn proefschrift is uitgegeven door Birkhäuser in de Science Network serie.

Wiskundig curriculum vitae

1988 – 1994 studie wiskunde aan de Universiteit Utrecht

1995 – 1999 promotie in de grondslagen van de wiskunde bij D. van Dalen en H.Bos

1999 – 2002 management consultant bij McKinsey & Company te Brussel

2002 – heden senior econoom bij de Dienst uitvoering en Toezicht energie (DTe) te Den Haag

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.