Je leest:

Denkend aan Holland…

Denkend aan Holland…

Auteur: | 15 juni 2011

… denken maar weinig mensen aan geologie. Onterecht, want de Nederlandse aardwetenschappen behoren tot de mondiale top, blijkt uit een recent verschenen rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hoe we die positie kunnen behouden, wordt onthuld in ‘Agenda 2020: Visie op het aardwetenschappelijke wetenschapsveld’.

Goed, we hebben geen bergen, gletsjers of vulkanen in ons land. Maar we hebben olie. We hebben rivieren, delta’s, duinen en de zee. Veengebieden, mergelgroeves, waddeneilanden, en een bijzonder gevarieerde bodem. Niet voor niets vond de eerste wetenschappelijk beschreven grondboring zo’n 400 jaar geleden juist in Amsterdam plaats, nabij het Spui. Toen al telde ons land mee op aardwetenschappelijk gebied, en dat doet het nog steeds.

De Nederlands bodem bevat een schat aan informatie.
Faculteit Aard- en Levenswetenschappen/Vrije Universiteit Amsterdam

Wereldwijde top

Tussen 2009 en 2011 heeft de Raad voor Aard- en Levenswetenschappen, verbonden aan de KNAW, een grootschalige studie gemaakt van de huidige staat van het Nederlands geologisch onderzoek. De resultaten hiervan zijn nu uitgewerkt in het adviesrapport Agenda 2020.

Het KNAW-rapport.
KNAW

Uit diverse analyses (bijvoorbeeld van de QANU) komt naar voren dat we wat productiviteit en kwaliteit betreft tot de wereldwijde top behoren. Let wel: omgerekend naar individuele wetenschappers. Want naar verhouding zijn er in Nederland opvallend weinig geologen, zowel in vergelijking met andere landen als met andere disciplines.

Interactie natuur en maatschappij

Om die reden is de afgelopen jaren begonnen met een betere scholierenvoorlichting, om duidelijk te maken wat het vakgebied precies inhoudt. Het gaat bij geologie namelijk lang niet altijd om hardcore onderzoek.

Onder ‘aardwetenschappen’ valt ook vrijwel alle interactie tussen de (levenloze) natuur en de maatschappij, en dat is nogal wat. Bij de aanleg van de Amsterdamse metro, bij de discussie over ondergrondse CO2-opslag, bij de doorbraak van een dijk: steeds speelt aardwetenschappelijke kennis een belangrijke rol.

Onderzoeksthema’s

De scholierenvoorlichting lijkt zijn vruchten af te werpen, gezien de stijging van het aantal studenten binnen de Nederlandse aardwetenschappelijke opleidingen. Begonnen er in 2004 nog 169 mensen met een aan geologie verwante studie, in 2009 waren dat er al 337.

In Agenda 2020 wordt niet alleen teruggeblikt op de ontwikkeling van de Nederlandse aardwetenschappen tot nu toe; zoals de naam al impliceert omvat het rapport ook adviezen voor de komende tien jaar. Om ons land op geologisch onderzoeksgebied nog beter op de kaart te zetten, pleiten de betrokken wetenschappers ervoor toekomstig onderzoek te verdelen in vier actuele thema’s: schaarste, duurzame energie, klimaat en water en natuurrampen. Het zijn deze thema’s waar wetenschappelijke projecten het komende decennium op gefocust zullen zijn.

Schaarste

‘Schaarste’ heeft zowel betrekking op fossiele brandstoffen als op delfstoffen. Door de wereldwijde bevolkingsgroei neemt de vraag naar bouwmaterialen als zand en grind bijvoorbeeld sterk toe; de ontwikkeling van nieuwe technologieën zorgt voor een stijgende behoefte aan zeldzame mineralen (bijvoorbeeld lithium, om accu’s voor mobiele telefoons van te maken).

In Agenda 2020 noemen de auteurs niet alleen de noodzaak tot ontwikkeling van geavanceerde technieken (bijvoorbeeld remote sensing door vliegtuigen en satellieten), maar ook de noodzaak de gevolgen van de brandstof- en delfstofwinning in kaart te brengen. “In Nederland gebeuren verschillende activiteiten naast en onder elkaar”, benadrukt het rapport. “Een voorbeeld is de combinatie van gaswinning, winning van warmte uit de diepe ondergrond (geothermie) en warmte/koude opslag op geringere diepte. Voor een duurzaam bodembeheer is het noodzakelijk om de bodem/ondergrond systematisch in kaart te brengen en de verschillende activiteiten goed op elkaar af te stemmen.”

Duurzame energie

Het tweede thema, ‘duurzame energie’, richt zich juist op alternatieven voor de fossiele brandstoffen. De winning van aardgas uit schalie (gas is een stuk schoner dan steenkool en olie en wordt daarom gezien als belangrijke ‘overgangsbrandstof’), het gebruik van geothermie voor de verwarming van kassen en woonwijken, het opwekken van blauwe energie (elektriciteitsproductie op de overgang van zout en zoet water): zomaar enkele voorbeelden van duurzame energievormen.

Impressie van het opwekken van blauwe energie.

Onder dit thema valt ook de discussie over opslag van kernafval en CO2. Het plan om CO2 te injecteren in een leeg gasveld bij Barendrecht is komen te vervallen, maar de zoektocht naar geschikte opslagvormen zal nog wel even doorgaan. Met de groeiende aandacht voor kernenergie zal die discussie ongetwijfeld weer actueel worden.

“Al met al is aardwetenschappelijke kennis essentieel om de vragen die leven rond het duurzaam gebruik van bodem en ondergrond voor energiewinning en opslag te kunnen beantwoorden”, aldus de auteurs van het rapport. Daarbij gaat het om kennis van fysische, chemische, biologische en hydrologische processen die elkaar onderling sterk beïnvloeden. Bij geologische processen hebben we bovendien te maken met veel langere tijdschalen dan waarmee mensen normaliter rekening houden.

Klimaat en water

Momenteel leeft al veertig procent van de wereldbevolking binnen een afstand van 100 km van de zee (iets meer dan de afstand tussen Den Haag en Amersfoort). In de toekomst zal de bewoning in kust- en deltagebieden alleen maar toenemen en zeker in een ‘waterland’ als Nederland is het onderzoeksthema ‘klimaat en water’ nauwelijks een verrassing te noemen. Onderzoek zal grotendeels gericht zijn op de interactie tussen beide onderwerpen. Klimaat en water zijn nauw met elkaar verbonden, niet alleen wat betreft veranderende oceaanstromingen en zeespiegelstijging, maar ook als het gaat om neerslagpatronen, droogteperiodes, gletsjers, rivierdynamiek en vegetatie.

Om antwoord te krijgen op enkele belangrijke aardwetenschappelijke vragen (Welke factoren zijn van invloed op de variabiliteit van het klimaatsysteem? Wat zijn de gevolgen van – abrupte – veranderingen in een of meer van die factoren?) zal in de eerste plaats meer monitoring plaats moeten vinden. Daarbij valt te denken aan het analyseren van schommelingen in het broeikasgasgehalte, de zuurtegraad van oceanen, de omvang van ijsmassa’s en het niveau van de zeespiegel. Alleen door te kijken naar de vroegere en de huidige situatie kunnen betrouwbare modellen voor de toekomst worden gemaakt.

Natuurrampen

Het vierde thema, ‘natuurrampen’, lijkt op het eerste gezicht weinig met Nederland te maken te hebben. Aardwetenschappelijk onderzoek rondom dit thema – naar orkanen, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen – zal dan ook vooral op internationale schaal plaatsvinden.

Toch kunnen we ook in Nederland te maken krijgen met natuurrampen, die vaak gekoppeld zijn aan menselijk ingrijpen. Voorbeelden zijn bodemdaling als gevolg van delfstofwinning, de verzilting door de aanleg van waterwerken en overstromingen. “Aardwetenschappen en dan met name het deelgebied geo-engineering, kunnen worden ingezet om vooraf de risico’s vast te stellen van menselijke ingrepen”, aldus de onderzoekers.

Diversiteit binnen de aardwetenschappen.
Faculteit Aard- en Levenswetenschappen/Vrije Universiteit Amsterdam

Toekomstplannen

Om deze thema’s de komende tien jaar te kunnen uitvoeren, komt de KNAW met drie aandachtspunten: het handhaven van de diversiteit binnen de aardwetenschappen, het interdisciplinair samenwerken stimuleren en het versterken van de internationale positie. Het adviesrapport zal op korte termijn worden uitgewerkt in een aantal concrete plannen voor toekomstig onderzoek.

Bron:

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.