Je leest:

Deltaplan tegen Lyme

Het aantal geregistreerde lymepatiënten in Nederland is sinds 1994 voortdurend toegenomen en er is nog geen enkele aanwijzing voor een vermindering daarvan of zelfs voor een afname van de stijging. Als de huidige trend zich doorzet, krijgen in het jaar 2030 ongeveer 44.000 mensen de ziekte van Lyme.

Het ziet er ook niet naar uit dat we zonder extra maatregelen een verlaging kunnen realiseren. Er zijn namelijk diverse trends in natuur, klimaat en samenleving die het aantal teken, het aantal ziekteverwekkers, de frequentie van contact tussen teek en mens en het activiteitsniveau van teken kunnen vergroten. Voorbeelden daarvan zijn de uitbreiding van natuurgebieden en meer groen in de stad; de vestiging van (zuidelijke) tekensoorten en ziekten in noordelijker streken; meer recreatie en vrije tijd; hogere temperaturen en een langer groeiseizoen.

Lastig maatregelen te nemen

Wel kan worden voorkomen dat iemand de ziekte van Lyme krijgt. Er zijn diverse preventiemaatregelen beschikbaar. De figuur verderop in dit artikel geeft een schematische weergave van deze maatregelen. Daaruit blijkt tegelijkertijd hoe complex de taak is om de toename van het aantal patiënten om te buigen tot een afname. Want er is een groot aantal factoren dat het aantal mensen met lymeziekte en de sociaaleconomische effecten van de ziekte bepaalt. En er zijn veel spelers bij betrokken.

Als er minder teken zijn, worden ook minder mensen gebeten. Als ook minder teken zijn besmet met de Borrelia-bacterie is de kans op het krijgen van lymeziekte nog kleiner. Voordat het aantal teken en de besmettingsgraad kunnen worden teruggebracht, moet bekend zijn waar de teken zitten, welk deel van de teken besmet is en hoe deze factoren zijn te beïnvloeden. Ondanks het maandelijks vangen van teken op vaste locaties, in het kader van De Natuurkalender, is er nog lang geen nationaal overzicht. Ook is nog onvoldoende inzicht in hoe het aantal teken en hun besmettingsgraad samenhangen met bijvoorbeeld de diverse soorten gastheren – hoeveel gastheren zijn dat en zijn deze besmet met bacteriën? Ook de vegetatie en allerlei omgevingsvariabelen, zoals het weer en het klimaat, de bodemgesteldheid en natuurlijke vijanden, spelen een rol. En welke vormen van bestrijding of welke maatregelen in het natuurbeheer effectief en aanvaardbaar zijn, is nog helemaal onduidelijk.

Vaccins tegen lymeziekte

Er bestaat geen vaccin tegen de ziekte van Lyme. In 1998 kwam in de verenigde Staten een vaccin op de markt, dat het immuunsysteem activeert tegen een eiwit in de buitenmembraan van Borrelia burgdorferi, het eiwit OspA. Het vaccin bood bescherming bij bijna alle kinderen en driekwart van de volwassenen en had relatief milde bijwerkingen. Toch was het vaccin geen succes omdat het ervan werd verdacht auto-immuunziekten op te wekken. Hoewel dat nooit wetenschappelijk is bewezen, werd het middel, LYMErix geheten, in 2002 van de markt gehaald. Sindsdien wordt er naarstig gezocht naar andere vaccins tegen andere membraaneiwitten (zoals OspC). Men probeert ook een vaccin te maken dat niet is gericht tegen Borrelia-eiwitten, maar tegen eiwitten die de teek in het lichaam brengt met haar steeksnuit en via haar speeksel. Bijvoorbeeld tekeneiwitten die zijn betrokken bij het remmen van de menselijke afweer, die de Borrelia-bacterie helpen zich te vermommen, of die in de darm van de teek zitten. In dat laatste geval beschadigen de antistoffen de darm van de teek die daardoor loslaat. Wellicht is een vaccin gericht tegen een combinatie van tekeneiwitten en Borrelia-eiwitten de beste strategie. Zo’n vaccin laat voorlopig nog op zich wachten. Voor honden zijn er wel verschillende typen vaccins op de markt, maar niet in Nederland.

Uit bomen springen

Minder in contact komen met teken, vermindert natuurlijk de kans op tekenbeten. Mensen kunnen dit contact bewust verminderen als ze weten waar de teken (kunnen) zitten. Deze kennis ontbreekt echter grotendeels. Veel mensen denken nog steeds dat teken vooral uit bomen springen, terwijl ze juist op de grond, in het gras en het struikgewas zitten te wachten op voorbijkomende gastheren, waaronder mensen. Ook realiseren mensen zich niet dat teken vaak in tuinen en stadsparken zitten. Men kan teken ‘ontlopen’ door bijvoorbeeld midden op een wandelpad te lopen in plaats van vlak langs de vegetatie en men kan beten voorkomen door de broek in de sokken te stoppen en tekenwerende middelen (zoals DEET) en kleding te gebruiken. Mensen nemen dit soort maatregelen vooral als ze vertrouwen hebben in zichzelf en bijvoorbeeld weten hoe en wanneer ze zich tegen teken kunnen beschermen, zo laat onderzoek van de GGD West-Brabant zien. Ook speelt het gevoel van de noodzaak een belangrijke rol. Mensen zullen eerder dergelijke maatregelen treffen wanneer ze zich bewust zijn van de gevaren van een tekenbeet. Dat geldt ook voor het controleren van het lichaam op teken en tekenbeten en het tijdig en goed verwijderen van de teek . De meeste mensen die in gebieden zijn geweest waar mogelijk teken zitten, controleren zichzelf en hun eventuele kinderen niet op tekenbeten. Ook is de kennis over het verwijderen van teken vaak ontoereikend.

Midden op de bospaden lopen vermindert de kans op een tekenbeet.
Shutterstock

Meer kennis nodig bij patiënt en artsen

Een snelle diagnose en een adequate behandeling zijn vereist om de sociaaleconomische gevolgen van een tekenbeet, zoals ziekte, gezondheidsverlies en arbeidsverzuim, te beperken of te voorkomen. De diagnose van de ziekte van Lyme is complex, zeker als er geen duidelijke rode kring is waargenomen. De ziekteverschijnselen zijn zeer divers en de resultaten van de bloedtesten zijn niet altijd eenduidig. Bovendien is de kennis hierover bij zowel de patiënt, die tijdig moet besluiten naar de huisarts te gaan, als bij de huisarts of medisch specialist, die tijdig de juiste diagnose moet stellen, lang niet altijd aanwezig. Zelfs het verschijnen van een rode kring wordt niet altijd herkend als een teken van de ziekte van Lyme. Tenslotte is behandeling cruciaal om de negatieve effecten van de ziekte van Lyme te voorkomen. Het kan echter een probleem zijn dat niet iedereen goed reageert op de meest geëigende behandeling.

De problematiek rond en de ziekte van Lyme is complex. Veel mensen en organisaties spelen er een rol bij en er is een keten van gebeurtenissen en factoren dat het aantal gevallen van lymeziekte en de genezing van patiënten beïnvloedt.
Theo Pasveer BNO Cartographics

Het succesvol toepassen van de bovengenoemde preventiemaatregelen wordt in belangrijke mate beperkt door een gebrek aan fundamentele kennis over het hele traject: vanaf de ecologie en het beheer van de populatie van teken tot en met de diagnose en behandeling van de ziekte. Het ontbreekt daarnaast bij veel mensen die met de ziekte van Lyme te maken hebben of die het risico lopen de ziekte te krijgen, aan een gevoel van urgentie: zonder maatregelen zal het aantal mensen dat jaarlijks besmet wordt snel oplopen. Er is actieve betrokkenheid nodig van een groot aantal (doel)groepen binnen de zeer uiteenlopende disciplines, zoals is weergegeven in de figuur hierboven. En deze moeten goed samenwerken. Omdat de betrokkenen elk hun eigen achtergronden, opvattingen, netwerken, manieren van werken, cultuur en taalgebruik hebben, blijkt samenwerking vaak lastig. Om die samenwerking te laten slagen, is in de toekomst een grotere behoefte aan gerichte communicatie. Daarvoor stellen wij de volgende activiteiten voor.

Barrières slechten en communiceren

Een aantal keer per jaar overleg tussen alle groepen betrokkenen is een belangrijk hulpmiddel om de barrières te slechten. De afgelopen jaren heeft de ‘Groene Lyme Werkgroep’ onder leiding van Stigas, een coördinerende rol gespeeld in de samenwerking tussen vertegenwoordigers vanuit de arbodiensten, wetenschap, patiëntenvereniging, terrein beherende organisaties, medische wereld en de jagersvereniging. Dat heeft geleid tot de uitwisseling van nieuwe kennis, de afstemming van onderzoek, en meer communicatie zodat de schaarse middelen efficiënt besteed werden. De meest zichtbare activiteit is de ‘Week van de Teek’ die elk jaar in de eerste week van april wordt georganiseerd. Dit soort structureel overleg met vertegenwoordigers uit andere sectoren – diverse overheden, recreatie en toerisme, onderwijsinstellingen – zou ook relevant zijn.

Goede communicatie over teken en ziekteverschijnselen is belangrijk in de strijd tegen de ziekte van Lyme.
RIVM, Bilthoven

De problematiek rond de ziekte van Lyme is complex en moet door de experts in voor leken begrijpelijke taal worden duidelijk gemaakt. Niet alleen voor het algemene publiek, ook voor collega’s en samenwerkingspartners uit andere disciplines, en voor mensen die door hun werk risico’s op een tekenbeet lopen. Daartoe zijn gemakkelijk toegankelijke centrale websites en de inzet van sociale media noodzakelijk. Om veel mensen te kunnen informeren, is toegang tot massamedia op nationale, regionale en lokale schaal vereist. Het onderwerp lymeziekte heeft het vermogen om vaak in de spotlight te komen, bijvoorbeeld rond de nieuwste resultaten van het monitoren van bacteriën, teken en ziekte en bij nieuwe onderzoeksresultaten. Vergelijkbaar met de UV-verwachting en de hooikoortswaarschuwing, zou er ook een tekenwaarschuwing voor verschillende gebieden kunnen worden ontwikkeld. Naast het benaderen van de algemene bevolking zijn er risicogroepen die een specifieke benadering vereisen, zoals natuurliefhebbers, groenbeheerders, tuineigenaren, huisdiereigenaren, ouderen en ouders van kleine kinderen.

Terug naar 6.000 gevallen van lymeziekte

Omdat de problematiek van de ziekte van Lyme een nationale omvang heeft, valt te overwegen het onderwerp structureel op te nemen in het regulier onderwijs. Zo kunnen kinderen, en tegelijkertijd hun ouders en onderwijzers, actief worden geïnformeerd over de risico’s van teken en lymeziekte en over de beschikbare preventiemaatregelen. Extra aandacht geldt bij uitstek voor groene opleidingen omdat veel leerlingen tijdens en na hun studie een hoger risico op een tekenbeet hebben dan gemiddeld. Ook kunnen zij via stages en praktijkopdrachten een actieve rol spelen bij het in kaart brengen van de omvang van de problematiek en de mogelijke preventiemaatregelen.

Het compleet uitbannen van de ziekte van Lyme is niet realistisch, maar een flinke afname moet mogelijk zijn. Daarvoor moeten de betrokken organisaties beter gaan samenwerken en meer energie steken in de communicatie over preventie voor verschillende doelgroepen. Daarvoor zal extra geld nodig zijn, maar met een strategischer en beter gecoördineerde inzet kan dat beperkt blijven. Met weinig extra middelen moet het mogelijk zijn de problematiek beter ‘tussen de oren’ te krijgen van de betrokken experts en het algemene publiek. Hopelijk lukt het met zo’n ‘Deltaplan tegen Lyme’ het aantal nieuwe gevallen van de ziekte van Lyme in 2030 terug te dringen van 44.000 naar 6.000, zoals voor het eerst in 1994 werd gemeten.

Na een tekenbeet

Een tekenbeet doet zelden pijn omdat in het speeksel van teken een stof zit die de huid verdooft. Doordat je een tekenbeet vaak niet voelt, is het erg belangrijk je eigen lichaam en dat van kinderen te controleren op teken als je in de natuur bent geweest. Vooral op warme plekken, zoals oksels, liezen, bilnaad, knieholten en onder de randen van het ondergoed. Teken nestelen zich ook op het hoofd, achter de haargrens en achter de oren, vooral bij kinderen. Als je een teek ziet, verwijder hem dan zo snel mogelijk. Hoe langer de teek blijft zitten, hoe groter de kans is dat de Borrelia-bacterie en daarmee de ziekte van Lyme wordt overgedragen. Uit onderzoek blijkt dat de kans op lymeziekte na een tekenbeet klein is als de teek binnen 24 uur is verwijderd. Overigens zijn niet alle teken geïnfecteerd met Borrelia, in Nederland is dat gemiddeld een kwart van de teken.

Dan maar met de nagels

Teken kunnen het best worden verwijderd met een tekentang of een spits pincet. Desnoods met de nagels als er geen tekenverwijderaar voorhanden is. Voor verwijderen geldt altijd: pak de kop van de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast. Verwijder de teek met een licht draaiende beweging en door steeds wat harder te trekken. Het is een misverstand dat teken zich in de huid schroeven. Dat doen ze niet, ze kunnen dus ook niet in tegenovergestelde richting weer uit de huid worden geschroefd. Omdat de steeksnuit van de teek een soort weerhaakjes heeft, zou een licht draaiende beweging de verwijdering wel gemakkelijker kunnen maken. Draaien verhoogt waarschijnlijk wel de kans dat het snuitje afbreekt. Als dat gebeurt en het snuitje in de huid achterblijft is dat echter niet erg. Het resterende stukje zweert er, net als een splinter, vanzelf weer uit.

Het is ook een misverstand dat teken zouden loslaten als ze worden geïrriteerd. Bijvoorbeeld met vuur of door erin te prikken of te knijpen. Het helpt evenmin te proberen een teek te verstikken door er iets overheen te smeren. Verwijder een teek dus nooit met behulp van verdovende middelen, zoals alcohol en chloroform, ontsmettingsmiddelen, petroleum-gel of een brandende sigaret of lucifer. Zulke methoden waarbij de teek wordt geïrriteerd, vergroten de kans dat de teek extra speeksel produceert of zijn maaginhoud opbraakt, waarin zich ziekteverwekkers kunnen bevinden. Daarom is het ook belangrijk niet in de teek te knijpen tijdens het verwijderen. Dat risico is vooral groot als je je vingers, duim of een pincet met brede uiteinden gebruikt. Dan kun je dikwijls ook niet dicht genoeg bij de huid komen om de kop van de teek vast te pakken. Vooral kleine teken en volgezogen teken zijn lastig te verwijderen. Tekenverwijderaars en pincetten zijn te koop bij drogist en apotheek.

Bij het verwijderen van een teek moet deze zo dicht mogelijk bij de huid worden vastgepakt.

Datum van tekenbeet opschrijven

Desinfecteer na het verwijderen van de teek het bijtwondje met 70 procent alcohol of jodium en was de handen goed, liefst met desinfecterende zeep. Het pincet kan na gebruik in kokend water worden gedesinfecteerd en een tekenverwijderaar op een door de fabrikant aangegeven manier.

Noteer ook de datum van de tekenbeet in je agenda en schrijf op waar op het lichaam de teek zich heeft vastgebeten. Het is belangrijk die plek gedurende een maand of twee goed in de gaten te houden. Het ontstaan van een rode kring of een vlek op de huid kan wijzen op de ziekte van Lyme. Griepverschijnselen, zoals koorts, hoofdpijn en gewrichtspijn kunnen ook een uiting van lymeziekte zijn.

De nieuwe richtlijn geeft ruimte voor een antibiotische behandeling na een tekenbeet uit voorzorg. Wanneer de kans op lymeziekte na een tekenbeet is verhoogd, bijvoorbeeld omdat de beet meer dan 24 uur heeft geduurd en binnen 72 uur na verwijderen van de teek met de behandeling kan worden begonnen, kan iemand van de huisarts een beschermende behandeling met antibiotica krijgen. Het is in elk geval belangrijk contact met de huisarts op te nemen als na een tekenbeet een rode of blauwrode vlek op de huid ontstaat die steeds groter wordt, zeker als dit gepaard gaat met griepachtige klachten zoals koorts, hoofdpijn of spierpijn. Als de ziekte waarschijnlijk is opgelopen tijdens de beroepsuitoefening moet dit door een geregistreerde bedrijfsarts worden gemeld aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Studie naar nieuwe behandeling bij aanhoudende klachten

Er zijn mensen die klachten houden nadat ze zijn behandeld voor de ziekte van Lyme. Zij komen bij hun dokter met de legitieme vraag of die klachten kunnen worden veroorzaakt door de Borrelia-bacterie. Deze stuurt de patiënt vaak huiswaarts omdat de tests uitwijzen dat er geen infectie is en het zelden voorkomt dat de uitgevoerde behandeling met antibiotica faalt. De conclusie van de arts is dan dat de klachten overal vandaan zouden kunnen komen, maar niet van de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Begrijpelijk omdat sommige van deze patiënten aankomen met onderzoeken die in het alternatieve circuit zijn gedaan en de reguliere arts weinig vertrouwen inboezemen.

Maar vanuit de patiënt gezien is zo’n houding onwenselijk en vanuit wetenschappelijk medisch oogpunt ook onbegrijpelijk, vindt prof. dr. Bart-Jan Kullberg, hoogleraar infectieziekten van het UMC St Radboud in Nijmegen. ‘Geen enkele behandeling is onfeilbaar. Antibiotica doen het goed, toch werken ze bij geen enkele infectie voor honderd procent. Bovendien is er discussie over de betrouwbaarheid van de serologische tests die een infectie moeten aantonen. Dus onomstotelijk bewijs dat het bij deze mensen niet om de ziekte van Lyme gaat, is er niet. Toch straalt de medische wetenschap vaak uit dat zij niet kan falen. Ook al weten we dat de kans op een hardnekkige infectie zeer klein is en het overgrote deel van deze patiënten zo’n infectie niet heeft, onderzoeken we nu in een wetenschappelijk studie of het toch zin heeft om hen een langduriger kuur met antibiotica te geven. Dat is immers de vraag die patiënten en de maatschappij ons stellen.’

Het is de vraag of artsen bij patiënten met mogelijk late lymeziekte, altijd hun receptenboekje moeten trekken.

Shutterstock

Drie maanden antibiotica

Het kan zijn dat deze mensen een andere aandoening hebben, zoals reuma of depressie, of last hebben van een auto-immuunreactie of van weefselschade als restverschijnselen van een infectie met Borrelia. Maar er is ook een kleine kans dat, zelfs na een standaardbehandeling, een actieve infectie aanwezig is, die bestreden zou kunnen worden met antibiotica. In Nijmegen wordt aan bijna 300 patiënten die zijn uitbehandeld voor de ziekte van Lyme een drie maanden durende kuur met antibioticatabletten gegeven. Althans aan een deel van hen. Want volgens het lot bepaald, krijgt een deelnemer een drie maanden durende placebobehandeling, dus zonder antibiotica, of één van de twee behandelingen met diverse tabletten antibiotica. De patiënt en de artsen weten niet wie welke behandeling krijgt. Zo kan het effect van de verschillende behandelingen met elkaar worden vergeleken.

Om te zorgen dat alle patiënten ook werkelijk eerst de standaardbehandeling hebben gekregen, krijgt iedere deelnemer eerst twee weken lang het antibioticum ceftriaxon toegediend via een infuus. Deze behandeling geldt als standaardbehandeling tegen de meest hardnekkige Borrelia infectie – die in de hersenen. De klachten van de patiënten worden voorafgaand, tijdens en enige tijd na de studie uitgebreid geïnventariseerd. Denk daarbij aan het functioneren in het dagelijks leven, vermoeidheid, pijn en beperkingen. Ook wordt, met speciale pillendoosjes, in de gaten gehouden hoe trouw de deelnemers hun tabletten nemen gedurende de drie maanden van de kuur. Patiënten die achteraf in de placebogroep bleken te zitten en klachten houden, kunnen alsnog een antibioticumkuur krijgen.

Receptenboekje trekken

‘Deze studie is bedoeld om een wetenschappelijke basis te krijgen voor de vraag of antibiotica zin hebben voor mensen met klachten die kunnen horen bij de ziekte van Lyme, maar zonder een zekere diagnose voor een hardnekkige infectie met Borrelia. Dat bewijs ontbreekt tot nu toe’, zegt Kullberg. ‘Ik heb geen idee wat er uit de studie komt. Als blijkt dat deze behandeling zin heeft, moeten we verder kijken naar welke groep er het meeste baat bij heeft en moeten we de therapie verfijnen. Komt uit deze studie dat antibiotica geen zin hebben, dan hebben we geleerd dat we niet het receptenboekje moeten trekken voor dit soort klachten. We willen voorkomen dat mensen onderbehandeld worden, doordat ze onterecht een extra antibioticumkuur wordt geweigerd. Maar we willen ook wildgroei voorkomen, waarbij mensen naar allerlei kliniekjes gaan en jarenlang antibiotica krijgen voorgeschreven, die soms ook van een soort zijn waarvan het discutabel is of ze wel werken tegen de Borrelia-bacterie. Nu hebben de verschillende kampen in het debat over klachten na een doorgemaakte lymeziekte zich verschanst in hun loopgraven en worden de, wetenschappelijk ontoereikende, studies naar believen onjuist geïnterpreteerd en misbruikt. Mijn belangrijkste argument voor deze studie is te helpen daaraan een einde te maken.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 maart 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.