Je leest:

De wet van de remmende schoonheid

De wet van de remmende schoonheid

Auteur: | 15 maart 2011

Het idee dat de aarde het middelpunt van ons universum moest zijn, was ooit pure schoonheid. Nu zien we juist schoonheid in het idee dat het universum vele malen groter is, met miljarden zonnen. En de aarde? Die lummelt wat in een hoekje van dit alles. Prachtig, zeggen we dan. Wat betekent schoonheid voor de wetenschap, en hoe laten we ons erdoor leiden?

Energie van de zon is de belichaming van E=mc2.

Wetenschap laat soms prachtige dingen zien. Denk maar aan foto’s van cellen, een embryo of het universum. Mysterieus en mooi zijn ze. Maar zelfs een wetenschappelijke vergelijking als E=mc2, waarin geschreven staat dat je massa in energie kunt omzetten, kent immense populariteit. Niet alleen omdat de vergelijking E=mc2 klopt – onze zon verliest massa en produceert warmte en licht – maar misschien vooral omdat de vergelijking er zo elegant uitziet. Het grootste geheim van ons universum, gevat in slechts drie tekens.

Dat zet onderzoekers en filosofen aan het denken: zijn de mooiste, meest elegante wetenschappelijke vondsten ook altijd de meest ware? Is er een onmiskenbaar verband tussen schoonheid en goede wetenschap? Moeten wetenschappers zich laten leiden door schoonheid? Die vragen probeerde een groep van zes sprekers op vrijdag 11 maart te beantwoorden, op het symposium Schoonheid in de Wetenschap, georganiseerd naar aanleiding van de gelijknamige tentoonstelling in Museum Boijmans van Beuningen te Rotterdam.

Deze foto van kristallen in een oplossing van paracetamol en dextrine is te zien op de tentoonstelling Schoonheid in de Wetenschap.

Nadat ik in Rotterdam een zonnig onthaal krijg, word ik verrast door de opkomst voor het symposium. Het conferentiegebouw is afgeladen met bezoekers voor Schoonheid in de wetenschap. In de pauze heb ik medelijden met zichtbaar vermoeide mensen die tevergeefs een plaatsje zoeken om te zitten. Gelukkig wordt de moeite beloond, want organisator Jan Molenaar heeft fantastische gastsprekers uitgenodigd. Vincent Icke, astrofysicus aan de Universiteit Leiden, is zonder twijfel de meest poëtische spreker van de dag.

Ook hem is de opvallende eenvoud én verklaringskracht van E=mc2 niet ontgaan. Toch vindt Icke dat onderzoekers zich niet moeten laten leiden door wat ze mooi vinden. Maar dat doen ze wel, vindt Icke. Veel nieuwe theorieën worden door wetenschappers niet als mooi ervaren en gaan daarom snel de prullenbak in. Volgens Icke geen wonder, want mensen herkennen vooral schoonheid in voor hen bekende dingen. En wat de boer niet kent, vreet hij niet. Wetenschappers die hun esthetische neus volgen, zijn daarom wat Icke betreft te conservatief. De astrofysicus pleit voor een minder op schoonheid veroordelende houding tegenover nieuwe wetenschappelijke theorieën. Misschien is het beter om gewoon niet te veel te letten op wat mooi is of niet. Icke adviseert zijn collega’s het motto: “Ik weet de weg niet, dus ik verdwaal nooit.”

Keplers polyhedra inspireren Robbert Dijkgraafs zoektocht naar schoonheid in de wetenschap.
Johannes Kepler

Robbert Dijkgraaf, natuur- en wiskundehoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat wetenschap best wat ruimte biedt voor een zoektocht naar schoonheid. Dijkgraaf zelf heeft, net als zijn zeventiende-eeuwse collega Johannes Kepler, een passie voor polyhedra: objecten met enkel platte vlakken. Puzzelen aan perfecte vormen helpt vooral de wiskunde vooruit, en daarmee ook natuurkundige en sterrenkundige ontdekkingen.

Maar dat neemt niet weg dat de meeste wetenschappelijke vondsten in eerste instantie weinig met schoonheid hebben te maken, aldus Dijkgraaf, hier op één lijn met Icke. Doorgaans worden nieuwe theorieën pas na verloop van tijd als mooi gezien. De grote natuurkundige Richard Feynman maakte kwantummechanica – natuurkunde op de kleinst denkbare schaal – beter te begrijpen voor andere wetenschappers door de vergelijkingen als grafieken te tekenen. Een A4’tje propvol met warrig uitziende wiskunde verving hij met een kleine serie van harmonieus uitziende grafieken. “Feynman hoopte dat natuurkundetijdschriften in de toekomst meer en meer tekeningen zouden bevatten. Gelukkig kwam zijn wens uit”, vertelt Dijkgraaf. Ook hier verschijnt de schoonheid, na enige gewenning, achteraf.

Ingewikkelde vergelijkingen worden niet alleen mooier als je ze inkort, maar ook wanneer je ze in een grafiekje verwerkt. Dat is wat natuurkundige Richard Feynman deed.

Schoonheid is daarmee een uitvinding van het menselijk brein: we plakken het op beelden en ideeën waar we al comfortabel mee zijn. Dat is zelfs te zien aan hoe mensen naar foto’s van de tentoonstelling in Museum Boijmans kijken, vertelt Ignace Hooge van de Universiteit Utrecht. De enthousiaste spreker liet proefpersonen naar de museumfoto’s kijken, en volgde hun oogbewegingen.

Weliswaar zijn deze foto’s doorgaans close-up-opnames van bacteriën, schimmels of materialen, bezoekers herkennen er toch meer alledaagse dingen in: gezichten, huizen, bomen, bergen, valleien en wolken. Het ervaren van schoonheid is daarom volgens Hooge eigenlijk het plakken van vertrouwde vooroordelen op nieuwe ervaringen. Niet erg wetenschappelijk, maar wel prettig.

Zijn dit bacteriën, of eilanden?
L.H. Van Damme (alleen voor ‘Schoonheid in de Wetenschap’)

Wil je dus iets nieuws ervaren of ontdekken, dan kun je maar beter schoonheid uit de weg gaan. Janneke Wesseling, kunstcriticus voor NRC Handelsblad, kijkt ook op die manier naar moderne kunst. Goede kunst is vaak niet mooi – of vertrouwd – maar maakt juist iets nieuws los in het oog van de toeschouwer. Het is vreemd en gek. De nieuwe ervaringen die hieruit voortvloeien helpen de mens om nieuwe inzichten te krijgen, en daarmee juist bij het beantwoorden van belangrijke levensvragen, zoals de vragen waarom we bestaan, waar we vandaan komen, en of er een god bestaat.

Dan zegt Wesseling, gezien de aanwezigheid van vele wetenschappers in de zaal, iets opmerkelijks. Omdat wetenschap, in tegenstelling tot moderne kunst, niet in staat is om deze vreemde gewaarwordingen bij toeschouwers los te maken, zo meent Wesseling, helpt wetenschap met strenge regels en wiskunde niet bij het beantwoorden van levensvragen.

Vergeet Wesseling dan niet de belangrijke ontdekkingen waar de sprekers vandaag juist zo mooi over spraken, vraag ik me af? Het is juist aan wetenschap te danken dat we enig idee hebben waar we vandaan komen, en wat ons doel op deze aardkloot kan zijn. De astrofysica leert ons dat, romantisch gesteld, iedereen op aarde is ontstaan uit samengeklonterde sterrenstof, afkomstig van een ster die in zijn laatste adem tot een supernova uit elkaar knalde. Evolutie leert ons hoe we na deze samenklontering, zonder hulp van welke god dan ook, afstammen van dieren die zich eerder op deze planeet met succes wisten voort te planten. Ons bestaansrecht is daarmee hetzelfde als dat van andere dieren: de enige reden dat ze er zijn is dat ze, net als wij, succesvolle voorouders hadden.

We zijn allemaal gemaakt van sterrenstof. Die oorsprong delen we niet alleen met alle levende wezens op aarde, maar ook met alle dode dingen. Rotsen, watervallen, de zuurstof in de lucht – ooit was het één grote wolk waterstof.
ESA, NASA, Wikimedia Commons,

Zit er geen schoonheid in dat idee? Dat is aan de lezer zelf om te bepalen. De beleving van schoonheid in wetenschap zit namelijk tussen je eigen oren, veilig tussen de ideeën en gevoelens die al jaren vertrouwd aanvoelen. Nieuwe, niet-intuïtieve wetenschappelijke ontdekkingen hebben daar in eerste instantie weinig te zoeken. Maar later, wanneer we ze laten zinken, mogen ze misschien naar binnen. Net als een nieuwe en vreemde CD. Het kost tijd om ergens de schoonheid van in te zien.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 maart 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.